Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Opinies

Sportrecht, tegelijk eenvoudig en complex

03/09/2009 17:16 - Opinie - Sport

'Rekening houdende met de aard van de overtreding riskeert Witsel ook een strafvervolging voor de correctionele rechtbank', argumenteerde de Gentse advocaat Kristiaan Vandenbussche gisteren op deze pagina's. Advocate Lut Wille reageert: 'Vandenbussches redenering kan niet worden gevolgd, wat niet wil zeggen dat hij ongelijk heeft.'

'Sportrecht' kan vergeleken worden met een boksmatch in een boksring. Daarin mogen of beter moeten de boksers op elkaar slaan, maar niet onder de gordel of met de blote vuisten. Ze mogen enkel boksen conform de boksregels. Buiten de boksring mogen de boksers niet op elkaar slaan, anders riskeren ze een strafvervolging. Binnen de boksring fungeert het sportrecht afgelijnd en ingeperkt door de sportspecifieke regels en de sporters zullen daarop worden beoordeeld.

Buiten de boksring wordt iedere sporter een gewone burger, onderworpen aan het gemene recht. Maar als de bokser binnen de boksring de sportspecifieke regels overtreedt, komt ook het gemene recht om de hoek meeloeren.

De redenering van Meester Vandenbussche in zijn bijdrage van 2 september kan niet worden gevolgd, wat evenwel niet wil zeggen dat hij ongelijk heeft. Het is een kwestie van interpretatie.

Sportrecht en zijn rechtvaardigingsgronden spruiten niet enkel voort uit artikel 70 van het strafwetboek dat bepaalt dat er geen misdrijf is wanneer het feit door de wet voorgeschreven en door de overheid bevolen is en artikel 1966 B.W. voorziet niet in een wettelijk voorschrift dat sportbeoefening in principe straffeloos maakt.

Slechts enkele wettelijke bepalingen laten straffeloosheid toe of toch een zekere immuniteit, zoals bijvoorbeeld ten gevolge de reglementering op het organiseren van wielerwedstrijden op de openbare weg. Het is nogal wiedes dat tijdens een wielerwedstrijd noch de wielrenners of de volgwagens een snelheidsboete zouden oplopen wegens het overschrijden van een plaatselijke snelheidsbeperking, wat evenwel niet wegneemt dat bij een eventueel ongeval tijdens de wedstrijd de zorgvuldigheidsnorm wel onderzocht zal worden, wat dan weer aanleiding kan geven tot een strafrechtelijke vordering.

'Sportrecht' is tegelijk eenvoudig en complex. Wat niet mits toepassing van artikel 70 van het strafwetboek gerechtvaardigd kan worden, wordt gedoogd binnen de contouren van het 'sportrecht'.

De vergelijking met een chirurg, die 'ongestraft' slagen en verwondingen toebrengt bij een operatie, kan enkel maar worden gemaakt voor zover het toebrengen van slagen en verwondingen een onderdeel uitmaakt van het sportgebeuren, zoals bij het boksen het geval is, en dan nog op voorwaarde dat die slagen zijn toegebracht binnen de boksring en conform de sportspecifieke regels, maar gaat absoluut niet op voor het beoordelen van het voetbalincident van vorig weekend.

Het toebrengen van slagen en verwondingen is niet inherent aan de voetbalsport en een 'dader' gaat niet automatisch strafrechtelijk vrijuit omdat de gevolgen eigen zouden kunnen zijn aan de normale risico's van de sport. De rechtszaak Lozano - Desloover, waar de laatste dagen veelvuldig naar verwezen wordt, heeft bijna alle gerechtshoven van België gezien vooraleer er een uitspraak viel. De uiteindelijke uitspraak lastens of ten voordele van Desloover kan niet zomaar geprojecteerd worden op het gedrag van Witsel. Evenmin kunnen de gevolgen van vorige zondag bezwaarlijk gecatalogeerd worden als een normaal te aanvaarden risico puur op grond van jurisprudentie.

In casu dienen de feiten in zijn geheel onderzocht te worden en mag en kan er niet enkel vertrokken worden vanaf de (zeer zware) gevolgen. Want bij de redenering dat de gevolgen al dan niet behoren tot de normale risico's van een sport, vertrekt men van de gevolgen en niet van de oorzaak. Het staat buiten discussie dat een trap op een onderbeen geen inherent deel uitmaakt van de sportspecifieke voetbalregels. Evenmin doet het er in eerste instantie toe of een trap op het onderbeen een te verwachten risico is. Dit is een brug te ver en gaat voorbij aan de elementaire volledige ontleding van het feit zelf.

Ook bij een contactsport zoals het voetbal er één is, dient in allereerste instantie na een incident zoals dat van vorige zondag, de volgende vraag gesteld te worden: heeft Witsel een opzettelijke of een onopzettelijke fout begaan? That's the question. Al de rest volgt uit het antwoord op die vraag.

Het toebrengen van slagen en verwondingen is niet inherent aan de voetbalsport en een 'dader' gaat niet automatisch strafrechtelijk vrijuit 

© Lut Wille, Advocaat bij de balie van Brugge, Bondsprocureur bij de Vlaamse en Koninklijke Belgische Wielrijdersbond en parlementair raadgever van Ulla Werbrouck (LDD)