De Vlaamse overheid heeft het voorbije decennium 175 miljoen euro in haar automobielindustrie gepompt. Het gaat zowel om overheidssteun voor opleidingen, als om nieuwe investeringen, ecologische ingrepen en onderzoek & ontwikkeling (O&O).
Dat blijkt uit cijfers die Lode Vereeck opvroeg zo lezen we vandaag in De Tijd.
Ruim de helft van het totale bedrag aan belastinggeld ging naar de grote autoproducenten (zie tabel). Een fors deel ging naar toeleveranciers zoals Tenneco, Bekaert en Bosal.
De steun werd uitbetaald via het Agentschap Ondernemen, het Agentschap voor Innovatie, Wetenschap en Technologie (IWT) en het platform Flanders' Drive, waar de bedrijven uit de autosector met onderzoekers aan innovatieve producten werken. Flanders' Drive mocht sinds 1999 rekenen op bijna 15 miljoen euro steun.
Opel antwerpen
Fractieleider Lode Vereeck van de oppositiepartij Lijst Dedecker (LDD) heeft vragen bij dit 'flankerend beleid'.
'Met subsidies strooien is misschien goede politieke marketing, maar zonder een structureel gezond ondernemingsklimaat is het een pleister op een houten been.'
Vereeck neemt het voorbeeld van GM-dochter Opel-Antwerpen.
'Dat kreeg de voorbije tien jaar 23 miljoen euro aan Vlaamse subsidies. Toch heeft dat niet belet dat de fabriek al jaren in een krimpscenario zit en nu al maanden met sluiting wordt bedreigd.'
Volgens Vereeck zijn subsidies hoogstens goed voor een symbolische smeerbeurt, maar moet eigenlijk de motor vervangen worden.
In plaats van brandjes te blussen, pleit LDD voor meer administratieve vereenvoudiging en vooral voor lagere loonkosten voor de werkgevers.
Maar daar kan Vlaanderen voorlopig nog weinig aan doen, omdat dat een federale bevoegdheid is.
Peeters erkent dat het effect van subsidies, bijvoorbeeld op de tewerkstelling, niet altijd duidelijk is.
'Je zou bij benadering de terugverdieneffecten kunnen meten, maar dan moet je bij de aanvragers zeer gedetailleerde gegevens opvragen. Maar die optie is strijdig met de eisen voor een minimale administratieve belasting', zei hij fijntjes.
Uit Vlaams en internationaal onderzoek blijkt evenwel dat bedrijven die O&O-steun ontvangen meer innovatie-inspanningen doen en meer ambitieuze projecten opstarten.
Volgens Peeters is de Vlaamse overheidssteun geen blanco cheque.
'Er kunnen wel degelijk voorwaarden aan gekoppeld worden, bijvoorbeeld qua tewerkstelling. Dat wordt wel degelijk nauwgezet gecontroleerd.'
Ook kan geëist worden dat de steun dient voor investeringen of opleidingen in Vlaanderen en niet in een andere buitenlandse vestiging van de automobielproducent.
Zo'n eis verbindt de overheid bijvoorbeeld aan de waarborgen die ze ter beschikking wil stellen voor een duurzaam toekomstscenario voor Opel Antwerpen.
Milieu
Peeters wijst er ook op dat het ondersteuningsbeleid wordt bijgestuurd indien nodig. De voorbije jaren werd al meer nadruk gelegd op de koppeling van steun aan milieubewuste investeringen.
Sommige instrumenten (zoals de groeipremie) zijn trouwens al afgeschaft, andere (zoals de ecologiepremie) bijgestuurd
