Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Opinies

Geen ruzie over banenplannen, schaf ze gewoon af

15/12/2009 10:09 - Opinie - Werk en werkgelegenheid - Vlaams - Federaal

Joëlle Milquet (CDH) en Philippe Muyters (N-VA) moeten geen ruzie maken over activeringspremies, vindt Jean-Marie Dedecker.

"Dergelijke premies werken toch niet en ze werken misbruik in de hand, zo stelt hij in een opiniestuk in De Standaard."

(...)

De Vlaamse regering ruziet met de federale bewindsploeg of liever met 'madame Non' Milquet, over premies voor het aanwerven van ouderen of van jongeren. Het is communautair spierballen rollen, met hoge profileringdrang, maar in wezen is het veel drukte om niets, de zoveelste ruzie om het zoveelste nutteloze banenplan. En dat in crisistijd.

Eind 2000 waren er 57 banenplannen. De kwistig rondgestrooide overheidssubsidies maakten ondernemers rijker, maar hebben nooit een job opgeleverd. In 2005 had Frank Vandenbroucke (SP.A) bijvoorbeeld een ideetje, de weerwerkpremie. Hij had 24 miljoen euro begroot om 150 euro per maand extra te geven aan elke werkloze vijftigplusser die binnen een jaar weer aan de slag ging. In heel 2005 hebben daar welgeteld veertien personen gebruik van gemaakt.

In 2007 bestonden er niet minder dan 104 uitzonderingsregels en banenplannen. Ze zorgden voor een verminderde ontvangst in de werkgeversbijdragen van 4,533 miljard euro. Een kat vindt er haar jongen niet in terug. Negatieve neveneffecten, zoals administratieve regelneverij en arbeidskannibalisme, zijn inherent aan dergelijke subsidiëringspolitiek voor bepaalde doelgroepen.

Het promoten van jongerenjobs met subsidiëring gaat bijvoorbeeld ten koste van 45-plussers en vice versa. Ondernemers danken een leeftijdsgroep af, of werven er één aan in functie van het overheidsmanna. Een onderzoek van de Leuvense econoom Joep Konings van oktober 2008 heeft aangetoond dat de efficiëntie van door de overheid opgezette opleidingsprogramma's voor de uitstroom uit de werkloosheid nagenoeg nul is.

Door tewerkstellingssubsidies doet er zich zelfs een negatief verdringingseffect voor ten koste van normale werkgelegenheid. Van de tien jobs die worden opgevuld door gesubsidieerde maatregelen, zouden er sowieso toch zes à zeven ingenomen worden door mensen die geen deel uitmaken van de activeringsprogramma's. In feite valt nagenoeg zeventig procent van de 4,5 miljard euro bestemd voor activeringsprogramma's onder de noemer bezigheidstherapie.

Op een totaal bedrag van 23,571 miljard euro werkgeversbijdragen zou men hiermee een forfaitaire lastenverlaging kunnen doorvoeren van vijftien tot twintig procent als men dit systeem rationaliseert. Dat brengt ons ook dichter bij de conclusies van professor Konings die stelt dat 'verder doorgedreven structurele lastenverlagingen een belangrijke bijdrage kunnen leveren tot het terugdringen van de werkloosheid, op voorwaarde dat ook het matchingproces tussen werklozen en werkgevers verbetert.

Dit kan onder meer worden gerealiseerd door de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd en/of degressief te maken naarmate men langer werkloos is.' Zolang laaggeschoolde jongeren als afscheidspremie van de schoolbanken levenslang stempelgeld toegeschoven krijgen, helpt 1.000 euro patronale bijdrage niet.

Dat deze politiek van pappen en nathouden niet werkt, is ook te verklaren. De opvatting dat een vast aantal jobs, dat moet worden verdeeld onder diegenen die werk zoeken, statisch is, werd in een ver verleden gelanceerd door de vakbonden. Deze 'lump of labour fallacy' werd door de overheid gretig geslikt sedert de jaren tachtig van de vorige eeuw. Zo werden ouderen via brugpensioen massaal uit de arbeidsmarkt geduwd in de hoop dat de jongeren hun plaats zouden innemen, het alibi van de vervangende indienstneming. Het tegendeel gebeurde.

De ouderen werden niet vervangen en de arbeidsmarkt bleef krimpen. De verklaring voor dat op het eerste gezicht vreemde fenomeen is helemaal niet moeilijk. Er zijn twee redenen waarom de 'lump of labour'-illusie niet kan kloppen. Ten eerste: hoe meer mensen (ouderen bijvoorbeeld) aan het werk zijn, hoe meer de sociale lasten kunnen dalen en hoe meer de bedrijven kunnen aanwerven, of hoe aantrekkelijker de nettolonen voor jongeren, die anders niet gemotiveerd zijn, om aan de slag te gaan. Ten tweede: zolang een werknemer in actieve dienst blijft, draagt hij bij tot de creatie van welvaart en tot de winst van zijn werkgever. Die winsten in de bedrijven zijn, samen met de spaargelden van de werknemers, de bron voor de investeringen. En investeringen zijn de bron van de werkgelegenheid.

Het enige succesvolle banenplan is het peperdure systeem van de dienstencheques. Big business. Arbeid, aangeboden aan de prijs van vijf Jupilers per uur, schuift als pinten over de toog. De markt is bijna 2 miljard euro waard, maar de 800.000 klanten betalen amper een vierde van de kostprijs. De belastingbetaler draait dus op voor de rest, zonder nog rekening te houden met de fiscale aftrek die de schatkist nog eens extra centen kost.

Een uur witte poetshulp kost 7,5 euro en na fiscale aftrek eigenlijk nog 5,25 euro. In het zwartwerkcircuit wordt er gedweild aan 9 euro per uur. Het systeem van de subsidiepot is zeer fraudegevoelig. In Brussel alleen al worden er per maand gemiddeld 35 nieuwe bedrijfjes opgericht en de beroepsfederatie Federgon noemt het een verziekte markt. Dit komt ervan als je arbeid zo duur maakt dat je het in afprijzing moet aanbieden, maar het bewijst ook dat je tewerkstelling creëert als je ze goedkoper maakt.

Het dreigende belangenconflict tussen Joëlle Milquet (CDH) en Philippe Muyters (N-VA) heeft niets met economie of werkgelegenheidsbeleid te maken, het is een communautair schimmengevecht om macht op de rug van de werkloze. Splits het werkgelegenheidsbeleid op tussen de gewesten zodat we van dergelijke zielige machtsspelletjes gespaard blijven.

Maar als de Vlaamse arbeidspillen dezelfde placebo's zijn als de Belgische, pas ik er evengoed voor. Zonder structurele maatregelen zal Kris Peeters nog lang mogen bedelen aan de poort van Opel & co., met een cadeaucheque in zijn hand. Onze beleidsvoerders zijn geen koks, maar kalkoenen die meekakelen over het kerstdiner.

(c) Jean-Marie Dedecker