De Standaard Online liet gedurende de verkiezingscampagne iedere dag een Europees kopstuk antwoorden op dezelfde vier vragen. Gisteren was Derk Jan Eppink aan de beurt.
1) Waar liggen de grenzen van de Europese Unie? En moeten we Turkije wel of niet toelaten?
De uitbreidingen hebben de EU tot de grootste economische markt van de wereld gemaakt en stabiliteit en democratie in voormalige dictaturen gebracht. Die uitbreiding was nodig voor de eenwording van het Europese continent. Zij was historisch want de scheiding tussen Oost- en West-Europa was kunstmatig, opgelegd door het communisme. Maar uitbreiding van 15 naar 27 lidstaten was een grote sprong. De EU heeft nu tijd nodig dit te absorberen omdat zij binnen Europa een grote welvaartskloof moet overbruggen. Het is ook duidelijk dat Roemenie en Bulgarije in 2007 te vroeg werden toegelaten. Een volgende uitbreidingsronde is daarom niet gewenst. Alleen kandidaat-lidstaten die nu al aan de toetredingsvoorwaarden voldoen vormen daar mogelijk een uitzondering op.
Voor Lijst Dedecker is een Turks lidmaatschap van de EU een brug te ver. Turkije zou alleen kunnen toetreden als de EU alleen een ‘gemeenschappelijk markt' zou zijn, zoals het dat was in 1963. Maar vandaag is de EU een politieke entiteit die met de toetreding van Turkije geen stabiliteit zou exporteren maar instabiliteit importeren. In plaats van Turkije als volwaardig lid toe te laten moet de EU Turkije een ‘strategisch partnerschap' aanbieden waarin het land alle economische en handelsvoordelen van lidstaten geniet, maar geen lid is van de EU.
De Europese elite is echter helemaal gefixeerd op het Turkse lidmaatschap en probeert het door te drukken. Na verloop van jaren zullen Europese onderhandelaars het resultaat op tafel leggen en zeggen dat Turkije lid kan worden. Het besluit tot lidmaatschap wil de Europese elite nemen en petit comite. Lijst Dedecker is daar tegen. Als de EU en Turkije zijn uitonderhandeld en de hoofdstukken worden afgesloten, dan is het woord aan de burger. Toetreding van Turkije heeft grote gevolgen dat democratische legitimatie van die stap nodig is. Daarom moet er zowel in de EU als in Turkije. De Europese en Turkse burger moet het laatste woord hebben; niet de Eurocraten. De EU kan een Europa-wijd referendum houden volgens het principe van ‘1 persoon, 1 stem'. Laat de Europese en Turkse burger oordelen.
2) Welke rol kan Europa spelen in de aanpak van de economische crisis?
Sommigen grijpen de crisis aan om het einde van de vrije markt en het vrije ondernemerschap in te luiden. Vooral socialisten beweren dat de vrije markt deze crisis heeft veroorzaakt. Dat is niet waar. De crisis begon in de zomer van 2007, toen Amerika een Stevaert-koers volgde op mega-schaal, met gratis hypotheken voor grote huizen. Miljoenen burgers maakten aanspraak op dit gratisbeleid: geld had geen waarde en huizenprijzen stegen. Amerikaanse politici verspreidden de illusie dat velen rijk konden worden zonder te werken. Amerika socialiseerde de onderkant van de huizenmarkt, als deel van sociaal beleid. Dit was onhoudbaar.
Wat moet Europa doen? In de eerste plaats de banksector weer op de been brengen omdat die met kredieten voor de bloedsomloop van de economie zorgt. Daarom worden gifkredieten het best in quarantaine gezet bij een apart fonds bij de Nationale Banken van lidstaten, onder toezicht van de Europese Centrale Bank. Banken kunnen dan weer met vertrouwen geld uitlenen. Daarna moeten de EU-lidstaten komen met gecoordineerde lastenverlagingen voor bedrijven zodat deze door de crisis komen en weer de zuurstof.
Daling van de fiscale druk is de oplossing; niet het aangaan van schulden (1000 tot 4000 miljard euro!) via euro-obligaties zoals Guy Verhofstadt wil. Europa moet geen schuldenberg gaan opbouwen want we zien in Belgie waartoe dat heeft geleid. We hebben de volgende generatie al opgezadeld met een Belgische schuldenlast. Daar moet geen Europese bijkomen. Een ‘Europese Guy Mathot' betekent het einde van de euro, en daarmee van de Europese Unie.
3) Waarom ligt niemand wakker van de Europese verkiezingen? En is dat een probleem?
Europees beleid is binnenlands beleid en gaat de burger heel veel aan. De meeste wetgeving die wordt uitgevoerd door de Belgische of Vlaamse overheid komt uit de EU. Maar de bureaucratische molen van de EU heeft de neiging zich bezig te houden met de kleinste details waarover Europese Commissie, Europees Parlement en Raad van Ministers eindeloos vergaderen, terwijl deze instellingen bijvoorbeeld de kredietcrisis uit Amerika niet zagen aankomen. Zij verliezen zich in details zoals de vorm van bananen (recht of krom) of de maten van jampotten bij artisanale produktie. Die regelzucht komt vanuit de mentaliteit die een ultieme uniformiteit nastreeft. ‘Brussel' weet alles beter. In plaats van kaderrichtlijnen die werken met het principe van ‘wederzijdse erkenning' heeft de EU de neiging de 27 lidstaten met detailwetgeving te harmoniseren. Dit leidt tot een nieuwe betutteling.
Als Europese burgers al mogen stemmen, moeten ze net zo vaak stemmen tot ze ‘Ja' zeggen. De Europese elite aanvaardt geen ‘Neen'. Kritische vragen mogen niet worden gesteld en het eurofederalisme maakte na de ‘neen' stemmen zijn eigen cynisme: de Europese burger was dom en moest niet worden verveeld met te veel informatie.
4) Wat is het belangrijkste dat het Europees parlement de afgelopen vijf jaar heeft verwezenlijkt en wat is uw strijdpunt voor Europa?
Het Europees Parlement heeft de voorbij jaren wel een aantal goede stappen gezet in de afronding van liberaliseringen in de post- en transportsector.
Daarentegen heeft het Parlement de dienstenrichtlijn gedemonteerd tot een auto zonder motor. Dat is jammer want Vlaamse kmo's hebben veel belang bij een eengemaakte Europese dienstenmarkt die nu al 70 procent van de Europese economie omvat. Diensten exporteren vanuit Vlaanderen blijft nu duur. Ook heeft het Europees Parlement ingestemd met de invoering van een ‘Eurovignette' waardoor de lastendruk van Vlaamse transporteurs is verhoogd. In dit dossier hielp de liberale groep de linkse partijen in het Parlement aan een meerderheid. Bovendien houdt het Parlement zich te veel bezig met pietluttigheden.
Hopenlijk is het mogelijk in het nieuwe parlement een ‘eurorealistische groep' te vormen die zich richt op een Europa van kerntaken (economisch-monetaire zaken, transport, energie, immigratiebeleid) en die zich keert tegen betuttelende wetgeving. Bij elk voorstel moet er een ‘anti-betuttelingstest' komen om de EU af te houden van muggenzifterij.
