Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Verschenen

Derk Jan Eppink: Britse eurosceptici zien met eurocrisis hun gelijk bevestigd (De Morgen, 14/12/2011)

14/12/2011 08:00 - Verschenen

In een opiniestuk 'De Europese elite verkeert in splendid isolation' in De Morgen maakt EP-lid Derk-Jan Eppink duidelijk dat de Britse analyse van de euro de juiste bleek en dit tot frustratie van de Europese elite, die hij verwijt in 'splendid isolation' te leven.

 

De Europese elite verkeert in splendid isolation

De Britse premier David Cameron is de gebeten hond in Brussel, maar juist dat maakt hem populair in Groot-Brittannië. Britain isolated? Kleine landen isoleren zich, maar grote als Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië niet. Londen is de enige Europese stad die is verknoopt met de financiële wereldmarkt. Er knaagt iets anders in Brussel: de Britten waren altijd sceptisch over de euro. Die kritiek blijkt nu gefundeerd. Dat kunnen Europese politici niet verkroppen. Groot Brittannië heeft niets met de 'Europese Droom'. Mei vorig jaar werd ik door enkele Conservatieve parlementsleden meegenomen op verkiezingscampagne. Ik kreeg een blauwe rosette opgespeld en belde in troosteloze steden aan deuren. Ik zei: "Ik ben Europees Parlementslid en zou u graag stemadvies geven." De doorsneebewoner keek me aan alsof ik een marsmannetje was. Who do you think you are? De Britse burger was te verbijsterd om de deur dicht te smijten. Collega's die het averechtse effect zagen, kwamen snel te hulp om de kiezer gunstig te stemmen. Ziet de gemiddelde Belg Europa als oplossing, de gemiddelde Brit ziet Europe als bedreiging. Het optreden van Cameron past in deze achtergrond. De Britse bevolking is veel wantrouwiger tegenover Europa dan de Britse politieke elite. Een referendum over het Britse lidmaatschap van de EU resulteert in een uittreden. Dat vindt de politieke elite (zowel Conservatieven als Labour) niet in het nationaal belang. De Britse buitenlandse politiek is realpolitik: niet sentimenteel, evenmin dromerig. Het 'Europese project' wekt geen passie op bij Britse parlementsleden in Westminster. Toen de Conservatieven vorig jaar de verkiezingen wonnen en Cameron zijn intrek nam in Downing Street 10, sloot hij een coalitie met de Liberaal Democraten van Nick Clegg, de enige pro-Europese partij. Clegg steeg als een komeet in de peilingen (circa 30 procent) tot hij bewonderend begon te spreken over Europa en de euro. Zijn populariteit stortte in. Dat was hard leergeld. De Lib Dems staan nu op 10 procent. Het Britse Europabeleid was, als compromis tussen Cameron en Clegg, gematigd. De eurosceptische vleugel binnen de Conservatieve Partij moest zwijgen. Toen de eurocrisis steeds grotere vormen aannam, kantelde het. Het was niet alleen Griekenland, ook Ierland en Portugal hadden een bail-out nodig. De euro bleek niet de drijvende kracht van economische convergentie, maar werd de kern van het probleem. William Hague, nu minister van Buitenlandse Zaken, noemde de euro ooit "een brandend huis zonder uitgang". Dat was in 1997. Hij werd toen verketterd als Little Englander. Nu zegt hij: we were right every word of the argument. Conservatieven zagen de eurocrisis als ultiem bewijs van hun gelijk. Zij hadden het ideologisch gevecht gewonnen. Begin oktober van dit jaar was ik te gast op het jaarlijkse partijcongres van de Conservatieven in Manchester. De sfeer was uitbundig. Het 'wij hadden gelijk-gevoel' stond op alle gezichten. Er was geen schadenfreude (overigens een Duits woord dat ook doordrong in het Engels), maar wel een monumentaal We told you so. Het viel me op dat noch Cameron noch Hague lang spraken over Europa. Het thema heeft in de Conservatieve Partij een historie van geruzie. Hague hield een ode aan de Commonwealth, het restant van het British Empire. Luid applaus was zijn deel, want bij dat rijk - dat meer mythische proporties krijgt naarmate het langer is geleden - ligt het hart van de Britten. Niet bij Europa. Het overwinningssentiment vertaalde zich eind oktober in een opstand van eurosceptische parlementsleden. Zij dienden een voorstel in om een wijziging van het verdrag van Lissabon te onderwerpen aan een referendum. Cameron eiste bij de verwerping van dit voorstel fractiediscipline via een three line whip; bij afwijkend stemgedrag zijn sancties mogelijk. Maar liefst 79 Conservatieve parlementsleden negeerden die eis. De rebellie over Europa was geboren. Met zijn 'nee' in Brussel beleefde Cameron een Churchillian moment. Hij riep de bescherming van de City in, het Britse financiële centrum. Veel Britten zien een regulering van hun financiële zakencentrum als de grootste aanval op Londen sinds de acties van de Luftwaffe. De reactie was voorspelbaar: twee derde van de Britten steunt Cameron en de massamedia prijzen hem. Alleen Clegg blunderde. Eerst noemde hij Camerons actie "redelijk", maar na tegenstand in eigen partij draaide hij om als een blad aan de boom. Is dit het einde van Groot-Brittannië in de EU? Nee, het was een zijshow. De Britse politieke elite zal vasthouden aan het EU-lidmaatschap uit mercantiele en politieke redenen: veertig procent van de Britse export gaat naar EU-landen. Het is wel een kentering in de hoofdshow: de overlevingsstrijd van de euro. De houdbaarheid van de huidige eurozone staat onder druk en de federale ideologie van de EU als een ever closer Union is vastgelopen. De Britse analyse over de euro bleek de juiste en dat besef bereikt veel Duitsers, Nederlanders, Finnen, Zweden, Tsjechen en Oostenrijkers. Het is de Europese elite die leeft in splendid isolation.

© 2011 De Persgroep Publishing