Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Opinies

Eurovoluntarist op dwaalspoor

05/03/2009 16:11 - Opinie - Europees - Begroting

Wat Guy Verhofstadt zegt in zijn manifest "Een New Age of Empires" staat haaks op wat hij in praktijk bracht, stelt Derk Jan Eppink in een opiniestuk in De Tijd.

"Ik prijs Verhofstadt dat hij het Europa-debat stimuleert. Maar als Eurovoluntarist mengt hij water met water en verkoopt het als een 'heerlijk Toscaans wijntje'. Als Eurorealist proef ik gewoon kraanwater."

(...)

In zijn recente manifest 'Een New Age of Empires' schrijft Guy Verhofstadt dat de recessie bestrijden met deficit spending een illusie is. Het begrotingstekort in 2009 stijgt naar 3,4 procent van het bbp. Open VLD lanceert Verhofstadt als 'redder des Vaderlands'. Maar diezelfde Verhofstadt heeft in de periode 2000-2008 tijdens een gemiddelde groei van ruim 2 procent alle budgettaire marges verbruikt. Verhofstadt is niet de oplossing, hij is het probleem.

Verhofstadts basisanalyse is een misser. Hij stelt dat de economische crisis de unipolaire wereld multipolair maakt. De Verenigde Staten verliezen macht ten voordele van China, India, Brazilië en Rusland, de BRIC-landen.

'De globale recessie luidt wellicht de definitieve opgang in van deze landen', schrijft hij.

Verhofstadt ziet de wereld door de verkeerde bril. BRIC-landen worden veel harder getroffen door de recessie dan Amerika. De Chinese export implodeert, India blokkeert en Rusland roest. De economische basis van deze landen is eenzijdig en kwetsbaar. Het is wachten op herstel in Amerika.

Wie zichzelf heruitvindt, kan zijn verleden niet wegcijferen. Verhofstadt predikt stellingen die haaks staan op wat hij in praktijk heeft gebracht. Het meest opmerkelijke is zijn pleidooi voor strikte budgettaire normen. Hij zou recht van spreken hebben indien hij als premier tijdens de vette jaren 2000-2008 overschotten had geboekt. Die hadden tijdens de huidige magere jaren gebruikt kunnen worden om de economie te stimuleren. Maar Verhofstadt boekte geen overschotten; hij maakte het geld op.

Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van het Itinera-instituut, berekende dat Verhofstadt de uitgaven (zonder rentelasten) met 40 miljard euro deed exploderen. Van de Cloot sprak van een 'uitgavenwals'. Verhofstadt heeft problemen afgekocht en opgeschoven. Nu zitten zijn opvolgers met de gebakken peren, terwijl de grote geldverslinder zich aandient als redder in nood. Het is de schaamte voorbij.

Voorspelbaar

Voor Europa heeft Verhofstadt niets beters in petto. Hij pleit voor een uitgavenexplosie op Europees niveau via een Europese belasting. Na lokale, regionale, gewestelijke en federale belastingen trakteert Verhofstadt ons op een Euro-tax. De huidige financiering van de EU is niet ideaal. Lidstaten bekvechten over wie hoeveel betaalt. De procedure is morsig. Maar het resultaat is dat EU-uitgaven niet exploderen zoals de Belgische tijdens de regeringen-Verhofstadt.

Wat met een Europese belasting gebeurt, is voorspelbaar. Eurocraten en Europees Parlementsleden beloven eerst een laag tarief. Zodra de belasting er is, gaat het tarief drastisch omhoog. Verhofstadt wil de beslissende bevoegdheid bij het Europees Parlement leggen. Dat zal als 'uitgavenwals' geld spenderen voor de eigen achterban in de lidstaten. Verhofstadt wil in Europa doen wat hij in België deed.

Ik heb in de Europese Commissie eens een debat gehad met commissaris Louis Michel (MR). Hij opperde de gedachte dat de Euro-tax 'Europa dichter bij de burger zou brengen'. Een illusie. Ik hield hem voor dat veel revoluties zijn begonnen na belastingverhogingen die burgers niet accepteerden. Ik waarschuwde hem: boze Europese burgers zullen met hooivorken naar het Schumanplein komen om bekende EU-kopstukken, zoals Michel zelf, te onthoofden. Het Berlaymont zal hetzelfde lot ondergaan als de Bastille. Michel beschuldigde mij van ultraliberalisme.

Een Europese belasting is overbodig als men de EU-begroting van 130 miljard euro herschikt. De landbouwuitgaven dalen al geleidelijk, terwijl men steun aan arme regio's kan beperken tot de arme regio's in arme lidstaten. Landbouw en regionaal beleid vormen nu 75 procent van de begroting. Verminder dat en er komt geld vrij voor onderzoek & ontwikkeling en innovatie; voor een financiële agenda van de toekomst.

Tegenovergestelde

Het is opvallend dat Verhofstadt analyses maakt die het tegenovergestelde zijn van wat hij als premier heeft gedaan. Hij wijst op globalisering als uitdaging. Maar tijdens zijn regeerperiode is de concurrentiepositie van België enorm verslechterd. De totale fiscale druk daalde amper (van 49 procent in 2000 naar 48,2 procent in 2008), terwijl de belasting op arbeid voor midden- en hogere inkomens met 55,4 procent nog altijd de hoogste is van de 30 OESO-landen. Een werkende Belg die 100 euro verdient houdt er maar 44,6 euro van over. Wie dus een jaar werkt, begint pas in juli te werken voor zichzelf; daarvoor werkt hij voor de staat.

Tijdens de regering-Verhofstadt daalde het primair saldo (begrotingssaldo min de rentelasten) van 6,6 procent in 2000 naar 2,7 procent in 2008. België heeft een enorme loonkostenhandicap in vergelijking met de buurlanden. Vlaamse kmo's krijgen daarom nu klappen met de voorhamer. Hun concurrentiepositie smelt weg.

Verhofstadt wijst in zijn boek op het verschil tussen arm en rijk in de wereld. Dat is inderdaad een probleem. Maar hoe evolueerden de uitgaven voor ontwikkelingshulp in zijn regeerperiode? Als premier formuleerde hij het doel dat België de VN-norm van 0,7 procent van het bbp voor uitgaven aan ontwikkelingshulp moest halen. In 2001 was dat percentage 0,37 procent en in 2003 al 0,60 procent. Maar in 2007 was het al weer gezakt naar 0,43 procent; net zo hoog als in 1994.

Ook doet Verhofstadt in zijn manifest een oproep voor het Europese doel om in 2020 20 procent van de benodigde energie uit hernieuwbare energiebronnen te halen. Hij zegt dat Europa in het klimaatdebat 'onmiskenbaar het voortouw heeft genomen'.

Kennelijk trok hij zelf niet aan dat voortouw. Het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen ontwikkelt zich in België enorm langzaam: van 1,5 procent in 1999 naar 3,9 procent in 2006. België kan die 20 procent in 2020 nooit halen. Daarom kende de Europese Commissie België een lager doel toe: 13 procent in 2020. Premier Verhofstadt belde meteen naar Commissievoorzitter José Manuel Barroso. Dat doel was: 'te duur'. Tevens was het de regering-Verhofstadt die besloot tussen 2015-2025 de Belgische kerncentrales te sluiten, die in bijna 60 procent van de stroom voorzien. Komt er in 2020 nog stroom uit het stopcontact?

Belgacom

Ook de vergrijzing van de bevolking is een uitdaging. Belgische pensioenen worden grotendeels betaald uit de jaarlijkse begroting. Daarom moeten meer mensen aan het werk; de activiteitsgraad moet omhoog. Tijdens de regering-Verhofstadt steeg de Belgische activiteitsgraad veel te traag om de kosten van de vergrijzing op te vangen: van 64,2 procent in 2001 naar 67,1 procent in 2007. Het gemiddelde in de EU-27 is 70,5 procent werkenden van de beroepsbevolking.

Bedrijfspensioenfondsen zijn daarom een goede aanvulling. Maar wat deed Verhofstadt? In 2003 gooide hij 5 miljard euro van het Belgacom-pensioenfonds in de overheidskas om zijn begroting sluitend te krijgen. De staat nam de pensioenverplichtingen van Belgacom over. De kosten werden afgewenteld op de komende generaties. Ondanks alle budgettair gegraai sloot Verhofstadt zijn regeerperiode af met een structureel tekort van 1,1 procent. Uitgerekend hij vertelt nu vrome verhalen.

Klaarwakker

Verhofstadt ziet een oplossing in liberalisering van economische sectoren. Wat deed hij als premier? Hij volgde de PS-koers zodra liberaliseringsdossiers op tafel kwamen. Dat gold - eerlijk is eerlijk - niet voor alle VLD'ers. Minister van Overheidsbedrijven Rik Daems was een belangrijke schakel in de liberalisering van de Europese postsector. Ik werkte, als kabinetslid van EU-commissaris Frits Bolkestein, nauw met hem samen. In 2001 werkten we voor het Europese compromis achter de rug van de PS en Verhofstadt heen om geen slapende honden wakker te maken.

Bij de dienstenrichtlijn van 2004 mislukte dat. Toenmalig minister van Economie Marc Verwilghen was het met Bolkestein eens. Maar hij kon niets doen, want de PS was intussen klaarwakker. In de Raad van Ministers had België 'geen standpunt'. Wat deed Verhofstadt? Niets. Hij was immers de poedel van de PS.

Ik prijs Verhofstadt dat hij het Europa-debat stimuleert. Maar als Eurovoluntarist mengt hij water met water en verkoopt het als een 'heerlijk Toscaans wijntje'. Als Eurorealist proef ik gewoon kraanwater. Verhofstadt heeft het recht zichzelf opnieuw uit te vinden. Maar een realitycheck is op zijn plaats. Zeker als de 'vernieuwde' zich opwerpt als redder des Vaderlands.

(c) Derk-Jan Eppink is Europees boegbeeld voor Lijst Dedecker