Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Opinies

Onder Vrienden – Belgische pers is te dik met de uitvoerende macht

21/04/2009 11:59 - Opinie

Jean-Marie Dedecker controleert een minister en wordt aan de schandpaal genageld. Piet Deslé, communicatiemanager LDD, vindt het hemeltergend dat de echte interessante vragen niet gesteld worden, zoals 'wie werd beter van de sale-and-lease-backoperatie'? Daar zouden journalisten zich mee moeten bezighouden. Dat stelt hij in een opiniestuk in De Standaard.

(...)

De heisa rond het onderzoek van kamerlid Jean-Marie Dedecker naar de mogelijke betrokkenheid van een zittend minister bij de sale-and-lease-backoperaties van overheidsgebouwen onder het vorige paarse bewind roept vragen op rond de goede trouw van alle betrokken partijen. De goede trouw van de overheid zelf, van de uitvoerende macht, en van de controleurs van de vorige, de pers en de politieke oppositie.

Over de goede trouw van overheid en uitvoerende macht is het verhaal snel verteld. De commedia dell'arte die in de parlementaire onderzoekscommissie naar de scheiding van machten is opgevoerd door een vereende meerderheid en een verdeelde rechterlijke macht heeft er elke neutrale waarnemer van overtuigd dat het doel van dit onderzoek niet het vinden van de waarheid was. Daarvoor hadden eenvoudige opsporingstechnieken volstaan.

Maar in deze zaak is geen echt onderzoek gevoerd. Integendeel, de vraag van de oppositie om elementaire objectieve gegevens zoals data- en gsm-verkeer na te trekken, zijn kordaat afgewezen.

Vanuit het parlement hoeven de 'regenten' ten gronde dus niets te vrezen. Dan is er de pers, die deze dossiers op eigen houtje zou kunnen uitvlooien. Maar de inbreng van de journalisten beperkt zich doorgaans tot het toetsen van de mening van de ene aan de mening van de andere. En als die niet overeenstemmen concluderen ze dan vrolijk 'dat iemand heeft gelogen'.

Dit hoeft niet echt te verbazen als we de samenhang tussen de tweede, de uitvoerende macht en de vierde, de pers, in dit land kennen. Nergens gaat de politiek en de pers zo 'vriendschappelijk' met mekaar om. In Nederland is het ondenkbaar dat een journalist zijn premier aanspreekt met 'Jan Peter', en de fysieke afstand die journalisten in de Verenigde Staten moeten houden tegenover hun gezagsdragers spreekt zelf al boekdelen.

Niets daarvan in Vlaanderen, waar hoofdredacteurs als ghostwriter optreden voor toppolitici, waarvoor ze zelfs samen een leuke vakantie doorbrengen in Italië, waar topjournalisten hun afscheid van de job zelfs kunnen vieren op kosten van één of ander kabinet. De controle op deze collusie tussen pers en politiek dringt zich op, en laat ze maar samen een ernstig gewetensonderzoek maken, en ook enkele 'deontologische' afspraken maken, in het belang van de democratie en van de bevolking dan.

De Vlaamse pers heeft gekozen voor zelfregulering, en als een van de medestichters van de Vlaamse Raad voor de Journalistiek in 2002, blijf ik die oplossing verdedigen. Maar nu ik de afgelopen twee jaar de politiek van binnenuit heb leren kennen, treft het mij dat uitgerekend de journalisten die talloze keren voor de Raad worden gedaagd, net diegenen zijn die in politiek delicate dossiers nog hun nek durven uitsteken. Wie geen journalistiek risico durft te nemen, misdoet natuurlijk nooit.

Daarom hoop ik dat de Raad immer en altijd de vrijheid van meningsuiting voorrang zal blijven geven als hij moet oordelen over een 'gewaagde' zet van een collega.

De afweging die bij het gebruik van 'candid camera' wordt gemaakt is daarvoor een goede richtlijn. Verborgen camera is in principe verboden, maar wordt wel aanvaard als er belangrijke maatschappelijke belangen op het spel staan. Dit mag inderdaad de leidraad zijn, en die brengt ons naar de methoden die al dan niet zijn geoorloofd om onderzoek te voeren naar mogelijk machtsmisbruik of belangenvermenging van politici en ambtenaren.

Jean-Marie Dedecker had een tip ontvangen dat er iets niet pluis was met de reeks sale-and-lease-backoperaties die de begrotingen van Paars moesten in evenwicht houden. De formule zelf was al afgebrand door fiscalisten en specialisten in overheidsfinanciën, omdat de formule duurder is, en de begrotingen alleen tijdelijk opsmukt.

Als dan blijkt dat de operaties van miljoenen euro's worden opgezet met schimmige constructies waarvoor een eenvoudig telefoontje naar het kadaster geen soelaas brengt, als integendeel blijkt dat er een rist buitenlandse vennootschappen is ingeschakeld om de echte kopers af te schermen, dan volstaat een parlementaire vraag niet om de waarheid te achterhalen. Het stellen van de vraag zou trouwens al argwaan wekken.

Wie dan begaan is met de vraag waar het overheidsgeld naartoe gaat kan en moet een beroep doen op andere middelen. Het inschakelen van een detective is in die ingewikkelde context een logisch en trouwens courant middel, dat in talloze privédossiers wordt aangewend.

Dat een zittend Kamerlid naar deze procedures moet grijpen, zegt meer over het vertrouwen dat politiek en gerecht nog verdienen, dan over de gedrevenheid van de politicus.

Daarom mogen we hopen dat de actie van Dedecker, die gelekt is om hem te beschadigen, en waarover hij anders geen woord zou hebben gelost, bij de gerechtelijke overheden weer eens de lamp doen branden.

Zijn die offshore constructies echt nodig of geoorloofd voor het versassen van miljoenen overheidsgeld? Zijn er geen sporen van belangenvermenging? En wie is uiteindelijk rijker geworden door die sale-and-lease-backwinkel?

De echte vragen blijven weer open, tenzij er echte onderzoeksjournalisten opstaan, die ondanks de druk van hun eigen medium en van hun broodheren het aandurven verder te graven.

(c) Piet Deslé, communicatiemanager bij LDD, gewezen hoofdredacteur van de VMMA en medeoprichter van de Vlaamse Raad voor de Journalistiek.