Het pensioendebat is al jaren verwaterd tot halve waarheden en valse beloftes. Het walmt naar oplichting. Het Zilverfonds van Johan Vande Lanotte was een marketingstunt met virtueel geld. Pensioenkassen van overheidsinstellingen werden geplunderd bij de NMBS, BIAC, Belgocontrol en Belgacom (5 miljard euro) om het gat in het bodemloze vat van de begroting te camoufleren. De toekomstige pensioenlasten van deze parastatalen werden zo doorgeschoven naar de belastingbetaler. De pensioenvorming is gedegradeerd tot een georganiseerde manier van desinformatie. Enkele voorbeelden: het afkopen van studiejaren zou na drie jaar renderen, voor veel gepensioneerden klopt dit niet. Zullen vijftigplussers die werkloos worden nu al of niet minder pensioen krijgen en voor hoelang nog? Oud is out op de arbeidsmarkt, vraag het maar aan ING. Wie lang werkt en dan werkloos wordt, verliest. Wie lang werkloos is en dan even werkt, wint. Wat met de zware beroepen? Wie gelooft die mensen nog? De rookmachine draait op volle toeren, ondertussen vraagt men zich af waar die ontevredenheid vandaan komt. We hebben de laagste pensioenen van Europa, maar blijven kampioen in de disciplines belastingen betalen en lasten op arbeid.

Ons pensioenstelsel is een piramidesysteem: wie het eerst ingestapt is, is gelukkig.

Zo'n 10.453 Belgen zijn al meer dan 20 jaar werkloos, waarvan nauwelijks 9 procnte of 964 "werkzoekenden" in Vlaanderen, maar wie zijn ganse leven gestempeld heeft, krijgt een hoger pensioen dan een zelfstandige die zijn ganse loopbaan braafjes al zijn bijdragen heeft doorgestort. Arbeid adelt niet. Dertig procent van de pensioenmassa is zelfs opgebouwd uit de gelijkstelling voor niet-gewerkte jaren! Een man heeft een gemiddelde loopbaan van 42 jaar en daarvan is 30 procent gelijkgesteld. Bij de vrouwen is het 36,6 jaar waarvan 37 procent gelijkgesteld. Zelfs het ABVV geeft deze anomalie toe. Het gemiddeld pensioen van een ambtenaar bedraagt 2.635 euro per maand, van een werknemer 1.207 en van een zelfstandige 807 euro, en dan moet de fiscus nog aan de tafel van magere Hein passeren. Wie geen eigen afbetaalde woning bezit is tot de bedelstaf veroordeeld. De ambtenarenpensioenen zijn op 10 jaar tijd met 33% procent gestegen, van 2,4 procent van het BBP in 1995 naar 4 procent in 2015. In dat laatste jaar waren er zelfs 9.595 pensioenen van meer dan 5.000 euro p.m. (gemiddeld 5.786 euro) Als je dan nog bedenkt dat 51,9 procent van de tewerkstelling in Wallonië bij de overheid gebeurt, dan begrijp je waarom de miljardenstroom aan transfers naar het zuiden van ons land incontournable blijft. Zelfs de Vlaams-nationalistische N-VA houdt de communautaire lippen strak op elkaar.

De babyboomers hebben massaal gewerkt en zich blauw betaald aan bijdragen, ze lachen echter groen met hun pensioen.

Als het over de nivellering van de pensioenen gaat wil echter niemand afstand doen van zijn voorkeurrechten. Verworven pensioenrechten zijn blijkbaar voor de eeuwigheid. Journalisten krijgen bijvoorbeeld tot een derde meer pensioen dan andere burgers uit de privésector. De reden is een compensatie voor het gemis aan pensioenopbouw gedurende de oorlogsjaren in WO I en WO II omdat ze niet wilden collaboreren. Behalve vergissing mijnentwege zijn al deze moedigen ondertussen vreedzaam gesneuveld.

Een gunstregime met een uitstapleeftijd van 59 jaar voor een kleine groep politieagenten werd na een oekaze bij het Grondwettelijk Hof uitgebreid naar het volledig korps in 2015. Een tournee génerale van hun voogdijminister Jan Jambon. Jan Modaal mag ondertussen tot op zijn 67-ste zijn werkkiel aantrekken. De overheidsvakbonden daarentegen bepalen zelf wanneer ze er de brui aan willen geven. De zwijgende meerderheid die niet tot een machtige overheidssector behoort valt tussen de plooien, en krijgt een overlevingspensioentje dat meestal amper de helft is van die van een staatambtenaar. Alhoewel, niet de ambtenaar is te veel betaald, maar de werknemer te weinig.

Nagenoeg iedereen is er van overtuigd dat zijn eigen beroep het zwaarst is.

De lakmoesproef moet nog komen. Met het toekennen van een voorkeursbehandeling voor zware beroepen zal minister Daniel Bacquelaine de doos van Pandora en van de willekeur openen. Het pensioengeklungel wordt lethargisch. Nagenoeg iedereen is er immers van overtuigd dat zijn eigen beroep het zwaarst is. De discussie is eindeloos. Het huidige systeem beloont al onregelmatigheid, van nacht- tot weekendwerk, en het levert al allerhande compensaties op zoals rusttijden en extra verlof. Burn-out is gedegradeerd tot een beschavingsziekte. Is de job van kraanman even zwaar als die van stukadoor? Is de baan van een kleuterjuf even belastend als die van een regent lichamelijke opvoeding, of als die van een achturige werkweek van een professor? Gaat het om fysiek labeur of om de stress die aan je vreet? Zwaar is meestal hoe men de job ervaart. Wie de beste lobbymachine heeft, of wie de politieke wereld kan gijzelen zoals de politie, de loodsen, de verkeersleiders of de treinbestuurders mag het vlugst op rust. De metser...hij metste voort.

Onze Zweedse regeringscoalitie zou een pensioenreisje naar Zweden goed kunnen gebruiken. Volgens Eurostat werkte een Belg in 2012 nog 10 jaar minder dan een Zweed. De werkzaamheidsgraad ligt er 13 procent hoger dan in België. Er zijn geen erfenisrechten te betalen en het weduwenpensioen bestaat er niet, omdat de vrouwen er zo geëmancipeerd zijn dat ze zelf hun rugzakje meedragen voor hun oude dag. Een puntensysteem voor de pensioenberekening met een sterk gereduceerd coëfficiënt voor gelijkgestelde periodes zou hier al een goede aanzet zijn. Het is echter niet de leeftijd die telt, maar het aantal kilometers op de teller. Wie 40 jaar werkelijk bijgedragen heeft aan ons sociaal systeem (vandaag is dat amper gemiddeld 32 jaar!), moet recht hebben op een basispensioen dat dan stelselmatig wordt verhoogd. Iedereen gelijk voor de (grond)wet. 

Jean Marie Dedecker