Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Interviews

'Er komen nog meer problemen'

09/01/2009 23:06 - Interview

Dat in Gent tien criminelen vrijgelaten moesten worden, is nog maar een van de problemen met de BOM-wet.

Volgens Kris Daels, ex-speurder en huidig parlementair medewerker van kamerlid Jean-Marie Dedecker, is de grootste valkuil in de befaamde wet op de Bijzondere Opsporingsmethoden dat ze misbruik van informanten mogelijk maakt.

"Ik ben ervan overtuigd dat hierdoor onschuldigen in de cel zitten," zo zegt hij in De Standaard.

"Weet je hoe dat soms gaat? Een speurder is een jager en hij doet er alles aan om zijn prooi te pakken. Als hij iemand echt wil flikken, dan vraagt hij gewoon aan een informant om bijvoorbeeld de geviseerde persoon een grote partij drugs aan te bieden. Dat is compleet illegaal, maar het lukt wel, omdat informanten gemakkelijk te manipuleren zijn. Ze hebben meestal zelf ook iets op hun kerfstok. En de speurder komt daar zonder problemen mee weg, omdat er op het gebruik van informanten zo goed als geen controle gebeurt."

Dat is het gevolg van de wet op de Bijzondere Opsporingsmethoden (BOM), een wet die zwaar onder vuur ligt. Door een procedurefout bij de toepassing ervan hebben tien zware criminelen dinsdag lachend de Gentse gevangenis kunnen verlaten.

Kris Daels waarschuwt dat er nog meer problemen met de BOM-wet aankomen. Daels is nu parlementair medewerker van kamerlid Jean-Marie Dedecker - en leverancier van de recente politieschandalen. Maar tot een jaar geleden was hij rechercheur bij de federale politie, eerst als undercoveragent, daarna als contactpersoon ('runner') van informanten in Brugge.

De BOM-wet wordt nu bekritiseerd voor zijn vaagheid. Dat zou aan de basis van de procedurefout in Gent liggen. Maar u stelt een grotere tekortkoming in die wet aan de kaak. Er zou te gemakkelijk geknoeid kunnen worden met informanten.

"Eerst en vooral wil ik zeggen dat het goed is dat de BOM-wet er is. Ze is ook noodzakelijk. Ze stelt speurders in staat verdachten te observeren, agenten te laten infiltreren en informanten te gebruiken. Die laatsten zijn mensen die zich in of op de rand van het crimineel milieu bevinden."

"De informatie die de rechercheurs van hun informanten krijgen, kan de basis van een onderzoek vormen. Maar in dat onderzoek komen hun namen niet meer voor. Alleen de runner bij de politie kent die, en eventueel ook de BOM-magistraat. Verder blijven deze gegevens in het geheime informantendossier, en kan niemand die opvragen. Dat is enerzijds logisch, om de informant te beschermen. Anderzijds maakt dat mogelijke misbruiken door de politie mogelijk, want die heeft hier dus vrij spel. De magistraat kan zich alleen maar baseren op de informatie die hij van de informantenrunner gekregen heeft."

Hebt u weet van zulke misbruiken?

"Ja, en ik sluit niet uit dat hierdoor zelfs onschuldigen in de gevangenis zitten. Speurders hebben er alles voor over om de persoon die ze viseren, te klissen. Al gebeurt het omgekeerde ook, dat informanten hun runners manipuleren, om zo een andere crimineel een hak te zitten."

Hoe kan men zulke misbruiken vermijden?

"De oplossing ligt in ieder geval in een betere controle. Men zou bijvoorbeeld het vertrouwelijk verslag waarmee het onderzoek opgestart wordt, ter controle aan de kamer van inbeschuldigingstelling (KI) kunnen voorleggen. Er moet alleszins iets aan gedaan worden. Al weet ik ook dat zoiets niet gemakkelijk is, omdat de afscherming van de informanten gegarandeerd moet blijven. Maar er zal wel snel een antwoord moeten komen. Het valt in zware dossiers trouwens op dat de politie, in sommige arrondissementen, steeds meer gebruik maakt van informanten, tegenover bijvoorbeeld het gebruik van undercoveragenten. Dat is niet toevallig."

 

(c)Pieter Lesaffer