Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

In het parlement

"Na 10 jaar meer blauw op straat is de straffeloosheid in België een rechtstaat onwaardig"

Rob Van de Velde: "Wij hebben het voorstel van detentieboten al eens op tafel gelegd, maar blijkbaar wordt daar niet naar geluisterd." (Foto: detentieboot in Rotterdam)

Kamerlid Rob Van de Velde haalde in de Kamer scherp uit naar het justitiebeleidbeleid van Minister De Clerck met betrekking tot de uitvoering van de straffen.

"Ik pleit voor het in gebruik nemen van detentieboten, het in vraag stellen van de voorhechtenis en het laten controleren van het elektronisch toezicht door de politie."

Rob Van de Velde:

"Ik wil hiermee geen indruk maken, maar het lijkt mij een misplaatste grap. Na 10 jaar meer blauw op straat komen twee topfunctionarissen met de boodschap dat de straffeloosheid in België een rechtstaat onwaardig is.

Ik wil er twee cijfers aan toevoegen, mijnheer de minister. Ten eerste, België zit op gebied van het aantal veroordeelden per 100.000 bij de Europese achterlopers. Wij hebben 77 veroordeelden per 100.000 inwoners. Ten tweede, een ander pertinent cijfer, 40% van onze gevangenissen wordt bevolkt door personen in voorhechtenis.
Beide cijfers samen leiden tot een paradox. Enerzijds heeft men te weinig plaatsen en, anderzijds het minst aantal veroordeelden. De problemen inzake pakkans en te weinig plaatsen lijken niet opgelost te geraken.

Op een bepaald moment werd de oplossing van het elektronisch toezicht naar voren geschoven. Naast het feit van het niet voorradig zijn van de enkelbanden, is ook de wijziging die in 2007 is doorgevoerd door het toewijzen van het toezicht en de controle aan de justitiehuizen een grote fout geweest. De justitiehuizen zelf klagen over het gebrek aan middelen, mensen en opvolging.

Het is een probleem dat ook niet van vandaag is. Het is een probleem dat vorig jaar met een groot artikel in Knack is aangekaart. Achteraf werden daaraan zelfs smeuïge details toegevoegd, bijvoorbeeld dat in het weekend niet voldoende personeel aanwezig is om de controle uit te voeren.

Er zijn dus organisatorische zowel als budgettaire problemen, alsook op het vlak van de middelen.

Mijnheer de minister, ik heb hierover een aantal vragen.

Mijn eerste vraag gaat over het elektronisch toezicht. U bent, zoals indertijd de heer Vandeurzen, de nieuwe manager. Als er een belangrijk nieuw systeem wordt geïntroduceerd, kan ik mij voorstellen dat u dat evalueert, dat u dat opvolgt. Dat is blijkbaar niet gebeurd.

Ten tweede, wat gaat u doen met de problemen op het vlak voor voorhechtenis en snelle rechtspleging? Hoe gaat u ervoor zorgen dat de binnenkomende dossiers op een snellere manier door ons rechtsysteem gaan?

Ten derde, pikt u dat? Blijft u bij dit beleid als u weet dat uw eigen mensen ons een straffeloze maatschappij noemen?"

Stefaan De Clerck:

Mijnheer de voorzitter, collega's, de problematiek van de gevangenissen is een zeer moeilijke problematiek die iedere dag haar actualiteit opeist - elke dag doet er zich een incident voor -, en waarmee wij proberen om te gaan, ook in het verlengde van de initiatieven die voormalig minister Vandeurzen heeft genomen.

Hopelijk kunnen wij, via overleg, gedreven investeringen en een nieuwe visieontwikkeling, tot een oplossing komen. Er wordt van straffeloosheid wordt gesproken, maar - en dat is de paradox - het aantal gevangenen is nog nooit zo hoog geweest als nu. Er zijn thans 10.331 gevangenen. Dat is het hoogste cijfer ooit. Daarmee zijn uiteraard niet alle uitgesproken straffen ook effectief uitgevoerd. Daar precies situeert zich het probleem.

Vanuit Justitie moeten wij alles managen, maar wij hebben geen zicht op wat er uitgesproken wordt. Wij hebben evenmin zicht op wie er naar binnen komt en op wie er naar buiten gaat. In grote mate zijn het de strafuitvoeringsrechtbanken die daarover beslissen.

10.331 gevangenen zijn er vandaag. Er is dus een gigantische overbevolking. Dat werd al erkend. In dat verband besliste de regering reeds, onder Jo Vandeurzen, om bijkomend te investeren en die plannen zijn thans in volle ontwikkeling.

Tegelijk zijn er slechts 722 gevangenen onder elektronisch toezicht en dat is te weinig. Er was gepland dat het er minstens 1.000 zouden zijn. Er is een probleem geweest van technologische aard; waarvoor wij ook een oplossing moeten vinden.

Om de zaken even cijfermatig te benaderen, het is juist dat er een relatie is tussen 40% voorlopige hechtenis en 60% strafuitvoering. Met die 40% hebben wij een probleem, op dat vlak zijn wij Europees kampioen ­want het gaat om het aantal personen dat in de gevangenis zit zonder al veroordeeld te zijn.

Tegelijk voeren wij tegenwoordig op jaarbasis 10.000 werkstraffen uit. Die capaciteit is enorm gegroeid. In 1997 heb ik zelf nog de oriëntatienota strafuitvoeringsbeleid geschreven. In grote mate is die in gang gezet, ook door de alternatieve maatregelen. Met die 10.000 werkstraffen per jaar zitten we nu zo'n beetje op de natuurlijke grens voor dat gegeven.

Bovendien zijn er nog 1.000 geïnterneerden die, spijtig genoeg, in grote mate in de klassieke gevangenissen zitten, terwijl zij in bijzondere instellingen ondergebracht zouden moeten worden.

Dat is de situatie. Er is dus spanning op het terrein, spanning in de gevangenissen. Dat vertaalt zich door stakingen, eens in Brugge, dan in Namen, enzovoort. Wij gaan na hoe wij deze problemen het beste kunnen oplossen, bijvoorbeeld door te zorgen voor maximale personeelsbezetting en volledige kaders. De kaders zijn echter volledig; dat is dus niet het probleem.

Ik heb mij geëngageerd om vóór de vakantie, in juni, een tweede oriëntatienota voor te stellen.

De plannen voor Gent en Antwerpen zijn al getekend. Wat de architectuur betreft is men bijna rond en hopelijk kan men straks overgaan tot de toewijzing. Daarnaast moeten er nog vijf andere gevangenissen gebouwd worden. Wij hebben vijf sites en proberen nu heel concreet voort te werken. Naast die zeven moeten er nog acht vervangingsgevangenissen gerealiseerd worden ­ ter vervanging van Sint-Gillis, Vorst, Antwerpen, Merksplas, enzovoort. Dat zijn acht bijkomende gevangenissen. In totaal gaat het dus om zeven plus acht, zijnde vijftien nieuwe gevangenissen met bijkomende capaciteit, maar vooral ook met vervangingscapaciteit.

Tegelijkertijd moeten wij dus proberen de alternatieven te realiseren.
Het grote probleem zit in het volgende feit. Mijnheer de voorzitter, ik wil toch even de problematiek juist situeren, naast het grote plan dat zich inderdaad nu aankondigt. Alle straffen boven de drie jaar worden correct en onmiddellijk uitgevoerd. De wet-Lejeune, waarmee u niet akkoord gaat, collega, is echter een goede methode en de strafuitvoeringsrechtbank neemt de beslissingen.

Het is juist dat de straffen onder de zes maanden in principe niet worden uitgevoerd. Voor de straffen tussen zes maanden en drie jaar is er een probleem, met name de vraag wat men ermee doet.

De straffen voor seksuele delinquentie worden altijd uitgevoerd. De straffen voor mensen zonder verblijfplaats worden ook altijd uitgevoerd. Ingeval van cumul van diverse straffen boven de drie jaar voert men de straf eveneens altijd uit. Voor het overige probeert men om voor die categorie over te gaan tot het elektronisch toezicht. Daar stelt zich echter een probleem. Er is te weinig elektronisch toezicht.

Morgen op de Ministerraad komt het nieuwe dossier voor een aanbesteding voor elektronisch toezicht. Ondertussen hebben wij in het lopende contract een bijakte ondertekend. Er komen bijkomend 280 nieuwe pakketten, geleverd op basis van het oudecontract, zodanig dat minstens opnieuw die stappen kunnen gezet worden. De problematiek was heel eenvoudig. De systemen die geleverd waren, werkten exclusief op vaste telefoonlijnen. Voor zeer veel gevangenen functioneert het niet meer vermits zij geen vaste telefoonlijn hebben. Het werkt niet op gsm. Dat zijn praktische problemen.

Mijnheer de voorzitter, ik kom aan mijn conclusie. Het plan wordt voorgelegd voor juni. Er zal zwaar geïnvesteerd worden. Wij zullen trachten een brede waaier aan initiatieven te nemen. De justitiehuizen zijn ondertussen verder bevolkt.

Het zal een probleem blijven. Tot 2012 of 2016 hebben wij die bijkomende capaciteit niet en dat zal dus voortdurend dagelijks managen betekenen. Ik hoop dat wij vanuit de politiek gemeenschappelijk onze verantwoordelijkheid kunnen nemen om ­ ondanks de overbevolking en gezien het gegeven dat het vaste elementen zijn die door de magistratuur worden aangeleverd ­ toch in staat te zijn op een creatieve manier om te gaan met een zeer gespannen situatie.

Ik engageer mij ertoe dat binnen de kortst mogelijke termijnen die gevangenissen worden gerealiseerd, het elektronisch toezicht wordt uitgebreid en de alternatieve sancties via de justitiehuizen verder worden uitgebouwd. Ik kan mij alleen daartoe engageren. Voor de rest meen ik dat wij allemaal samen moeten zoeken naar de politieke verantwoordelijkheid voor al wat in de loop der jaren aldus is geëvolueerd.

Vanaf heden zullen wij proberen, rekening houdend met de nota van juni, daarvoor een oplossing te vinden

Rob Van de Velde:

"Op basis van uw antwoord en met de vooruitzichten naar 2012 en 2016, vrees ik voor een criminaliteitsopendeurdag. Op korte termijn moeten er meer plaatsen komen en dat is dringend.

Wij hebben het voorstel van detentieboten al eens op tafel gelegd. Blijkbaar wordt daar niet naar geluisterd.

Ten tweede, de criminaliteit verjongt. Criminaliteit moet aan de wortel worden aangepakt en daarom moet ons voorstel van de boot camps terug bespreekbaar worden.

Ten derde, durf de voorhechtenis als drukkingsmiddel toch eens in vraag te stellen. Houden we vast aan dit systeem, dan zitten er op de duur te veel mensen in voorhechtenis. Zoals nu al het geval is. Er zijn andere oplossingen.

Ten vierde, vertrouw de controle op de enkelbanden aan de politie toe en niet aan de sociale assistenten. Zorg voor een deftige controle en opvolging. Kom binnen tien jaar niet zeggen dat er weer niets is veranderd.

Uw organisatie is de fichebak beu."