Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Verschenen

Hoe politieke energie verspillen (Knack, p. 18, 27/06/2012)

27/06/2012 09:24 - Verschenen

Een half jaar na zijn oprichting blijft het een raadsel waarom het Vlaams Energiebedrijf er zo nodig moest komen. Er zijn weinig andere redenen te bedenken dan: omdat het nu eenmaal in het Vlaams regeerakkoord staat. En dat was de eis van de N-VA.

Er is al heel wat inkt gevloeid over het Vlaams Energiebedrijf, ook al is er nog geen werking ontwikkeld, geen businessplan opgesteld, zelfs nog geen website actief. In die zin wortelt het Vlaams Energiebedrijf in een erg Vlaamse ondernemerstraditie: die van de 'General Antwerp Feeding Products Association' ('Gafpa'), het fictieve bedrijf uit Willem Elsschots novelle Kaas uit 1933. Ook in Kaas had de zaakvoerder vooraf echt aan alles gedacht. Behalve die ene kwestie: is er vraag naar mijn bedrijf, naar mijn product?

De allereerste keer dat het Vlaams Energiebedrijf ter sprake kwam, was op een N-VA-meeting voor de regionale verkiezingen van 2009. Bart De Wever zette de N-VA- campagne in het teken van de strijd tegen de federale regering-Van Rompuy, die hij wilde 'bestrijden te land, ter zee en in de lucht, van Opgrimbie tot in De Panne'. Dat wilde de N-VA doen door te zorgen voor meer instrumenten voor meer Vlaamse autonomie. De Wever zag dat heel concreet: 'Naar analogie met de Telenet-operatie die destijds werd opgezet in de telecomsector willen wij een eigen energiemaatschappij oprichten die Vlaams verankerd moet zijn. Alleen zo kunnen we het Belgische monopolie in de energiesector doorbreken.' Hij had ook al een naam: Vlenergie. En, belangrijk, De Wever wist hoe hij zijn koopwaar moest verkopen. Ook al hield de N-VA vast aan kernenergie, het nieuwe Vlaamse vehikel moest 'zich vooral toespitsen op hernieuwbare energie'.

Bij de vorming van Peeters II wisten CD&V en SP.A dus waar ze aan toe waren toen ze de N-VA aan boord wilden. En dus vermeldde het nieuwe Vlaamse regeerakkoord netjes: 'We richten een Vlaams energiebedrijf op om de technologische opportuniteiten van groene energie maximaal te benutten.' Waarom niet? Vlaamse opportuniteiten: de CD&V zegt dan nooit nee. Energie en milieu: ook de SP.A lust daar pap van.

Trouwens, niet de N-VA-ministers Geert Bourgeois en Philippe Muyters werden bevoegd voor hun geesteskind. Het werk werd gedaan door Ingrid Lieten (SP.A), als minister van Overheidsinvesteringen bevoegd voor het 'economisch instrumentarium'. En vanzelfsprekend volgde minister-president Kris Peeters (CD&V) dit project op. Zo kreeg het N-VA-troetelkind van meet af aan nanny's van SP.A en CD&V.

Er werd ook vrij snel werk gemaakt van de oprichting van wat afgesproken was. Alleen bleek dat in de praktijk niet zo gemakkelijk realiseerbaar. Kon de Vlaamse regering met overheidsgeld een concurrent voor Electrabel oprichten? Tot waar zou het de energieprijzen drukken? En met welke instrumenten? Allemaal fundamentele vragen die een antwoord zouden krijgen nadat de principiële beslissing genomen was om een Vlaams Energiebedrijf op te richten. Het was van meet af aan de wereld op z'n kop.

En het werd er niet duidelijker op. Op 11 mei 2010 antwoordde Ingrid Lieten op parlementaire vragen over hoever het stond. Vaag en mistig, zo bleek. Er was al 'een consultatieronde' opgezet met 'een aantal spelers die actief zijn in verschillende segmenten van de Vlaamse energiemarkt', er waren ook 'contacten' geweest 'met verscheidene internationaal gerenommeerde consultants'. Helaas: 'Een weerslag van deze gesprekken is niet beschikbaar.'

Die vaagheid begon nochtans te irriteren. In haar advies aan de Vlaamse regering deed de Sociaal Economische Raad voor Vlaanderen (Serv) behoorlijk moeilijk - het 'Algemeen Onverstaanbaar Overheids-Vlaams' waarin de kritiek geformuleerd was, moet de lezer er helaas bij nemen: 'Er is nood aan een onderbouwde visie en behoefteanalyse ten behoeve van een accurate taakinvulling in de praktijk zodat het Energiebedrijf kan ingezet worden in functie van de werkelijke noden en prioriteiten van het Vlaams energietransitiebeleid.' Waarna een bepaald indrukwekkend lijstje volgde van wat er zoal fout dreigt te lopen. 'Dit moet mogelijke afstemmingproblemen met bestaande instrumenten, organisaties en structuren vermijden, rechter-en-partijsituaties ontwijken, en een efficiënte afstemming met andere beleidsniveaus en -domeinen verzekeren.'

Het is jargon om te zeggen dat de Serv niet goed inziet waarom er überhaupt zo'n nieuwe overheidsinstelling moet zijn. Het Vlaams Energiebedrijf dreigt vooral te gaan doen wat al gebeurt. En dat is nog altijd niet opgelost. In de zomer van 2011 (decreet) en januari 2012 (notariële akte) volgde de feitelijke oprichting. En er blijft vooral schimmigheid.

Paragrafen die gelezen kunnen worden als een vorm van mission statement leren dat het Vlaams Energiebedrijf kan optreden als 'speler en facilitator' op de markt van groenestroomcertificaten of die van elektriciteit en gas. Het bedrijf moet zich ook specialiseren in het 'faciliteren, aanbieden en coördineren van energiediensten om energiebesparende maatregelen en milieuvriendelijke energieproductie in gebouwen te verwezenlijken'. We leren vooral dat het Vlaamse energiebedrijf 'iets met energie' zal doen. En dat die energie proper moet zijn.

Maar vooruit. Er werd alvast een raad van bestuur benoemd. Er werd ook een akkoord bereikt over de bezoldiging en de zitpenningen van de bestuurders. De voorzitter is Andries Gryffroy, raadgever energie op het kabinet van viceminister-president Geert Bourgeois (N-VA). Gryffroy is ook zaakvoerder van Erbeko, een energiestudiebureau - mogelijke belangenvermenging is blijkbaar ondergeschikt aan een juiste partijkaart. Dat Gryffroy tot voor kort ook Unizo-voorzitter was van 'Land van Rhode', zal goede punten opgeleverd hebben op het kabinet van de minister-president.

Die benoeming was het gevolg van een politieke deal. De N-VA 'kreeg' de voorzitter, de SP.A mocht de ultieme keuze maken voor de ceo, na selectie van Jobpunt en het in dezen blijkbaar onvermijdelijke selectiekantoor Hudson. De keuze viel op Dirk Meire. Meire heeft een dubbel profiel. Hij is gepokt en gemazeld in de klassieke (kern)energielobby: zijn cv vermeldt Electrabel, het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) in Mol, Umicore, Nuon en SPE-Luminus. Tegelijk verdiende hij zijn sporen in de alternatieve sector: bij Nuon was hij betrokken bij de bouw van windmolenparken. En in een eerste interview koppelde hij dossierkennis aan realisme.

Dat zal nodig zijn. Het Vlaams Energiebedrijf zal de volgende maand zelf moeten uitmaken waarom het eigenlijk werd opgericht, wat het zal doen, welke taken het zal overnemen van wie, hoe het zal delegeren, en welke participaties het zal overnemen en welke niet. Er is ook een budget vooropgesteld (200 miljoen euro). Dat is veel voor de Vlaamse overheid, maar te weinig om een beetje speler te zijn op de energiemarkt. Een 'Vlaamse Electrabel', wat ooit de ambitie was, is voor het Vlaams Energiebedrijf veel te hoog gegrepen. En dus legde men de lat gelijk lager.

Dat zegt ook Lode Vereeck, die zich al van bij aanvang opwierp als 'parlementaire waakhond' van deze onderneming: 'Bij aanvang van de regeerperiode was het Vlaams Energiebedrijf een van de prestigeprojecten, maar nadat duidelijk was dat dit niet het instrument was om de energiemarkt open te breken, had men andere paden moeten bewandelen, of het project moeten opbergen. Om geen gezichtsverlies te lijden, ging men er toch mee door in een lightversie. Waardoor Vlaanderen opnieuw opgescheept zit met een volstrekt overbodig overheidsbedrijf.'

'Wat extra verrast, is dat uitgerekend de N-VA de motor is van méér overheid, hoe overbodig en marktverstorend ook, en er niet voor terugschrikt de leiding over een overheidsdienst toe te vertrouwen aan een N-VA'er van Bourgeois' kabinet. De houding van de N-VA in het Vlaams Energiebedrijf doet denken aan die van één andere partij: het is de klassieke trukendoos van de PS.'

Walter Pauli
© 2012 Roularta Media Group