Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Opinies

En nu de bestrijding van de kennisarmoede

02/12/2008 13:54 - Opinie

"Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke legt (te lang) de klemtoon op het gelijkekansenbeleid." Dat stelt Katja Beckx in een opiniestuk in De Tijd. Beckx is lid van de werkgroep onderwijs van de denktank Cassandra, lid van de LDD en lerares niet-confessionele zedenleer.

Het nieuwe schooljaar is aangekondigd als een jubileum- en jubeljaar. Een halve eeuw na de ondertekening van het Schoolpact ligt de lat voor de werkingsmiddelen van alle onderwijsnetten overal gelijk. De minister van Onderwijs spreekt zelfs over het 'koninginnenstuk van zijn gelijkekansenonderwijsbeleid'.

Nu de lat volgens Frank Vandenbroucke na een halve eeuw gelijk ligt inzake financiering, kan misschien dringend werk worden gemaakt van de kennisarmoedebestrijding in de scholen.

Minister Frank Vandenbroucke (sp.a) zwaait dit schooljaar met 125 miljoen euro aan extra werkingsmiddelen naar de basis- en secundaire scholen: een globale stijging met 20 procent. De meeste scholen zullen er financieel op vooruit gaan met meer werkingsmiddelen voor lesmateriaal, uitstappen, verwarming...

Dat de minister extra geld kan uittrekken is een gevolg van het Lambertmontakkoord van 2001. Het gaat om federaal geïnde en overgehevelde belastinggelden.

Vandenbroucke is daarbij op zoek gegaan naar een sleutel om die extra middelen billijk te verdelen en liet zich inspireren door zijn consequent volgehouden gelijkekansenbeleid. Die aanvullende financieringsenvelop suggereert dat meer financiële middelen worden uitgetrokken om sociale achterstelling weg te werken. Leerlingenkenmerken - althans die van hun sociale biotoop - zijn het uitgangspunt voor de verdeling van de bonus voor de scholen, zoals het inkomens- en opleidingsniveau van de ouders.

Kortweg, hoe zwakker de sociale toestand van de leerlingenpopulatie, hoe meer werkingsmiddelen de school daarvoor in de plaats krijgt. Zo spekt de sociale achterstelling straks de werkingsmiddelenkas van de scholen.

Cynisch bekeken zou een school zowaar de kansarmoede en verpaupering nog gaan toejuichen. Ook de stigmatisering is daarbij niet geheel uit de lucht: ouders moeten hun sociaal profiel zelf aanvullen en een school die haar werkingsmiddelen drastisch ziet verhogen, weet dat ze een potentiële ravage herbergt inzake perspectieven en kansen die de maatschappij in petto heeft voor de jongeren die er schoollopen.

Vandenbroucke heeft het Vlaamse onderwijs jarenlang overwegend benaderd vanuit het sociaal perspectief van scholieren en hun gezin. Hij heeft daarbij veel tijd, geld en energie gestoken in middelen om allerhande gevolgen van de sociale ongelijkheid binnen de schoolmuren te milderen.

De school werd daardoor van een prestatie-, leer-, en kennisomgeving omgesmeed tot een beschermende, sociale omgeving waar het gelijkekansenadagium voor alles ging. Scholen moesten schoolvoorbeelden worden van sociale gelijkheid. En hoe nobel dat streven ogenschijnlijk ook klinkt, de core business van een school ligt elders. Ze ligt namelijk meer dan ooit in het afleveren van kwaliteitsvol onderwijs en hoogwaardige diploma's die toegevoegde, competitieve waarde aan de (internationale) arbeidsmarkt kunnen bieden.

Het lijkt er stilaan op dat precies die prestatiegerichte cultuur en onderwijskwaliteit, flink zijn gaan tanen onder een allesoverheersend gelijkekansenbeleid. De lat mag nu dan wel gelijk liggen, ze ligt qua niveau en prestatievereisten ook een behoorlijk stuk lager. Precies door het nivellerend effect van het gelijkekansenbeleid op de onderwijskwaliteit, dreigt dit beleid af te glijden naar gelijkekennisarmoede.

Het wegwerken van maatschappelijke ongelijkheid via de school is bovendien geen efficiënte weg. Sociale achterstelling wordt het best structureel aangepakt via welzijnsbeleid en niet in de marge van of erger, in plaats van onderwijsbeleid.

Het valt trouwens op hoezeer ons politieke bedrijf de afgelopen jaren heeft gefaald inzake (kans)armoedebestrijding en het terugdringen van de sociale achterstelling. Onderwijsbeleid moet in eerste instantie focussen op onderwijs.

Prestatiegericht

Een onderwijsbeleid in het teken van gelijke kansen levert een fraai klinkend discours op. Maar het beleid en het onderwijsdebat horen in eerste instantie in het te teken staan van de onderwijskwaliteit en de prestatie(be)vordering van de leerlingen.

Waarmee is een kansarme en sociaal achtergestelde leerling - en bij uitbreiding elke leerling - meer gebaat, dan met kwalitatief hoogwaardig onderwijs en een dito diploma? En is kennisarmoedebestrijding uiteindelijk niet het meest effectieve wapen tegen kansarmoede?

Nu de lat volgens de minister na een halve eeuw gelijk ligt inzake financiering, kan misschien dringend werk worden gemaakt van de kennisarmoedebestrijding in de scholen? Een nieuwe, gezonde competitieve leercultuur gebaseerd op prestatie en responsabilisering moet daarbij een pamperend en bevoogdend beleid vervangen. Of we deze minister van Onderwijs daartoe bereid zullen vinden lijkt twijfelachtig.

(c) De Tijd 2/09/08