(HLN) In 2006 was één Belg op de vier slachtoffer van een misdrijf. Dat blijkt uit een enquête van consumentenorganisatie Test-Aankoop bij 2.400 Belgen tussen 18 en 72 jaar, die vooral wilde peilen naar de impact van criminaliteit. Voor Lijst Dedecker ligt de oplossing van dit probleem voor de hand: politie moet op straat, en niet aan de administratieve vaat.
Meest voorkomende misdrijven waren volgens de enquête van Test-Aankoop autovandalisme (18%), diefstal (zonder geweld) van portefeuilles en tassen (14%), inbraken (14%) en diefstal van spullen uit de wagen (14%).
Voorts blijkt dat gemiddeld één op de vier slachtoffers van een misdrijf geen klacht indient bij de politie, meestal omdat men het «de moeite niet» vindt.
Alleen al vorig jaar was criminaliteit in ons land rechtstreeks verantwoordelijk voor maar liefst 600.000 dagen werk- en schoolafwezigheid. "Omgerekend komt dat neer op 180.000 Belgen binnen de actieve bevolkingsgroep die gemiddeld 3,39 dagen niet hebben gewerkt of niet op school zaten tengevolge van een misdrijf waarvan ze het slachtoffer waren", zegt Guy Sermeus van Test-Aankoop.
Maar ook de psychologische weerslag blijkt enorm voor wie met criminele feiten te maken kreeg. "Onze bevraging toont aan dat één op de vijf slachtoffers (22%) kampt met posttraumatische symptomen zoals stress, slaapstoornissen, benauwdheid en herbeleving van de feiten in gedachten", zegt Sermeus. «Slechts 6% van de slachtoffers kreeg effectief psychologische hulp, wat bijzonder weinig is.»
Interessant is ook de spreiding van de criminaliteit. De Belgische steden waar in 2006 de meeste slachtoffers van een misdrijf vielen, waren Charleroi (47,2%), Brussel (44%)en Luik (38%). De Vlaamse steden scoren opmmerkelijk minder slecht. Antwerpen trekt de Vlaamse lijst met 34 %, dat wil zeggen dat één derde van de Antwerpenaar verleden jaar zelf of in hun huishouden geconfronteerd werden met een misdrijf, dat is ver obonven het nationaal gemiddelde.
