Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Persberichten

Opinie: Inbrekers kiezen kleine gemeenten als werkterrein en dat is geen toeval!

17/08/2015 08:00 - Persbericht

Peter Reekmans de auteur van deze opinie is Burgemeester van Glabbeek, gewezen Volksvertegenwoordiger en gewezen LDD-Fractievoorzitter in het Vlaams Parlement

In de gemeente Glabbeek was er begin deze zomer een ware inbrakenplaag die door fors opgedreven politiecontroles en oproepen tot enorme waakzaamheid bij de bevolking intussen ingedijkt werd. Maar de inbrakenplaag verplaatst zich vandaag continue naar andere kleinere landelijke gemeenten in gans Vlaanderen. Inbrekers kiezen de laatste periode duidelijk meer en meer kleinere gemeenten als werkterrein. De lokale politiediensten die meer dan hun best doen in deze strijd tegen de oprukkende georganiseerde inbrekersbendes die Vlaanderen teisteren staan hier vandaag gewoon machteloos tegenover. Het is dweilen met de kraan open en als burgemeester kan je enkel inzetten op meer (tijdelijke) politiecontroles, sensibilisering van de bevolking om waakzaam te zijn en inbraakpreventie. In Glabbeek voerde we zelfs een nieuwe gemeentelijke premie in om oudere woningen te beveiligen en afwezigheidstoezicht van de politie als inwoners op vakantie zijn. Beide maatregelen zijn intussen een enorm succes, maar ondanks deze inspanningen die voor de gemeente een fors kostenplaatje hebben neemt het onveiligheidsgevoel toch dag na dag toe bij heel wat inwoners. Mensen beginnen zich steeds minder veilig te voelen in hun eigen woning en dat is onaanvaardbaar. Deze vorm van onveiligheidsgevoel is een nieuw fenomeen dat op korte termijn enorm is toegenomen in vooral kleinere gemeenten die duidelijk in het vizier genomen worden door goed georganiseerde en professionele inbrekersbendes.

 

Amper aandacht voor kleinere gemeenten

Om deze inbrakenplaag echt te kunnen aanpakken moet de federale regering eindelijk eens wakker worden en aandacht hebben voor de huidige realiteit. Het groot probleem is dat het strategisch plan van de federale regering inzake preventie en veiligheid 2014-2017 voornamelijk gericht is op steden en grotere gemeenten. Het veiligheidsfonds van Binnenlandse Zaken wordt vandaag enkel gebruikt voor steden en gemeenten te ondersteunen in hun algemeen preventieve werking. Concreet betekent dit o.a. de financiering van strategische plannen, preventieambtenaren, stadswachten, burgerinformatiediensten (BIN),... Op basis van aantal inwoners, de voorgestelde acties en criminaliteitscijfers kan een gemeente beroep doen op dit fonds. Het zijn de steden en de grotere gemeenten die elk jaar opnieuw met de grootste hap uit dit budget gaan lopen, terwijl de kleinere gemeenten gewoonweg niet het personeel hebben om deze subsidiedossiers voor te bereiden en hierdoor al lang in de kou zijn blijven staan. Dan moeten we inderdaad niet verschieten dat de onveiligheid deze dagen net enorm toeneemt in de kleine gemeenten. In 2013 werd er 15.103.000 euro uitgedeeld aan de steden en enkele grotere gemeenten voor de ondersteuning van hun veiligheidsplannen en in 2014 was dit zelfs 14.899.000 euro. Want laat ons eerlijk zijn al deze preventieplannen kosten niet alleen handenvol geld, niemand gelooft er in en toch durft niemand dit af te schaffen. Dit veiligheid- en preventiebeleid dateert van in de beginjaren van Paars en is vandaag totaal achterhaald beleid, anno 2015 ziet de wereld er trouwens helemaal anders uit dan toen. Kleinere gemeenten moeten steeds meer en meer betalen voor veiligheid maar krijgen er echter niets meer voor in de plaats. Het mooiste voorbeeld is de recente brandweerhervorming die alweer enorme besparingen oplevert voor de meeste steden, terwijl voor de kleinere gemeenten de brandweerfactuur gewoonweg verdubbelde zonder hiervoor maar iets meer in de plaats te krijgen.

Landelijk ANPR-netwerk

Als burgemeester stel ik daarom concreet voor om de middelen uit het veiligheidsfonds eindelijk ook eens te gaan aanwenden voor de kleinere gemeenten en voor echt accuraat politiebeleid. De politiek heeft steeds de mond vol van ANPR-camera's die door nummerplaatherkenning heel wat criminaliteit zouden kunnen detecteren en oplossen. Maar buiten enkele steden en gemeenten in de grensstreek zijn er amper gemeenten die ze vandaag hebben of wegens financiële redenen gewoonweg niet kunnen plaatsen en beheren. Ik pleit er daarom voor om de 117 politiezones in Vlaanderen federale steun te geven voor het uitrollen van een landelijk ANPR-netwerk naar analogie met Nederland waar men hiermee al lange tijd geleden mee gestart is. Het uitrollen van zo een ANPR-netwerk in Vlaanderen heeft een kostprijs van ruim 500.000.000 euro. Als je weet dat de FOD Financiën in 2014 maar liefst 428.536.832 euro heeft ontvangen door enkel de inningen van verkeersboetes dan is dit zeker een haalbaar en vooral betaalbaar voorstel. Men heeft vandaag trouwens wel middelen in overvloed voor trajectcontroles, een systeem dat een kostprijs heeft van 800.000 euro per locatie. Dan mogen mensen toch tenminste van een overheid verwachten dat deze niet alleen investeert in controles die vooral poen opbrengen voor de schatkist, maar er tenminste ook voor zorgt dat iedereen zich thuis terug veiliger kan voelen.

Het ANPR-netwerk uitrollen over gans Vlaanderen is de enige methode die snel effect zal hebben en de politie de mogelijkheid geeft om de rondtrekkende inbrekersbendes sneller te detecteren en op te sporen. Niet langer alleen investeren in veiligheid in onze steden, maar in alle dorpen van Vlaanderen is meer dan ooit nodig. De huidige inbrakenplagen in vooral kleine gemeenten bewijst dat inbrekers hier hun nieuw werkterrein gemaakt hebben enkel en alleen omdat de pakkans er gewoonweg veel lager is.

 

Peter Reekmans