Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Persberichten

Zijn stadsmussen verheven boven boerenzwaluwen?

08/07/2019 10:23 - Persbericht

'Nietszeggende pacten worden vroeg of laat wetten', vreest Jean-Marie Dedecker na de discussie over de Mobiscore. 'Dat deze nieuwe woonthermometer alleen maar richtinggevend zou zijn, gelooft geen kat.'               

We stikken stilaan van de reglementitis en de bemoeizucht. Onze Vlaamse regelneven hebben in opvolging van de betonstop nog een nieuwe geitenwollensokken pestregel uitgevonden om plattelandsvluchtelingen naar de steden te lokken: De Mobiscore. Dit is een puntenboek waarmee de Vlaamse overheid in kaart brengt hoe dicht woningen bij allerlei openbare voorzieningen liggen (scholen, openbaar vervoer, winkelcentra...) en zo de milieu-impact van mogelijke verplaatsingen, die een gemiddelde Vlaming vanuit zijn woning maakt, beloont of bestraft. De puntentelling van de Mobiscore is op zijn minst bizar te noemen: joggen en fietsen in de natuur levert volgens de manipulatoren geen punten op, maar de nabijheid van zweet- en peeskamertjes in een fitnesscentrum van een stad wel.

 

Een nieuw beleidsinstrument, zogezegd om als leidraad te dienen bij de woonstkeuze en om te sensibiliseren, maar in werkelijkheid een nieuwe stok om mee te slaan. 'Met de Mobiscore heeft de politiek eindelijk een intelligent en veelzijdig instrument in handen om verstandig te sturen en te belonen, bijvoorbeeld via de btw, de fiscus of een aangepaste woonbonus.' Naast onze landelijke architecturale koterij krijgen we er nog een extra fiscale koterij bovenop als het van Leo Van Broeck afhangt, ten laste van de plattelandbewoners. Stedelingen krijgen nochtans al vier keer meer uit het Gemeentefonds dan dorpelingen; 40% van die subsidies gaat naar Gent en Antwerpen. 'Vlaanderen betaalt via het gemeentefonds een veelvoud per inwoner in de steden van meer van 200.000 inwoners dan voor een inwoner van een gemiddelde landelijke gemeente (1.400 versus 220 EUR per inwoner)', schreef ook burgemeester van Ledegem Bart Dochy hier eerder al.
Onze Vlaamse Bouwmeester ontpopt zich volgens mij meer en meer tot een potentaat die zijn strategische functie en valse autoriteit misbruikt om een verborgen agenda op te leggen. Zijn grote voorbeeld is blijkbaar de Franse architect Le Corbusier, de stadsplanner die niet alleen zijn diensten aanbood aan maarschalk Pétain ten tijde van het fascistische Vichyregime, maar in de decennia na de oorlog de Franse stedelijke banlieues vol plantte met HLM's (Habitations à loyer modéré). Die zijn al snel verloederd tot sociale multiculturele getto's, broeihaarden van marginaliteit en criminaliteit, eerder no-go area's dan leefruimtes.
 
Leo Van den Broeck wil nu dat we ook hier met zijn allen opgehokt worden in steden en in opgeschoten dorpskernen. Hij komt op mij over als een Brusselse loftcommunist die bewoners van vrijstaande fermettes criminelen vindt, en vindt dat wonen op het platteland een luxekeuze is die we eigenlijk niet meer zouden mogen toestaan. Woningen die te ver van de dorpskern liggen zouden volgens de ecologische wijsneus niet meer gerenoveerd mogen worden, maar afgebroken.
Van de klimaathysterie krijgen sommigen blijkbaar de kolder in de kop. De ecowaanzin van onze zelfverklaarde klimaatridder en zijn gesubsidieerde 15-koppige hofhouding begint naar mijn aanvoelen stilaan stalinistische trekjes te krijgen. Wat is het volgende: opgelegde volksverhuizingen, deportaties en een ophokplicht in woontorens?
Wie niet horen wil in Van Broecks maakbare samenleving, moet voelen. Controle wordt gemakkelijk: onze wegen staan al vol met camera's voor trajectcontrole, wachtend op de kilometerheffing. Gezichtsherkenning is maar een muisklik ver in de software van deze Big Brothers.
Locatie en de weg er naar toe met de wagen zijn volgens Curieuzeneuze Van Broeck de moeder van de uitstoot en een leverancier van de klimaatopwarming. Waar de Mobiscore het hoogst is, is de lucht nochtans het sterkst vervuild en de temperatuur het hoogst. Maar een mondige stedelijke elite van daktuintelers en luchtbakfietsers gaat nu haar levensstijl opdringen aan de aardappeltelers op het platteland, waar ze nochtans op zon- en feestdagen in file naar toe rijden om bomen te omhelzen en er te genieten van de stilte en de zuivere lucht. Er staan heel wat veredelde barakkendorpen aan de kust vol sleurhutten van niezende city slickers die er bij elke gelegenheid een frisse neus komen halen.
Ik denk dat ecocommunisten zoals Leo Van Broeck niet beseffen dat mensen zich ook gaan settelen zijn op het platteland omdat woningen in de stad gemiddeld duurder zijn. Als ze terug naar de stad zouden verhuizen worden de optrekjes er door de wet van vraag en aanbod nog prijziger, maar volgens onze Bouwmeester is een leefomgeving als een vogelkooi dan de ecologische oplossing. Stadsmussen zijn volgens hem verheven boven boerenzwaluwen.
Het is merkwaardig dat het juist de CD&V'ers Koen Van den Heuvel en Joke Schauvliege zijn die de hoorn- en waterdragers zijn van Van Broecks hersenspinsels.
Het is merkwaardig dat het juist de CD&V'ers Koen Van den Heuvel en Joke Schauvliege zijn die de hoorn- en waterdragers zijn van Van Broecks hersenspinsels. Het overgrote deel van hun gedecimeerd christelijk kiespubliek woont immers te lande, gemoedelijk rond de kerktoren en het dorpsplein. Je moet al ver heen zijn om niet te beseffen dat een Vlaming geboren wordt met een baksteen in de maag. De Dorpstraat ligt heel ver van de Brusselse Tweekerkenstraat. De basisbereikbaarheid is een restideetje uit de gratistrommel vol autovijandigheid van wijlen Steve Stevaert. Elkeen moest op de bus kunnen stappen op maximum 750 meter van zijn habitat, zo niet kon je beroep doen op de belbus, waarvan de kostprijs doorgaans niet in verhouding lag met het aantal gebruikers.
Vandaag zitten er nog altijd meer van die belbusbestuurders achter hun krant te wachten dan achter hun stuur, en wordt de personenwagen verketterd. Toch blijft die plattelansdsmobiliteit de basis van de ergernis van de eco-beroepsmopperaars met hun moraliserende ecologische voetafdruk.
De Mobiscore was een opdracht van het Vlaams Departement Omgeving en lag al een jaar onder het stof in een lade omdat niemand de politieke moed had om er mee uit te pakken vóór de verkiezingen. Transport & Mobility Leuven, adviesbureau Traject en het digitaal bureau Marlon ontwikkelden de tool. De scoremethodiek is merkwaardig genoeg gelijklopend met de buurtbarometer van projectontwikkelaar Matexi.
Als het over ruimtelijke ordening gaat zijn de immobiliën- en betonboeren nooit ver uit de buurt. Matexi noemt zichzelf liever een buurt- in plaats van een projectontwikkelaar, en heeft een voet tussen de deur bij de VVSG, de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten. Ze is voor 90% actief in de bouw van woningen en appartementen rond de steden, waar elke woning zeer hoog gequoteerd staat in de Mobiscore. De immosite Zimmo heeft de Mobiscore zelfs al verwerkt in haar verkoopargumenten en peppraatjes. Dat deze nieuwe woonthermometer alleen maar richtinggevend zou zijn gelooft geen kat. Het Energieprestatiecertificaat zou aanvankelijk ook alleen maar sensibiliserend zijn, vandaag bepaalt het mee de prijs van een stulpje. Nietszeggende pacten worden vroeg of laat wetten, van Marrakesh tot in Ploegsteert.
De Nutriscore, de Mobi-en de Klimaatscore zijn alle drie thermometers van milieuneuroses.
Enkel de gevangenen en de slotkloosternonnen hebben een Mobiscore van tien. Tot op heden heb ik nog geen last van een groene geestelijke roeping. We worden al genoeg besmet met de lifestyle van stedelijke kringloopmannetjes, en met de existentiële angst om te ademen, te eten en te drinken. De Nutriscore, de Mobi-en de Klimaatscore zijn alle drie thermometers van milieuneuroses. Ik heb een gloeiende hekel aan moraalridders die nu ook nog met een opgestoken vingertje gaan opleggen waar ik moet wonen. Hou me tegen of ik beland nog achter de tralies.
Als Van Broeck een keer wakker wil worden van fluitende boerenzwaluwen in plaats van hoestende stadsmussen mag hij een keertje bij mij komen overnachten. Maar als hij aan mijn vrijheid blijft knagen, heb ik een boomgaard appeltjes met hem te schillen.
 
Jean-Marie Dedecker