Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Persberichten

M-decreet: 'We besparen en experimenteren ons onderwijs kapot'

12/03/2018 06:41 - Persbericht

'Het M-decreet is een zoveelste miskleun uit de denktank van de onderwijsegalitairen, theoretisch verdedigbaar, praktisch een draak', schrijft Jean-Marie Dedecker. 'Het is een miskleun voor onze mindervaliden en minderbegaafden.'

Koukleumende ouders kamperen dagenlang aan de schoolpoorten om hun koters in te schrijven. Sedert verpolitiseerde zoetwaterpedagogen het leer-en onderrichttraject ondergeschikt maakten aan diversiteit, multiculturalisme en herverdeling, liep het verkeerd in ons onderwijs. Allerhande studies zoals deze van PISA, PIRLS en Thomas More, evenals LVS-toetsen bewijzen dat onze jeugd zowel in leesvaardigheid als in wiskunde banken achteruitgegaan is. Het systeem van outputfinanciering holt zelfs de universitaire diploma's uit. Op een paar decennia tijd zijn we er in geslaagd om één van de beste onderwijssystemen ter wereld onderuit te halen tot een middelmatig niveau.

Ook onze meest kwetsbare, andersbegaafde en mindervalide kinderen worden door het M-decreet met het badwater doorgespoeld. Onlangs bereikte mij deze noodkreet van een betrokken ouder:

Geachte Mijnheer Dedecker,

Over het M-decreet valt eigenlijk niet zoveel te zeggen, behalve dat het een schande is.

Ik ben zelf vader van een zoon die school loopt in het bijzonder onderwijs. Mijn zoon had een vriend die samen met hem in klas zat. Die jongen, Barend heet hij, heeft een aandoening die niet zo duidelijk is. Zijn problemen zijn niet direct van een ernstige aard, de motorische problemen waarvoor de school eigenlijk dient, waren niet ernstig genoeg om er te blijven. Wel is hij autistisch, geen kernautist maar een jongen met wel heel duidelijke kenmerken, die diagnose is later dus ook gesteld.

Maar met het M-decreet kregen hij en zijn ouders valse hoop. Zoals zijn ouders het hoorden vanuit het onderwijs kon hij aangepast onderwijs volgen in een school van zijn keuze.

Barend is letterlijk geobsedeerd door kranen en andere werktuigen. Dus ging hij na zijn lager onderwijs naar het VTI van Roeselare. Daar bleek gauw dat de ondersteuning die nodig is voor hem compleet ondermaats was. De leerkrachten zelf werden zonder deftige voorbereiding in dat systeem gegooid. Zij hadden geen ervaring om met zulke jongeren om te gaan. Maar bovenop het feit dat hij niet de ondersteuning kreeg zoals op een gewone school voor buitengewoon onderwijs was hij "anders" dan de andere klasgenoten. Hij kreeg soms begeleiding en de anderen niet, daardoor was hij het perfecte mikpunt voor hevige pesterijen.

Het waren geen plagerijen zoals ik dat deed (moet ik bekennen) maar echt wel hevige toestanden. De pestkoppen kwamen zelf uit instabiele omgevingen en hadden een ander normbesef dan jij en ik. Het geweld was zo erg dat Barend zelf uiterst agressief werd, thuis dan... Zijn ouders wisten geen raad en plots kregen ze telefoon van de politie dat hun zoon opgepakt was omdat hij op de sporen liep niet ver van het station van Roeselare. Hij heeft dan negen maanden verbleven in een psychiatrische instelling. Op zijn veertien jaar was het duidelijk dat hij niet in het gewoon onderwijs past, maar omdat de focus verlegd werd naar inclusief onderwijs was het buitengewoon onderwijs nog meer volzet! Zo moest hij terug naar de school van mijn zoon en heeft hij daar letterlijk een jaar zijn broek gesleten voor niks. Nu zit hij in Oostende op school in Ter Zee, dat is een school die past binnen zijn problematiek.

Op papier toch want de school is een dumpplaats voor kinderen die door "problematische thuissituaties" niet passen binnen het gewoon onderwijs. Hij en de andere kinderen die er echt thuishoren krijgen daardoor op hun beurt weeral niet de ondersteuning die ze nodig hebben. Vergeef mijn woorden maar de andere kinderen die het zo bont maken op die school zijn kinderen van marginale verslaafden die enkel een sterilisatie verdienen.

Samen met hun vele broertjes en zusjes gebruiken ze geweld en drugs terwijl ze er fier op zijn...

Zo is het nu dat Barend vijftien jaar is, en nog altijd in het eerste middelbaar zit. Dat is toch in mijn ogen een voor de gemeenschap extreem dure zaak om een leven te vergooien.

Nu word ik misschien persoonlijk maar ik weet dat jij een kleinkind hebt met een serieuze problematiek. Het klinkt mooi dat inclusief verhaal, maar probeer ervoor te zorgen dat zijn ouders zich nooit laten vangen aan dat fabeltje. In een school met gespecialiseerd onderwijs heb je alles wat jouw kleinkind nodig heeft onder één dak. Leg daar jullie focus en ik duim dat de situatie of toestand van jouw kleinkind nooit gerevalueerd moet worden zodat jullie zekerheid hebben. Want met het huidige M-decreet valt de zekerheid in heel veel gevallen gewoon weg. Ze willen de kinderen dan van het buitengewoon onderwijs laten doorstromen naar het gewoon onderwijs na een evaluatie. Veel ondersteuning valt dan plots weg, en de kinderen verspelen dan alle opgebouwde moeite en hervallen heel vaak. Daarom word ik kwaad wanneer ik dat zie, het leven is geen Disneyfilm met een happy end. Nu verprutsen we de toekomst van onze kinderen voor een ontzettend dure prijs. Daarom wilde ik dat schrijven.

Hoogachtend,

F.S.

(Naam en adres bekend.)

Op een paar decennia tijd zijn we er in geslaagd om één van de beste onderwijssystemen ter wereld onderuit te halen tot een middelmatig niveau.

Het M-decreet is een zoveelste miskleun uit de denktank van de onderwijsegalitairen, theoretisch verdedigbaar, praktisch een draak. Leerlingen in het Buitengewoon Onderwijs (BUO) werden vroeger getypologeerd in een achttal categorieën. Type 1: licht mentale achterstand met leerproblematiek, T2: IQ onder de 70, matig tot ernstige verstandelijke beperking, T3: gedragsstoornissen, T4: motorische beperking, T5:opgenomen in ziekenhuis, T6: visuele en T7 auditieve beperking, T8: normale begaafdheid met leerstoornissen.

Ingevolge het VN-verdrag uit 2009 dat bepaalt dat alle kinderen toegang moeten hebben tot het Gewoon Onderwijs (GO), werd het M-decreet ingevoerd. De Types 1 en 8 werden ondergebracht in een nieuwe typologie 'het basisaanbod', en moeten per definitie van het Buitengewoon naar het Gewoon Onderwijs. BUO is duurder dan GO en de overheid zag onmiddellijk een mogelijkheid om te besparen op het onderwijs. Er werd zelfs een Type 9 toegevoegd: autismespectrumstoornis. Volgens een schooldirecteur vielen deze kinderen vroeger onder T4 en kregen dan drie keer meer zorguren dan in het nieuwe systeem. De gierigheid bedriegt de wijsheid.

Om zoveel mogelijk kinderen te kunnen overplaatsen naar GO werd ook aan de IQ-waarden gesleuteld. Wie nu een IQ heeft hoger dan 60 hoort in het GO thuis. Vermits deze kinderen bijkomende zorg nodig hebben werd er een ondersteuningsnetwerk uitgewerkt. Het aantal uren ondersteuning dat een kind kan krijgen van zorgleerkrachten (van 1 uur per week per trimester tot 4 uur per week per schooljaar) wordt bepaald door het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Het aantal zorgaanvragen is groot, het aanbod aan zorgleerkrachten ontoereikend. Waar er bij aanvang expertise beloofd werd, worden nu pas afgestudeerde leerkrachten, beginnende zielenknijpers en onervaren logopedisten ingeschakeld.

Waar er bij aanvang expertise beloofd werd, worden nu pas afgestudeerde leerkrachten, beginnende zielenknijpers en onervaren logopedisten ingeschakeld.

"In bepaalde ondersteuningsnetwerken worden ondersteuners niet ingezet volgens hun expertise...Niet de onderwijsbehoeften van de leerlingen lijken centraal te staan, wel het beperken van de verplaatsingstijd en de -onkosten", schreef onderwijsspecialist Lieven Coppens in zijn Nieuwsbrief. We besparen en experimenteren ons onderwijs kapot. In het schooljaar 2016-2017 haakten 806 directeurs van basisscholen af wegens de administratieve rompslomp.

Sommige ouders aanvaarden de beperkingen van hun kind niet en overschatten hun mogelijkheden. Eenmaal ingeschreven in het GO is de terugkeer naar het BUO echter bijzonder moeilijk. Het traject duurt 2 tot 3 jaar. Op last van de vakjesdenkers van het CLB moeten eerst drie fasen doorlopen worden: van brede basiszorg (fase 0), naar verhoogde zorg over sticordi-maatregelen (stimuleren tot dispenseren) tot in fase 3, en een individueel aangepast curriculum of verslag voor toegang tot het BUO.

Het CLB bepaalt autonoom de doorverwijzing of de terugkeer, en heeft blijkbaar de opdracht om zoveel mogelijk kinderen in het GO te houden, eerder om te besparen op de onderwijsfactuur dan uit pedagogische noodzaak. In de beginjaren werden de zorguren (GON) gul uitgedeeld. Na een tijd werden ze rigoureus beperkt en om te besparen wordt het aantal zorguren nu zelfs bevroren. Een school die vroeger bijvoorbeeld 100 zorguren kreeg voor 20 leerlingen, moet het in de toekomst doen met hetzelfde aantal uren voor meer leerlingen.

De morele standaard van een maatschappij kun je afmeten aan de zorg voor haar mindervaliden.Daarenboven wordt het systeem ook nog bezwaard door de latente onderhuidse schoolstrijd tussen het Gemeenschapsonderwijs en de Katholieke zuil. Het ondersteuningsnetwerk moet in principe de twee onderwijskoepels overlappen. In werkelijkheid schermt elke zuil voor haar eigen kinderzieltjes om de subsidiëring in de eigen koepel te houden.

In "Het zijn de ouders die het mij lastig maken" getuigt een turnleraar in De Standaard van 26 februari: 'Sinds het M-decreet kunnen nu ook kinderen met een beperking meedraaien in de les. Zo kan een kind met een rolstoel in de turnles vragen om materiaal te verplaatsen, of op en neer te rijden. Ze kunnen enigszins integreren, maar ik stel me grote vragen bij het decreet. Heel mooi en nobel, maar wij kunnen deze kinderen niet de aangepaste zorg geven die ze in het buitengewoon onderwijs wel krijgen. Een kind met een cognitieve stoornis is willens nillens een storende factor in de les. Ze kunnen geen gedrag kopiëren, stampen de bal in de verkeerde goal en maken de oefeningen voor andere kinderen onmogelijk. Zo worden de verschillen uitvergroot. Ook de infrastructuur is er niet op voorzien. Dat doet de kinderen geen recht.'

De morele standaard van een maatschappij kun je afmeten aan de zorg voor haar mindervaliden.

Jean marie Dedecker