In het nieuwe Portalis gebouw, dat schuin over het Brusselse Justitiepaleis aan het Poelaertplein staat, zijn een 40 -tal cellen ingericht, waarin overdag gedetineerden of arrestanten voor een korte tijd worden vastgehouden. Deze zogenaamde doorgangscellen zijn zo slecht ingericht dat het personeel er ziek wordt, en dat hun veiligheid op verscheidene punten wordt bedreigd. Dat blijkt uit een vernietigend rapport van de bevoegde controlerende overheid van 21 januari 2011.
Ongezond en smerig
Jean-Marie Dedecker, voorzitter LDD: "De nieuwe doorgangscellen zijn zo slecht ontworpen dat het zelfs niet mogelijk is ze deftig te kuisen met water, laat staan ze te desinfecteren, ook al smeren sommige gedetineerden de muren in met hun uitwerpselen. Bovendien is het voor het personeel bijzonder lastig om toezicht te houden op de arrestanten in de cellen, werkt de airco niet, is de brandveiligheid niet in orde, en zijn de cellen zelfs niet bereikbaar met gewone celwagens."
Falen van Justitie
Voor LDD is het Portalisgebouw een triest voorbeeld van de Belgische Justitie, die dit complex zelf heeft laten bouwen, maar daarbij haar eigen normen niet naleeft. Of hoe een prestigeproject door het departement zelf naar de vaantjes wordt geholpen.
Jean-Marie Dedecker: "Als de minimumnormen van hygiëne en veiligheid niet worden ingevuld is het geen wonder dat het personeel er snel genoeg van heeft. Maar de echte schande is dat Justitie dit project zelf in handen heeft, en dat er ondanks de duidelijke negatieve rapporten niet wordt ingegrepen."
Comité P staat er bij....
Voor LDD is het zeer merkwaardig dat het Comité P dat toezicht houdt over de politiediensten, al in 2009 heeft geschreven dat de doorgangscellen niet aan de voorwaarden voldoen.
Jean-Marie Dedecker:" Het Comité P is al jaren de kwaliteit van die doorgangscellen aan het opvolgen, en heeft over de cellen in het Portalisgebouw uitdrukkelijke aanwijzingen gegeven, nadat de cellen waren bezocht. Maar blijkbaar heeft het Comité Pal evenveel invloed op de werking van Justitie als het Parlement en de Minister, dat wil zeggen geen enkele."