Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Interviews

"En toch heb ik gelijk" (Jean-Marie Dedecker over de verkoop van overheidsgebouwen)

27/04/2009 08:22 - Interview

Hij heeft in zijn leven menige storm doorstaan, zegt Jean-Marie Dedecker, maar de orkaan die nu over hem heen raast? Nooit meegemaakt.

«Ik zou hier nooit meer aan beginnen» zegt hij in een interview in Het Laatste Nieuws. Maar nu hij toch bezig is...

Eigen schuld, dikke bult, geeft hij toe. Had hij maar geen privédetective moeten loslaten op Karel De Gucht. Maar er was meer. LDD'ers die elkaar onbekwaam en lui noemden. De opgestapte Dirk Vijnck die de partij een bom geld en personeel dreigt te kosten. En als kers op de taart: een boek dat Dedecker portretteert als louche zakenman en agressieve buffel. Toppolitiek, quoi.

«Ik zou hier nooit meer aan beginnen», zucht hij.

Maar nu hij toch bezig is, wil hij op 7 juni de verkiezingen winnen en daarna de wereld veranderen.

Laten we beginnen met een multiple choice. Ziehier drie woorden waarmee de krant De Morgen u deze week omschreef: A. beerboer; B. pizzakots; C. schijthuis. In welk van de drie herkent u zich het meest?

Dedecker: «Dit hou je toch niet voor mogelijk? Noem mij één andere politicus met wie zo wordt afgerekend - zelfs Filip Dewinter is nooit zo plastisch omschreven. Vanuit alle linkse kerken die mij rauw lusten, is de ultieme afrekening ingezet, met 7 juni als einddatum. Keutels van konijnen zijn het, maar voeg ze allemaal samen en wat je naar je hoofd krijgt is een olifantenvla. Om in de sfeer te blijven: ga dus maar voor C, voor Dedecker als schijthuis. Moet je dat boek zien dat over mij verschijnt. Dat staat vol zogenaamde schandaaltjes, maar nooit is mij er mij iets ten laste gelegd. 't Is één lange opsomming, maar het belangrijkste staat er niet in: dat ik de dief ben van 'De Rechtvaardige Rechters' en ook de reus van de Bende van Nijvel naar wie ze al zo lang op zoek zijn. Uit een volgend schandaalboek zal blijken dat ik bovendien het meesterbrein was achter de aanslagen van 9/11 in New York. Ach, 't is te hilarisch voor woorden, maar het doet pijn. Ik had al een dik vel, maar intussen is dat verhard tot een schild. En toch priemen ze daar nog door, zij die mij kapot willen.»

Geef toe, u heeft hen de priem zelf aangereikt.

«Eigen schuld, dikke bult. Ik had vooraf moeten weten wat het woord privédetective oproept: iemand die tussen je gordijnen gluurt om te zien met wie je het doet en 's morgens komt voelen of de lakens nog warm zijn. Vlamingen houden daar niet van. Had ik dezelfde opdracht gegeven aan iemand met dezelfde specialisatie maar een andere titel op zijn visitekaartje, pakweg een fiscalist, dan had geen haan hiernaar gekraaid. Karel De Gucht heeft het slim gespeeld: 'Kijk eens wat die boze Dedecker mij, mijn vrouwke en fiston heeft gelapt.' Terwijl zijn privéleven mij niets kan schelen. Al wat er over hem en zijn gezin in dat rapport staat, google je in vijf minuten bijeen. Daar is niets geheims aan.»

Was het nodig om een detective in te schakelen om tot zulke waardeloze conclusies te komen?

«Neen, maar dat was ook de opdracht niet. Die detective moest nagaan of Karel De Gucht deel uitmaakt van de vennootschap die het gerechtsgebouw van Veurne heeft gekocht van de overheid en het nu aan diezelfde overheid terugverhuurt voor 10 % van de aankoopprijs gedurende 18 jaar - dat kan tellen, qua rendement. Ik wilde te weten komen wie er schuilgaat achter die vennootschap van de familie Jaspers. Helaas liep dat spoor dood in het buitenland. En toch heb ik gelijk.»

Op wie baseert u zich daarvoor?

«Op een rechter uit Veurne. Hij zegt mij dat Laurent Jaspers zelf het verband met Karel De Gucht heeft bevestigd. 't Is voor mij geen kwestie van gelijk hebben, maar van gelijk krijgen.»

Dat is het precies: u kan honderdmaal beweren dat u gelijk heeft, maar als u dat niet kan bewijzen, moet u toch uw mond houden?

«Ik geef toe: soms mis ik die laatste 5 of 10 % om mijn gelijk zwart op wit te bewijzen. Soms ontbreekt de smoking gun. Maar moet dat je verhinderen om je plicht te doen als Kamerlid? Hier word je uitgekotst als je doet waarvoor je als parlementair wordt betaald: checken of het geld van de belastingbetaler efficiënt en eerlijk wordt gebruikt door de regering. Dat is toch de politieke ethiek op zijn kop?»

Moet u, nu u 16 % in de peilingen haalt, nog altijd als een pitbull achter elk vermeend schandaal aan rennen, achter elke zweem van belangenvermenging? Verwachten uw kiezers nu niet vooral een blijde boodschap van u? 'Change' en 'Yes I can'?

«Ja, maar 't is toch niet omdat LDD goede perspectieven heeft dat ik mijn ogen moet sluiten voor wat er fout loopt? Ik hoor alsmaar zeggen dat Dedecker maar één ding wil: een auto met chauffeur en een A-plaat. Maar ik héb al een chauffeur. Daarvoor hoef ik echt geen minister te worden.»

'Hoe graag hij dat ook zou willen, we gunnen Dedecker geen cordon sanitaire', zegt De Gucht.

«Hij vergist zich. Ik wil geen cordon. Ik heb geen zin om eeuwig langs de kant te staan brullen als een hooligan. Ik wil dat veld op. Scoren. Dat kan alleen als je mee in de regering zit. Vanzelfsprekend is dat niet. Het wordt boksen. Ik zit nu in de hoek waar de klappen vallen, maar ik hang niet punch drunk in de touwen. Ik wacht op het geschikte moment om terug te slaan. Of als ex-judoka: op dat tiende van een seconde waarop je de aanval van je tegenstander kan overnemen om hem zelf te vloeren. Dat moment komt nog, meneer De Gucht.»

U bent doodop. Slaapt u nog?

«Weinig en slecht. Ik werk 18 uren per dag. En als ik in bed lig, pieker ik me suf. Dan vraag ik me af wat zo'n brave jongen als Dirk Vijnck heeft bezield om over te stappen naar Open Vld? 't Is een parlementaire autist. De enige keer dat hij in de Kamer zijn mond heeft opengedaan, was bij zijn eedaflegging. We hebben hem dictielessen gegeven, cameragewenning: allemaal geen avance.»

Fraai beeld schetst u van de kwaliteit van uw parlementsleden. Daar zitten ook volgens uw eigen poulain Rob Van de Velde een aantal onbekwamen en luieriken bij.

«Is dat niet inherent aan de opstart van élke nieuwe partij? Pas straks, na 7 juni, krijg ik de kans om competente mensen naar het parlement te sturen. In 2007, toen LDD voor het eerst opkwam en op 2 % werd gepeild, was het zaak om de lijsten vol te krijgen. Dat was het geval in Leuven. 'Wie 5.000 euro in de campagne steekt, mag hier de lijst trekken', zei ik. Dirk Vijnck stak zijn vinger op: 'Ikke, Jean-Marie.' Verkocht. Een paar uur voor het afsluiten van de lijsten ben ik nog naar Bree gevlamd om de schoonmoeder van een kandidaat te overtuigen, want in Limburg kwamen we een vrouw tekort. Zo ging dat toen. LDD is gestart als een kruidenierszaak: 'Chez Jean-Marie'. Nu leid ik een kmo. En eerlijk: was het te herdoen, ik zou er nooit meer aan beginnen. Dit sloopt je, fysiek maar vooral menselijk.»

't Is vreemd: u klinkt behoorlijk down, terwijl u volgens de peilingen op weg bent naar een historische overwinning.

«Misschien wel. Maar af en toe, als het applaus is uitgestorven, denk ik: 'Beste vriend, je bent 57 en je hart slibt dicht, maar toch pleeg je roofbouw op jezelf. Je hebt een droom van een kleinkind, maar 's morgens word je wakker met de deprimerende vraag: van waar zouden ze vandaag komen, de kogels?' Vrolijker word je daar niet van. Maar bon, ik kan niet meer terug. En wie weet krijg ik straks een unieke kans om echt iets te veranderen. Niet voor mezelf, maar voor de generatie van mijn kinderen en mijn kleinkind - mijn hiernamaals noem ik hen.»

U wordt met Pim Fortuyn vergeleken. Griezelig vooruitzicht.

«Ik weet welke risico's ik neem als ik tegen heilige huisjes schop: de klassieke partijen en hun zuilen, het koningshuis, de haute finance. Ik krijg geen dreigtelefoons, maar wel mensen aan de lijn die zeggen: 'Meneer Dedecker, u baart ons zorgen.' De enige die mij niets kwalijk neemt, is prins Laurent. 'Meneer Dedecker,' zei hij, 'u zit voortdurend op mijn kap, maar u bent een fenomeen. Ik zie in u een nieuwe Jean-Luc Dehaene.' Wellicht had hij het over mijn omvang.»

Wat heeft u toch tegen Karel De Gucht?

«Niets. Ik vind hem een uitstekende minister van Buitenlandse Zaken. Maar de man heeft sinds dag één een viscerale afkeer van me. Toen hij VLD-voorzitter was, riep hij me eens naar zijn kantoor. Toen ik binnenkwam, zei hij niets. Hij keek niet eens op van zijn signataire. En dat ging zo maar door, tien minuten in volstrekte stilte. Alsof ik niet bestond. De Gucht vindt mij een straatvechter. Klootjesvolk. En daar houdt hij niet van. Hij minacht mij.»

U koketteert daar graag mee, met dat imago van volksjongen, maar op uw manier bent u natuurlijk even 'established' als De Gucht. U kan toch niet eeuwig de underdog spelen?

«En toch zal ik nooit veranderen, ook niet mocht ik op 8 juni aan de onderhandelingstafel plaatsnemen. Ik blijf partijvoorzitter, maar zeer waarschijnlijk word ik geen minister. Daar heb ik andere bekwame mensen voor. Mocht het mij gevraagd worden, dan zal ik niet meteen ja zeggen.»

Ze moeten lang genoeg aandringen, zoals bij Herman Van Rompuy?

«Daarover gaat het niet. Minister worden is niet mijn natte droom. Mij gaat het om wat ik met LDD kan veranderen: zorgen dat Vlamingen die hard werken en geen vlieg kwaad doen daarvoor beloond worden in plaats van bestraft en gepest. Maar daarvoor moeten we incontournable zijn.»

Hoeveel procent is daarvoor nodig?

«Dat weet ik niet. Ik hou er evenveel rekening mee dat we de kiesdrempel niet halen als dat we de grootste partij worden. Het zou alvast helpen mochten we groter zijn dan de socialisten. Maar er zijn er nog die met CD&V en Open Vld in een regering willen: de N-VA. Geert Bourgeois is regeringsgeil als nooit tevoren.»

Het gerucht wil dat LDD en N-VA zich bij onderhandelingen zouden aanbieden als een totaalpakket: samen erin of samen eruit.

«Ik kan dat gerucht niet bevestigen, maar er zit wel iets in die analyse: als Bart De Wever en ik als kleinere partijen echt incontournable willen zijn, moeten we steun zoeken bij elkaar. Als je in Vlaanderen iets wil zien veranderen, moeten zowel de partij van Bart als de mijne in die nieuwe regering zetelen.»

De titel van het boek dat Raf Sauviller over u schreef, luidt 'De buffel'. Snuiven, trappelen, aanvallen: herkent u zich daarin?

«Neen. De brulboei, de bullebak, de buffel: mensen die me kennen, lachen daarmee. Telkens weer betaal ik de prijs voor dezelfde voorvallen uit mijn verleden. Let wel: ik ontken die niet. Ik héb zwarte vlekken op mijn ziel. Maar vijftien jaar na datum wil ik niet meer gepakt worden op twee uit de hand gelopen ruzies. Ik ben daar diep beschaamd over en het blijft een schandvlek op mijn leven, maar mag het nu ophouden? Men doet alsof ik zonder scrupules en met gebalde vuisten door het leven stap. Maar wat heb ik misdaan? Wat heb ik verdomme misdaan?»

© Jan Segers - 2009 De Persgroep Publishing