Naast Rusland moet ook Vlaanderen verbannen worden van de Olympische Spelen in Rio. Althans als je de hitparade van onze noeste Vlaamse dopingjagers mag geloven. Niet minder dan 3.8 procent van de 2.400 sporters die in 2014 gecontroleerd werden, leverde een positief plasje op. Daarmee zijn we wereldkampioen. In Wallonië was het amper 1.6% op 1.120 controles, in Nederland 0.6% op 2.002, in de VS 0.7% op 7.167, en in China 0.4% op 13.180. In de schurkenstaat Rusland amper 0.9% op 12.556 controles. Ondertussen weten we hoe het Rode leger de statistieken manipuleert. Ze zijn niet alleen. Terwijl Jamaicaanse spurtbommen als Asafa Powell, Veronica Campbell-Brown en Yohan Blake internationaal tegen de dopinglamp vlogen, vonden de Jamaicaanse controleurs geen enkel positief geval op 347 testen. In Brazilië hetzelfde resultaat, maar de olijke carnavalisten voerden amper 14 controles uit op een gans jaar. Voor organiserende landen van een olympiade zijn dopingcontroles zelfkastijding van het patriottisme en dus te mijden. Sotsji is ondertussen gekend als hoogmis van de Russische farmacologie, maar toen de stalen van de Olympische Spelen '84 in Los Angeles opnieuw getest werden vond men zoveel groeihormonen dat men de deksels op de urinepotjes terug dichtdraaide. Van pispot naar doofpot. Het Spaanse mirakel van Barcelona '92 was een door de overheid gedoogd EPO-beleid van bloeddokter Eufemiano Fuentes enz.. Als men de Olympische potjes zou heropenen per sport dan heeft men bij het gewichtheffen meer medailles over dan atleten.