Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Opinies

Sporten in een papiermolen

16/09/2009 16:32 - Opinie - Sport - Vlaams

Bloso en de Vlaamse Sportfederatie organiseren deze week de "Week van de sportclub". Met de slogan "Wij willen je erbij" hopen ze de Vlaming aan te zetten tot sporten.

In tien jaar tijd hebben echter vierhonderdduizend Vlamingen de sportclub de rug toegekeerd.

Ulla Werbrouck en Lut Wille leggen in een opiniestuk de oorzaken hiervan bloot.

Sporten in een papiermolen

Van 12 tot 20 september organiseren Bloso en de Vlaamse Sportfederatie de "Week van de sportclub". Met de slogan "Wij willen je erbij" hopen ze de Vlaming aan te zetten tot sporten, want "uit onderzoek weten wij met zekerheid dat enkel regelmatig sporten kan leiden tot een betere fysieke fitheid van de Vlaamse bevolking," schrijft Bloso.

Bloso heeft berekend dat er in Vlaanderen om en bij de 1,1 miljoen sportbeoefenaars zijn  aangesloten bij een sportvereniging.  Op het eerste zicht indrukwekkend, tenzij je weet dat er in 1997 meer dan 1,5 miljoen sportbeoefenaars waren aangesloten.

Vierhonderdduizend Vlamingen die in 10 jaar de sportclub de rug hebben toegekeerd. Wat is er aan de hand? Waar loopt het fout de afgelopen jaren?

Papiermolen

Lange tijd was sport in politiek Vlaanderen een pietluttig onderdeel van het beleidsdomein cultuur.  Sinds de benoeming van een Minister van Sport in 1999 wordt ze minder stiefmoederlijk behandeld.

Integendeel, in de vorige legislatuur steeg het budget voor het Vlaamse sport-voor-allen beleid van 37,5 miljoen naar 65,2 miljoen euro. 

Maar samen met een stroom van subsidies voor de sportsector kwam ook de reglementeringsdrift op gang. De sportcodex met Vlaamse regelgeving was in begin van de jaren negentig nog flinterdun. Nu is ze uitgegroeid tot een vuistdikke codex. En daarnaast schoten ontelbare instanties die dachten iets te weten over sport als paddenstoelen uit de grond.

Zo is het sportbeleid verzand in een kluwen van overlegplatformen, stuurraden, stuurgroepen, task forces, departementen, Iva-rp, sportraden, adviesorganen, Staten-Generaals, studiegroepen, steunpunten, federaties, overkoepelende instanties, wetenschappelijke studies, eindrapporten, onderzoeksrapporten,..... Eén groot sportinstantiemonster met ontelbare tentakels.

Wat een individuele sportbeoefenaar of een plaatselijke club wilt of nodig heeft, is in dit sportbeleid al lang niet meer aan de orde.

De plaatselijke sportclub wordt allang niet meer gehoord in zijn grieven.  En toch zijn die eenvoudig:  minder paperassen en een eenvoudige reglementering die is aangepast aan de noden van een sportclub, om sport aan te bieden aan 'iedereen', tegen een democratische prijs.

Die administratieve overdaad  leidt ons tot waar we nu zijn beland: sterk verminderde aansluitingen in sportclubs, een stijgend kostenplaatje en massa's papierwerk  voor de modale sportclubs.

Trainers, the men in black.

In die onwezenlijke papiermolen steekt nog een ander pijnpunt, dat het enthousiasme van spelers en clubs te snel bekoelt, dat is het inzetten van de trainers. Aangepaste training is de essentie van elke opleiding, of het een technische sport is of niet.

Met de kwaliteit van hun trainers kunnen clubs zich onderscheiden. Maar de modale sportclub heeft alle moeite om elk jaar opnieuw voldoende capabele mensen te vinden die vele avonden van hun schaarse vrije tijd voor een aalmoes willen opofferen voor een club.

En voor de clubs is het inschakelen van genoeg degelijke trainers dikwijls  onbetaalbaar. Sinds jaar en dag moet er gefoefeld worden om de trainers uit te betalen. En de eerlijkheid gebiedt ons vast te stellen dat het merendeel van de trainers uit pure en verschoonbare noodzaak in het zwart wordt uitbetaald.  

De Vlaamse beleidsverantwoordelijken weten dit. Toch sluiten ze hun ogen.

Zo deed de Vlaamse Trainersschool, die onder Bloso ressorteert, in 2004 een rondvraag bij de meer dan 20.000 gekwalificeerde trainers. Haar congresboek ' Dag van de Trainer' leert ons dat 30,36 percent van de trainers verklaarde 0 euro te ontvangen, 22,86 % spreekt van een onkostenvergoeding en 12,46 % van een kilometervergoeding. De overige 34,33 %  zeggen dat ze worden verloond per uur.  Maar schrijnend is dat slechts 2,21 % van diezelfde bevraagde trainers verklaart een  arbeidscontract te hebben!

Wie denkt dat aan dit duidelijk structureel probleem iets wordt gedaan, vergist zich. De cijfers werden in de kast gelegd. Het congresboek oogde mooi, maar de jaren gingen voorbij. Nieuwe congresdagen volgden, tot eind december 2008 doodleuk werd verteld werd dat de trainer zich als vrijwilliger moest laten inschrijven.

Dit is je reinste verkrachting van de wet op de vrijwilligers, omdat hij in realiteit alleen uit noodzaak, en nog verkeerdelijk wordt toegepast als enig alternatief voor betaling in het zwart. Terwijl andere trainers  als schijnzelfstandige worden tewerkgesteld.

Op die manier worden tienduizenden trainers en clubs gedwongen met de bibber op het lijf de wet te overtreden en om zo inventief mogelijk te foefelen. Maar de beleidsverantwoordelijken en in hun zog de ontelbare sportinstanties steken hun kop nog altijd in het zand.

Uit een soort 'politieke correctheid ' weigert iedereen om constructief, eventueel over de partijgrenzen heen, mee te werken aan een volwaardig en werkbaar statuut voor de trainer. En toch zitten er met hun neus recht op, zodat het eigenlijk verglijdt naar 'politieke corruptie'. De  sportinstanties laten hun sector wetens en willens aan hun 'illegaal' lot over. 

Toch is het eenvoudig om aan alle trainers die na hun hoofdactiviteit bij een sportclub helpen een volwaardig statuut te geven. Schaf de dubbele sociale bijdragen die nu worden geheven op de verloning van een trainer na zijn uren, af en herleidt het belastingtarief naar maximaal 16,5% onder een inkomstenplafond. Iedereen tevreden, geen reden meer tot zwartwerk, geen noodzaak meer om gebruik te maken van  nepstatuten.

Dit komt de sport voor allen werkelijk ten goede. Trainers worden met een deftig statuut gewaardeerd, wat hen dan opnieuw motiveert. En de clubs hebben geen enkele reden meer om geen extra degelijke trainer meer aan te nemen. Op die manier verhoogt de kwaliteit van het sportaanbod. De liefhebbers, de sportlui die willen leren, zullen wel volgen.

 

© Ulla Werbrouck, Vlaams Volksvertegenwoordiger, Indiener op 5 december 2008 van het wetsvoorstel Statuut voor de trainer

Lut Wille, Advocaat bij de balie van Brugge, Bondsprocureur bij de Vlaamse en Koninklijke Belgische Wielrijdersbond en parlementair raadgever van Ulla Werbrouck (LDD).