Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

In het parlement

“Ga niet in op de federale vraag die komt”

26/03/2009 12:26 - In het parlement - Economische crisis - Vlaams - Federaal - Begroting
De Hoge Raad van Financiën voorspelt dat als de federale regering niet ingrijpt, we volgend jaar een Belgisch begrotingstekort van 4,5 percent zullen hebben.

Vlaams Parlementslid Gino De Craemer ondervroeg Minister-president Peeters over de waarschuwing van de Hoge Raad van Financiën betreffende de budgettaire vooruitzichten voor de komende jaren en de eventuele bijdrage van de deelstaten aan een besparingsoperatie:

"Als er niet kan worden gepraat over een staatshervorming, die nochtans het Belgische begrotingsdebacle zou kunnen oplossen, dan is het voor LDD heel simpel: dan moeten we enkel nog praten over een boedelscheiding."

Gino De Craemer:

Mevrouw de voorzitter, mijn vraag is uiteraard gericht aan minister-president Peeters.

Mijnheer de minister-president, collega's, zowat alle landen staan in feite voor eenzelfde dilemma. Enerzijds moeten we de crisis counteren met taken of opdrachten op korte termijn. Er moet geïnvesteerd worden, het geld moet rollen. Anderzijds moet er ook bespaard worden voor de lange termijn. En daarmee bedoel ik dat onder andere de kosten voor de vergrijzing moeten worden opgevangen.

Terwijl in zowat alle buurlanden relance- en besparingsmaatregelen worden aangekondigd en opgestart, reageert de Belgische regering op enkele maanden van de verkiezingen als een struisvogel: ze steekt de kop in het zand, zonder ook maar enige vorm van - echt - relanceplan op te starten, laat staan dat er sprake zou zijn van een besparingsplan.

Minister Reynders antwoordt nogal cynisch. Misschien nog wachten tot na de zomer om actie te ondernemen en zien of de economie zich niet herpakt, zo luidt zijn cynisch antwoord. We mogen niet te snel gaan, zegt hij - alsof er één zinnig mens is die de federale regering daarvan zou verdenken. Voor LDD is die gang van zaken volstrekt onaanvaardbaar.

De Hoge Raad van Financiën voorspelt dat als de federale regering niet ingrijpt, we volgend jaar een Belgisch begrotingstekort van 4,5 percent zullen hebben. De jaren daarna zou het zelfs 5 percent - 17 miljard euro - bedragen. Terwijl we elke dag nog dieper in dat moeras wegzinken, zegt Reynders doodleuk dat we ervoor moeten zorgen niet te snel te gaan. Voor hem is er dus blijkbaar geen probleem.

Maar geen paniek, mijnheer de minister-president. Federaal staatssecretaris Wathelet heeft de oplossing blijkbaar voorhanden. Vanmorgen lazen we in De Standaard dat hij onomwonden stelt dat niet alleen de federale regering zal moeten besparen, maar dat ook de regio's mee zullen moeten besparen om de begrotingstekorten op Belgisch niveau op te lossen. Hij wordt hierin gevolgd door de heer De Gucht, die op VRT-Radio 1 schaamteloos zegt dat de gemeenten en regio's zullen moeten bijdragen om die federale begroting bij te springen.

Mijnheer de minister, mijnheer de minister-president, ik heb geen glazen bol nodig om te weten dat die vraag van de federale regering om bij te springen zal worden gesteld aan de Vlaamse Regering.

Mijn vraag is dan ook logisch. Hoe zal de Vlaamse Regering hierop reageren? Zal de Vlaamse Regering hierop ingaan? Zal ze het stellen van die vraag gebruiken om eindelijk werk te maken van de overheveling van bijkomende bevoegdheden?

Minister Dirk Van Mechelen:

Mevrouw de voorzitter, deze actuele vraag bouwt voort op de discussie die we gisteren in de commissie hebben gevoerd. Eigenlijk is de grond van de zaak de verdeling van de lasten en lusten in dit koninkrijk.

We moeten steeds onder ogen zien dat het gisteren ter beschikking gesteld verslag van de Hoge Raad voor Financiën de evolutie van de globale entiteiten in kaart brengt. Het gaat, met andere woorden, over de evolutie van alle entiteiten in dit land. Die entiteiten zijn enerzijds de federale overheid en de sociale zekerheid, en anderzijds de regio's en de gemeenten.

De vraag is of Vlaanderen zijn huiswerk heeft gemaakt. Ik heb hier een tabel met de norminspanningen die Vlaanderen in het kader van het Stabiliteitspact voor de periode 1999-2009 met de federale overheid heeft afgesproken. Deze tabel is tot en met vorig jaar bijgewerkt. De voorziene norminspanning bedroeg 3,756 miljard euro. We hebben 6,403 miljard euro gerealiseerd. Er is dus een overschot van 2,646 miljard euro. Vlaanderen heeft dus beter gedaan dan de federale regering als inspanning in het kader van het Stabiliteitspact had gevraagd.

Iedereen weet wat we met dat overschot hebben gedaan. We hebben dat geld aangewend om de Vlaamse schuld tot 0 euro te herleiden. Gisteren hebben we in de commissie nadrukkelijk gesteld dat dit in het licht van de financiële en economische crisis die op Vlaanderen afkomt eigenlijk het beste uitgangspunt vormt. De Vlaamse begroting is schuldenvrij. Ik maak hier even abstractie van het geld dat voor de KBC-operatie is opgehaald. Vlaanderen heeft 2,6 miljard euro meer gerealiseerd.

Ik pleit niet voor een emotioneel debat. Ik heb, meer dan wie dan ook, inzicht in de problemen van de federale overheid. De federale overheid heeft problemen met haar schuldpositie en met de groeiende uitgaven in de sociale zekerheid.

Ik heb in de rekeningen en de jaarverslagen van de Nationale Bank globale cijfers gezocht die ons een houvast zouden moeten bieden. In 1999 bedroegen de ontvangsten van de overheid 118,1 miljard euro. In 2008 bedroegen die ontvangsten 167,2 miljard euro. Het aandeel van de dotaties bedroeg in 1999 22,9 miljard euro en in 2008 29,6 miljard euro. Dit betekent dat de gemeenschappen en de gewesten proportioneel in 1999 19,39 percent en in 2008 17,73 percent van de totale ontvangsten hebben ontvangen. Dat is minder dan in 1999. In 2004 hebben we dit percentage bereikt. Het is in de loop der jaren lichtjes opgelopen, met name van 17,05 percent tot 17,26 percent, 17,18 percent, 17,39 percent en 17,73 percent. Het percentage van de totale ontvangsten dat we hier genereren, is sinds 2004 dan ook haast constant gebleven.

Dit staat trouwens ook op pagina 36 van het verslag van de Hoge Raad voor Financiën te lezen: "De effecten van de totale eigen ontvangsten van elke entiteit voor fiscale overdrachten moet worden geacht gestabiliseerd te zijn op de verwachte ratio ervan". De Hoge Raad voor Financiën ziet hier, met andere woorden, ook een stabilisatie.

Er is een probleem. De vraag is of het hier enkel een probleem van de federale overheid betreft. Dit is het debat dat federaal minister De Gucht, die trouwens uitstekend kan tellen, wil voeren. In 1999 ging 51,6 miljard euro van de overheidsontvangsten naar de sociale uitkeringen. Dat is 43,75 percent. In 2008 ging het om 79,8 miljard euro, oftewel 47,75 percent van de overheidsontvangsten. Niet enkel het gewicht van de sociale uitkeringen ligt veel hoger dan de dotatie aan alle gewesten en gemeenschappen, de stijging is structureel ook een stuk sterker.

We zitten in dit land met een probleem, mocht iemand dit nog niet onderkennen. De schuld gaat de volgende maanden en jaren zeer zwaar wegen. Volgens het rapport is dat in 2008 3,7 percent van het bbp, in 2015 wordt dat 4,6 percent bij ongewijzigd beleid. In centen betekent dit dat er 2,7 miljard euro meer rente-uitgaven zullen moeten worden verricht, en dat met een vergrijzende bevolking.

Als je dit in kaart brengt, dan schommelt het tekort van de gemeenschappen en de gewesten rond 1 percent, met een knik in 2011 en 2012. Die correctie voert de raad door omwille van het feit dat gemeenten in verkiezingsperioden meer schuld opnemen. De groene lijn is het tekort dat de federale overheid genereert in diezelfde periode. Ik laat u raden waar er werk aan de winkel is.

Als ik in dit rapport één paragraaf heb gelezen die vanaf nu voor eenieder de bijbel van de Hoge Raad zal zijn, dan is het wel dat we steeds meer tot de conclusie komen - dat is ook wat Karel De Gucht stelt - dat het zo niet verder kan met de staatshuishouduitgaven, om de heel eenvoudige reden dat, zonder een grondige en vooral een doordachte staatshervorming met absoluut noodzakelijke bijkomende financiële verantwoordelijkheden van en voor de regio's, het opstellen van een begroting en het opstellen van een stabiliteitspact volgens mij totaal onmogelijk wordt in dit land.

De Hoge Raad schrijft op pagina 11: "De omvang van de vereiste budgettaire sanering houdt onvermijdelijk een evenwichtige en samenhangende verdeling in, zowel bij de ontvangsten als bij de uitgaven, over het geheel van de overheidsniveaus." Entiteit 1 en entiteit 2 dus. En dan zegt de Hoge Raad: "Dit houdt dus tevens de definitie en de uitwerking van institutionele en/of budgettaire akkoorden in die dit evenwicht en die samenhang duurzaam moeten kunnen verzekeren."

De slotsom is: zonder een grondige staatshervorming, met een duidelijk nieuw financieringsmechanisme, is dit land volgens mij, op termijn onbestuurbaar.

Gino De Craemer:

Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord.

De Vlaamse Regering heeft zich inderdaad gehouden aan het Stabiliteitspact. Men heeft de schuld tot nul herleid. Men heeft een begrotingsevenwicht. Men heeft besparingen gedaan. Men heeft investeringen gedaan. Dat er nu nog bijkomende inspanningen worden gevraagd door het federale niveau, dat tot op dit moment geen klap uitvoert, is onaanvaardbaar, onvoorstelbaar en is eigenlijk een crimineel feit.

Dat het federale België niet meer werkt, is een feit, maar Vlaanderen moet hiervoor niet opdraaien. Vlaanderen mag hiervoor niet het gelag betalen. Er moeten dringend structurele maatregelen worden genomen: een drastische staatshervorming, zoals u voorstelde. Een drastische staatshervorming, waarbij de federale overheid eindelijk stopt met taken uit te voeren op domeinen die van de gemeenschappen en de gewesten zijn. Een drastische staatshervorming, waarbij de Senaat en de provincies worden afgeschaft. Dat is ook al een serieuze besparing. Ik ga u nog een derde besparing geven waarbij het overheidsapparaat wordt afgeslankt. Dat zal u als Vld'er goed in de oren klinken. Minder ambtenaren dus, zeker op federaal niveau maar eventueel ook op Vlaams niveau. Wederom een besparing. De laatste en de grootste besparing is: een drastische staatshervorming waarbij de deelstaten zelfstandig worden en maximale bevoegdheden krijgen. Ze zullen verantwoordelijk zijn voor hun uitgaven, maar ook voor de financiering ervan. De deelstaten moeten dus autonoom worden en bevoegd zijn voor fiscaliteit, voor het arbeidsmarktbeleid en voor de volledige sociale zekerheid.

Mijnheer de minister-president, dat zijn structurele maatregelen en het is het enige antwoord dat de Vlaamse Regering kan geven op de vraag van minister Wathelet. 

Minister-president Kris Peeters:

Mevrouw de voorzitter, geachte leden, ik sluit me volledig aan bij wat minister Van Mechelen heeft gezegd. Mijnheer Sannen, u hebt gelijk: we zullen allemaal de tering naar de nering moeten zetten. Ook in Vlaanderen zullen de periodes waarin we beschikten over een bijkomende beleidsruimte van 1,5 à 1,7 miljard euro, jammer genoeg achter ons liggen en de volgende jaren niet meteen terugkeren. De federale regering moet natuurlijk doen wat ze moet doen, net als wij. Het is dus heel belangrijk dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt.

We hebben hier in het verleden discussies gehad toen de vorige premier vroeg dat Vlaanderen een extra inspanning zou doen om het algemene structurele tekort op te lossen. Toen hebben we daar heel duidelijk negatief op geantwoord. We zouden dat niet doen zonder dat we bijkomende elementen en bevoegdheden zouden krijgen. We staan hier nu voor een heel belangrijke uitdaging. Voor de eerste maal is het heel duidelijk dat een budgettaire staatshervorming essentieel is om federaal en ook in de andere deelstaten tot oplossingen te komen. Vlaanderen stelt heel duidelijk dat het gesprek moet worden aangegaan over een dergelijke staatshervorming, met alle elementen die aan bod zijn gekomen, dus niet alleen de usurperende bevoegdheden, maar ook fiscale autonomie en dergelijke meer.

Zolang dat niet duidelijk is, is de budgettaire staatshervorming natuurlijk heel moeilijk, laat staan dat bijkomende verminderingen van onze uitgaven, waar sommigen aan denken, aan de orde zijn.

Mijnheer Van Hauthem, entiteit 2 betreft zowel het lokale als het Vlaamse niveau, maar ook de Franstaligen en het Waalse Gewest. Als wij een bijdrage zouden leveren aan dat globaal structureel tekort, moeten zij natuurlijk ook een bijdrage leveren.

U hebt gelijk. In het rapport van de Hoge Raad voor Financiën is sprake van 2013-2019. Wij hebben liever dat het in 2013 is dat het structureel tekort wordt opgelost, maar de vraag is natuurlijk in welke mate het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap dat kunnen. Ook daarover zal het debat gaan. Het is natuurlijk zo dat men niet alleen naar Vlaanderen kan kijken in het geheel dat men zal moeten bespreken. Het biedt ons de mogelijkheid om op tafel te leggen wat we hier in het parlement al een aantal maanden geleden hebben onderstreept: als men extra inspanningen vraagt aan Vlaanderen, kan dat niet zonder daar, zoals minister Van Mechelen opmerkte, de problematiek van de staatshervorming bij te betrekken.

Minister Dirk Van Mechelen:

Ik wil nog een paar kleine elementen aan het debat toevoegen. Laten we duidelijk zijn: een groot deel van de extra beleidsruimte die we de voorbije twee jaar hebben opgebouwd, hebben we zelf verdiend. We hebben de voorbije tien jaar 6,6 miljard euro schuld afbetaald waardoor we 400 miljoen euro minder rentelasten hebben die structureel uitgegeven kunnen worden.

We hadden een begroting met substantiële overschotten: 600 miljoen euro en 450 miljoen euro. We zijn geëvolueerd naar een begroting zonder overschot, een begroting in evenwicht, maar zonder schuld, waardoor we de facto bijna 1 miljard euro aan beleidsruimte hebben gecreëerd.

De schuld is een Belgische schuld, maar jammer genoeg, mijnheer De Craemer, kunnen we niet doen alsof we daar niets mee te maken hebben, want de Belgische schuld wordt door nogal wat Vlamingen gedragen.

Als we het over een staatshervorming hebben, vraag ook ik meer fiscale autonomie. U zegt dat de federale overheid moet doen wat ze moet doen. Dat klopt, de federale overheid moet geen grootstedenbeleid voeren, maar de regio's zullen niet ontsnappen aan het debat om een stuk verantwoordelijkheid op zich te nemen voor bijvoorbeeld de pensioenlasten van hun extra ambtenaren. Ook dat debat zal op tafel terechtkomen.

Tot slot wil ik nog stellen dat Vlaanderen de volgende jaren ervoor moet zorgen dat we ten eerste ons engagement om een begroting in evenwicht te realiseren, waarmaken. Ten tweede, zoals gisteren werd besproken, mijnheer Van Rompuy, moeten we in het kader van de intertemporele neutraliteit overschotten boeken, dat geld sparen en dat geld dan gebruiken voor de verdere opbouw van zowel ons Zorgfonds als van ons Toekomstfonds.

Gino De Craemer:

Mijnheer de minister-president, mijnheer de minister, bedankt voor het antwoord.

Mijnheer de minister, u hebt gelijk, de Belgische staatsschuld blijft inderdaad en Vlaanderen zal moeten bijdragen aan het wegwerken ervan. Ik ben het eens met de minister-president die stelt dat we ook op Vlaams niveau de tering naar de nering moeten zetten. We moeten inderdaad keuzes maken, en daarom bepleit LLD de afschaffing van de onroerende voorheffing bepleit.

Mijnheer de minister-president, ik herhaal mijn vraag om niet in te gaan op de federale vraag die er komt. Er zijn structurele tekorten op Belgisch niveau. Wel, er moet een structureel antwoord gegeven worden en er moeten structurele maatregelen worden genomen en dat kan met een staatshervorming.

Ik probeer af te ronden, mevrouw de voorzitter, als ik daartoe de kans krijg, want hier is een gebrek aan respect voor iemand die op de tribune staat.

We moeten praten over een structurele maatregel, en dat is een staatshervorming. Daar is op federaal vlak moed voor nodig, mijnheer de minister en mijnheer de minister-president, en in alle regio's, met de nadruk op 'alle', is daar verantwoordelijkheidsgevoel voor nodig.

Als er niet kan worden gepraat over een staatshervorming, die nochtans het Belgische begrotingsdebacle zou kunnen oplossen, dan is het voor LDD heel simpel: dan moeten we enkel nog praten over een boedelscheiding.