Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Opinies

Vervang ontwikkelingshulp door handel

15/11/2009 23:16 - Opinie - Ontwikkelingssamenwerking

Critici noemen zijn discours over ontwikkelingssamenwerking populistisch, maar Derk Jan Eppink verweert zich in De Standaard.

"Ik word niet gemotiveerd door populisme, maar door de hoop dat Afrikanen voor zichzelf kunnen opkomen. Ongeveer 40procent van alle militaire uitgaven in Afrika komt uit ontwikkelingshulp."

(...)

In hun reactie op mijn artikel over het effect van ontwikkelingsamenwerking (DS 6 november) reageren Europarlementslid Bart Staes (Groen!) en de algemeen secretaris van 11.11.11, Bogdan Vanden Berghe, dermate gebeten dat dit om een gepast antwoord vraagt. De reactie van Europees Commissaris De Gucht (Open VLD) is zakelijk.

Mijn kritiek op de uitvoering van de Europese ontwikkelingsamenwerking is niet verzonnen, maar gebaseerd op een rapport van het Europees Rekenhof. Daarenboven geeft De Gucht toe dat in het Europees ontwikkelingsbeleid 'de versplintering de spuigaten uitloopt'. Waarvan akte.

Ik citeer enkel de conclusies van het Europees Rekenhof, maar dat neemt niet weg dat Staes mij een populist noemt. Zelf noemt hij het rapport niet, hoewel hij in het Europees Parlement rapporteur is voor dit onderwerp. Maar misschien ziet hij het Europese Rekenhof als een populistische instelling.

Vanden Berghe zegt dat de ngo's 0,9 miljard euro krijgen en dat dit 'een schijntje' is in vergelijking met de totale Europese begroting voor het hulpbeleid van 49 miljard euro. Dit is feitelijk onjuist, want dit zou betekenen dat het EU-budget voor hulp bijna even groot is als dat voor landbouw of regionaal beleid.

De 915 miljoen euro aan hulpbeleid die in 2007 via ngo's werd besteed, is ongeveer 10procent van een jaarlijkse EU-begroting voor hulp. Vreemd dat 11.11.11 zo'n groot bedrag 'een schijntje' noemt.

Tevens verdedigt Vanden Berghe dat 25 procent van de begroting van 11.11.11 opgaat aan politiek lobbywerk. Ik vind dat veel, zeker als men pretendeert de armen rechtstreeks te helpen. Dat is de suggestie die men oproept bij de vrijwilligers die geld verzamelen in Vlaanderen. Met Staes als loyale spreekbuis heeft 11.11.11 eigenlijk geen verdere lobby meer nodig om aan geld te komen.

Staes zegt dat de ontwikkelingsdeskundige Paul Collier de Zambiase criticus Dambisa Moyo heeft laten vallen. Dat is niet waar. Collier doet er nog een schepje bovenop. In zijn boek The Bottom Billion (2008) stelt Collier dat 11 procent van ontwikkelingshulp naar militaire doeleinden gaat. Ongeveer 40 procent van de totale militaire uitgaven in Afrika komt uit ontwikkelingshulp.

Dat is een bittere vaststelling.

De leiders van Oeganda en Rwanda, tot voort kort troetelkinderen van de hulpdonors, bouwden zelfs een regionale militaire macht op. Volgens de Antwerpse econome Catherine André ging alleen al volgens officiële cijfers twee derde van de binnenlandse inkomsten van Rwanda op aan militaire uitgaven.

Het belangrijkste kritiekpunt van het Europees Rekenhof laten Staes en Vanden Berghe achterwege: de povere duurzaamheid van de projecten. Dat is een groot probleem. De Gucht erkent dit. Hij zegt dat hulp alleen zin heeft als het ondersteunend werkt.

Maar Mozambique krijgt 98procent van zijn bnp uit ontwikkelingshulp. Somalië 59procent en Guinee-Bissau 52procent. In plaats van zelfredzaamheid genereert men daar afhankelijkheid. Dat is een structureel ongezonde toestand.

Daarom is het merkwaardig dat Staes mij ervan beschuldigt dat ik niet geloof in de maakbaarheid van de samenleving. Dat heb ik nooit gezegd. De maakbaarheid van de samenleving is 'beperkt', zeker als men dat doet op duizenden kilometers afstand vanuit Brusselse bureaus. De Gucht stelt dat een Europees land actief is in gemiddeld 73 ontwikkelingslanden.

We willen inderdaad te veel tegelijk.

Met onze 'maakbaarheidsutopie' maakt Europa veel kapot in Afrika, zij het met goede bedoelingen. Afrika heeft handel en investeringen nodig vanuit Europa, geen collectief medelijden.

De EU moet een economische vrijhandelszone oprichten met Afrika, waarbij ook de tariefmuren tussen Afrikaanse landen verdwijnen.

Ik ben het met De Gucht eens dat de EU niet plotsklaps alle hulp kan afschaffen. Ik vind echter dat we die hulp in een periode van 20 jaar geleidelijk moeten afbouwen, en vervangen door handel en productieve investeringen.

In Afrika staan nieuwe intellectuelen op, Afrikanen, die het hulpbeleid bekritiseren. Ik begrijp dat, want in tegenstelling tot Staes ben ik vaak in Afrika geweest. Ik heb gezien hoe Zimbabwe door een kleine regerende elite is afgebroken.

Ik word niet gemotiveerd door populisme, maar door de hoop dat Afrikanen voor zichzelf kunnen opkomen.

Naast Moyo zijn er anderen, zoals de Keniaan James Shikwati, de Ghanees George Ayittey en de Keniaan Peter Kibas. Deze Afrikanen weten meer van Afrika dan Staes en Vanden Berghe samen.

 

(c) DERK JAN EPPINK