Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Opinies

"Leergierig en prestatiegericht gaan wel samen"

10/09/2008 17:02 - Opinie

Jean-Marie Dedecker vindt dat onderwijs, in tegenstelling tot psycholoog Erik Depreeuw, tegelijk prestatiegericht kan zijn én leergierigheid opwekken. "Het gelijke-kansenbeleid van Vandenbroucke veroorzaakt een ontwaarding van diploma's?" zo stelt hij in een opiniestuk in De Standaard.

Psycholoog Erik Depreeuw (De Standaard 8 september) laat weten dat het pleidooi van Katja Beckx (LDD/Cassandra) voor een prestatiegericht onderwijs (DS 1 september) hem in het verkeerde keelgat is geschoten. Volgens Depreeuw vormt haar pleidooi een 'bedreiging voor het welzijn van iedereen die betrokken is bij het onderwijs'. Aangezien noch LDD, noch Cassandra de verslikkingsdood van een hoogleraar op zijn geweten wil hebben, ontzenuwen we graag de kritiek van Depreeuw en pleiten daarbij tegelijkertijd voor enige zorgvuldigheid in de argumentatie en terminologie.

Depreeuw gaat in zijn reactie immers erg kort door de bocht en de bijklank van zijn verbale speldenprikken - 'Beckx stelde zich voor als lerares zedenleer', 'één en ander wordt in een Dedeckeriaanse saus gedompeld', 'de onheilsfiguur Cassandra' - laat uitschemeren dat in de keuken van Depreeuw de rationele, inhoudelijke argumentatie duidelijk gerantsoeneerd was.

In haar betoog stelt Katja Beckx zich namens LDD en Cassandra ernstige vragen bij de manier waarop Vandenbroucke de bijkomende enveloppe werkingsmiddelen onder de scholen verdeelt, onder het etiket van 'gelijke kansen', zonder evenwel een duidelijk beleidsvisie te kunnen presenteren over de aanwending van deze middelen.

Nergens in zijn betoog gaat Depreeuw in op deze kritiek. Wat hij daarentegen wel doet is het pleidooi voor een prestatiegericht onderwijs voorstellen als een demonische ontsporing van een liberale gedachte die het aantal depressies en zelfmoordstatistieken de hoogte in zal stuwen.

Het pleidooi van Katja Beckx heeft alles te maken met het optimaliseren van de onderwijskwaliteit. Vandenbroucke spreekt niet meer over 'gelijke kansen' maar over 'gelijke uitkomsten'. In de 'tienkamp voor gelijke kansen' van Vandenbroucke moet niet alleen iedereen mee kunnen doen aan de olympische marathon, maar moeten de deelnemers ook allemaal tezelfdertijd over de eindmeet met een gouden medaille op het podium kunnen prijken.

Het zogenaamde gelijkekansenbeleid van Vandenbroucke veroorzaakt een ontwaarding van diploma's, die op termijn meer ongelijkheid dan gelijkheid in de hand werkt. Hij propageert het universitair outputfinancieringssysteem, dat kwantiteit beloont in plaats van kwaliteit.

Zo wordt een diploma een intellectueel placebo, een sociaal certificaat en geen bekwaamheidsbewijs. Nivellering omlaag dus. 'Buizen' is uit den boze voor de financiële logica van de instelling (hoe meer diploma's, hoe meer subsidies) voor de logica van de prof (wie buist is een slechte docent) en voor de logica van de student (deelnemen is belangrijker dan winnen). Bij studentenconsumentisme is het streven naar excellentie bijzaak.

Niets is echter onrechtvaardiger dan de gelijke behandeling van ongelijken.

Het comprehensief onderwijs, dat streeft om de schotten tussen ASO,TSO en BSO neer te halen, is een onderwijs dat uitgaat van gelijke behandeling van ongelijke leerlingen. Wat dan met de erkenning van elke leerling als uniek individu met eigen interesses en talenten? Een gelijke behandeling voor ongelijke leerlingen bewijst alleen maar de pedagogische onkunde van de 'bedenkers'.

Het is een misvatting dat zwakke leerlingen zich optrekken aan sterke leerlingen. De meesten haken af. Wat is comprehensief onderwijs dan concreet? Een methode waarbij sterke leerlingen onder hun niveau en zwakkere leerlingen boven hun niveau worden aangesproken. De reactie hierop van de voorstanders van comprehensief onderwijs is dan binnenklasdifferentiatie: een eufemisme voor een verkapte vorm van samengevoegd ASO/TSO/BSO.

In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten is er een onderwijsvlucht van de 'public schools' naar de 'private schools' wegens het opgelegde comprehensief onderwijs. Finland is, in tegenstelling tot wat Depreeuw beweert, het land van kleine klassen, apart onderwijs voor moeilijke leerlingen, pedagogische vrijheid en tradioneel lesgeven.

LDD en Cassandra gaan niet akkoord om onder het mom van gelijke kansen minderwaardige diploma's uit te reiken, waarbij het blijkbaar niet zo nauw steekt met de verwachte prestaties. Wij zijn inderdaad voor een onderwijs dat gericht is op kwaliteit, kennis en responsabilisering van de leerlingen, maar willen daarbij evenmin op een dwangmatige manier de samenleving onder druk zetten om zo veel mogelijk mensen een universitair diploma te laten behalen, vanwege een vreemdsoortige hersenkronkel dat het oneerlijk of ondemocratisch zou zijn dat niet iedereen een hoger of universitair diploma zou kunnen behalen.

Trouwens, Depreeuw stelt dat leergerichtheid efficiënter is dan prestatiegerichtheid en dekt zich daarbij in met enkele selectief gekozen wetenschappelijke gezagsargumenten en pedagogisch jargon, alsof leren geen prestatie zou zijn. De eigen invulling die Depreeuw aan prestatiegerichtheid geeft, laten we alvast voor rekening van de auteur, net zoals de term 'opgedreven prestatiegerichtheid'.

Voor LDD en Cassandra heeft prestatiegerichtheid te maken met de bereikte resultaten en heeft de 'goesting om te leren' te maken met de manier waarop je dat resultaat bereikt. In die zin zijn 'taakgerichtheid' en 'prestatiegerichtheid' voor LDD en Cassandra dus geen tegengestelde, maar complementaire begrippen. LDD wil iedereen op z'n hoogste mogelijk niveau laten presteren, en zo het beste uit elke leerling halen, zonder de vereisten, het niveau of de kwaliteit neerwaarts te nivelleren.

LDD is er zich daarbij van bewust dat niet iedereen de olympische norm zal en kan halen en dat moet van ons ook absoluut niet. Dat is een fundamenteel andere insteek dan de valse gelijkekansenretoriek, met z'n verdoken gelijke-uitkomstenagenda, die de lat op een niveau legt waar nagenoeg iedereen over kan stappen.

Het opkrikken van het onderwijsniveau kan voor LDD perfect door totaalconcepten en -projecten die Depreeuw voorstelt met de leraar als coach. Nergens in het betoog van Katja Beckx worden die methoden uitgesloten, zolang de school maar de stimulerende omgeving blijft die het maximum uit de leerling tracht te halen, zonder dat de prestaties onder druk komen te staan door toenemende juridisering van het onderwijs en een groeiende administratieve papierberg of een gebrek aan een duidelijk onderwijsbeleid terzake.

De metafoor van Vandenbroucke van de 'tienkamp voor gelijke kansen' is een uiterst zwakke metafoor die steunt op een rist evidenties ('stimuleer betrokkenheid van de ouders', 'wissel goed ervaringen en voorbeelden uit', 'ondersteun een gemotiveerde studiekeuze',) en reikt niet de concrete, noodzakelijke handvaten aan om het kwaliteitsvol onderwijs te behartigen.

Daarom is het beleidsmatig een werkstuk van een zwakke leerling. Maar blijkbaar doorzien weinigen, en evenmin Depreeuw, dat de gelijkekansenterminologie van Vandenbroucke een handige manier is om zijn beleid immuun te maken voor elke kritiek. 'Het gaat om kansen bieden aan alle kinderen', blijft Vandenbroucke eindeloos herhalen. Alsof er een alternatief zou zijn, misschien?

Gelijke kansen bieden aan iedereen is een evidentie, maar inzetten op onderwijskwaliteit is voor LDD één van de belangrijkste betrachtingen die het onderwijs moet nastreven, zeker in een sterk competitieve en internationale kenniseconomie. 'De hoogste denkbare graad van gelijkheid, het communisme, is daar het de onderdrukking van alle natuurlijke neigingen vooropstelt, de hoogst denkbare graad van slavernij', schreef de Duitse historicus Heinrich von Treitschke al in 1865.


(c) Jean-Marie Dedecker is voorzitter LDD en maakt ook deel uit van Cassandra