Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Verschenen

Vlaamse regering doet chauffeurs meer betalen (Het Laatste Nieuws pag. 4 22/05/2013)

22/05/2013 09:20 - Verschenen

4,2% MEER OPBRENGST UIT VERKEERSBELASTINGEN IN 1 JAAR

De Vlaamse ministers zijn géén haar beter dan de federale in het invoeren van verkapte belastingverhogingen Lode Vereeck (LDD). Dit is geen verhoging, maar gewoon het gevolg van een betere inning en de indexering
Philippe Muyters (N-VA).

Vlaamse chauffeurs hebben vorig jaar 1,29 miljard euro verkeersbelastingen betaald aan de Vlaamse schatkist. Dat is 40 miljoen meer dan in 2011. "De gemiddelde taksen op personenwagens zijn onder N-VA-minister Muyters in één jaar met 4,2% gestegen", hekelt Vlaams Parlementslid Lode Vereeck (LDD). "Ook de Vlaamse regering is dus een belastingregering." Volgens Muyters zijn de hogere inkomsten het gevolg van een betere inning, niet van hogere tarieven.

Koning auto neemt een alsmaar grotere hap uit het gezinsinkomen. Niet alleen aan de pomp, maar ook via de verkeersbelastingen. Jaar na jaar gaat de staat met een groter deel van de koek lopen. En sinds 2011 is dat niet langer de Belgische fiscus, maar de belastingdienst van de Vlaamse regering. Die werd twee jaar geleden bevoegd voor de inning van de jaarlijkse verkeersbelasting en de belasting op inverkeersstelling (kortweg BIV) die de eigenaar moet betalen bij de inschrijving van een wagen. Die verkeerstaksen leggen de Vlaamse regering geen windeieren.

Miserietaks

De BIV leverde de Vlaamse schatkist vorig jaar 206,6 miljoen euro op voor de inschrijving van 625.984 nieuwe- of tweedehandsvoertuigen. Dat is gemiddeld 330 euro per wagen. Tegelijk moesten ruim 4,2 miljoen Vlaamse automobilisten in 2012 jaarlijkse verkeersbelasting betalen op hun voertuig. Dat bracht een slordige 1,04 miljard euro in het laatje. Of ruim 248 euro per wagen. "Voeg daar nog 47,9 miljoen euro aan belastingen van 2012 die nog niet betaald zijn aan toe en je komt samen op 1,29 miljard", zegt Lode Vereeck, fractieleider van LDD in het Vlaams Parlement. "Dat is 40 miljoen méér dan het jaar voordien en evenveel als de opbrengst van de fel omstreden miserietaks (te betalen bij echtscheidingen)." De stijging komt helemaal op conto van de jaarlijkse verkeersbelasting. Want de opbrengst van de inschrijvingstaks of BIV is met 7,6% gedaald van gemiddeld 357 euro naar 330 euro per voertuig. Dat is een gevolg van de "vergroening" van de BIV die Vlaams minister van Financiën Muyters heeft doorgevoerd. Daardoor hangt de inschrijvingstaks niet langer af van het vermogen van de wagen, maar van milieukenmerken zoals de CO2-uitstoot.

Twee maten

"Maar wat minister Muyters met de ene hand geeft, neemt hij met de andere terug", zegt Lode Vereeck. "Want de jaarlijkse verkeersbelasting is met 5,5% gestegen van gemiddeld 236 naar 248 euro per auto. En die belasting betaal je elk jaar opnieuw. Die voel je dus veel harder in je portemonnee." Daardoor heeft de Vlaamse regering vorig jaar alles samen 306 euro per wagen geïncasseerd, of in totaal dus 4,2% méér. "Na de afschaffing van de jobkorting en de miserietaks is dat alweer een verkapte belastingverhoging van de Vlaamse regering", zegt Vereeck. "Het is de zoveelste financiële kaakslag voor de werkende Vlaming. En dat door een minister van een partij die voortdurend staat rond te bazuinen dat de federale regering een belastingregering is. De Vlaamse regering is géén haar beter. N-VA werkt met twee maten en twee gewichten. Luister naar mijn woorden, maar kijk niet naar mijn daden." Vlaams minister Muyters bevestigt dat de inkomsten van de verkeersbelastingen in 2012 significant zijn gestegen. Al ontkent hij in alle toonaarden dat ze zijn verhoogd. "De stijging van de inkomsten is vooral het gevolg van een betere inning, niet van tariefverhogingen", benadrukt zijn woordvoerder. "We hebben de BIV vergroend, maar globaal is er zeker geen stijging. En de jaarlijkse verkeersbelasting hebben we in 2012 enkel geïndexeerd. Dat verklaart een deel van de stijging."

© 2013 De Persgroep Publishing

Het Laatste Nieuws, pag. 4