Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Opinies

De Vlaamse regering heeft helemaal geen ondernemers-reflex. (De Tijd, p. 11, 22/06/2012)

22/06/2012 10:32 - Opinie

De jongste jaren maken beleidsvoerders via allerhande wetten en decreten ondernemen alleen maar complexer.

De Vlaamse regering toont te weinig daadkracht en blijft steken in plannen en dure woorden.

Vlaanderen heeft de werkende Vlaming nodig om zich in stand te houden. Daarom verdienen de ondernemers, vrije beroepen, kaderleden, arbeiders en bedienden aandacht in de Vlaamse politieke besluitvorming. De Vlaamse regering is echter te weinig doordrongen van een echte werkersgeest. De ondernemingen zijn de grootste werkgever en veruit koploper voor het creëren van toegevoegde waarde. Daarom is een ondernemersvriendelijk beleid op alle politieke niveaus van belang voor de economische welvaart. De jongste jaren maken beleidsvoerders ondernemen alleen maar complexer, en in plaats van de regeldruk te verminderen, worden via allerhande wetten en decreten telkens weer nieuwe regels en verplichtingen opgelegd. Die toenemende tussenkomst van de overheid zorgt ervoor dat het overheids- beslag in België in 2011 is opgelopen tot 53,3 procent van het bbp. Daarmee zitten we op het recordniveau van 1993, nadat het overheidsbeslag gestaag was gezakt tot 48,5 procent in 2006. Internationaal wordt België daarin enkel voorafgegaan door Denemarken, Finland en Frankrijk.

Administratieve lasten
Onnodige administratieve lasten remmen de economische groei. Ze tasten de rechtszekerheid en het vertrouwen in de overheid aan. Uit de tweejaarlijkse enquête van het Federaal Planbureau bleek onlangs dat de administratieve lasten voor ondernemingen en zelfstandigen, na een daling met 23 procent tussen 2006 en 2008, sinds 2008 opnieuw met 7 procent gestegen zijn van 5,92 miljard euro naar 6,35 miljard. Opvallend is dat de toename proportioneel het grootst is in de administratieve lasten voor de milieuregelgeving. En laat net dat een bevoegdheid van de gewesten zijn. Dat bewijst dat ook de Vlaamse regering er nauwelijks in slaagt de regeldruk te verminderen. Ze heeft helemaal geen ondernemersreflex. Ze toont tot op vandaag erg weinig daadkracht, maar blijft steken in plannen en hoogmissen met heel wat dure woorden. Qua tewerkstelling stelt Vlaanderen zich tot doel om tegen 2020 76 procent van de 20- tot 64-jarigen aan het werk te zetten, maar de grootste uitdaging ligt bij de kansengroepen. In plaats van de daad bij het woord te voegen, beperkt minister van Werk Philippe Muyters (N-VA) zich voor de activering van 50-plussers tot de nieuwe instroom, waardoor nog geen 5 procent van de werkloze 50-plussers wordt geactiveerd. In het vergunningenbeleid kampen ondernemers met administratieve rompslomp en langdurige procedures. Daardoor gaan soms jaren verloren vooraleer ondernemers eindelijk een (bouw)project kunnen realiseren. Dat bezorgt Vlaanderen een concurrentieel nadeel. Het dossier rond Uplace bevestigt die Vlaamse trein der traagheid. Ondanks de ondertekening van een brownfieldconvenant in 2009 en een gunstige beoordeling van de maatschappelijke belangen in de opeenvolgende procedures, lijkt het project te verzanden in een lange procedureslag voor de Raad van State. Of je nu voor of tegen Uplace bent, dit dossier doet ondernemers in binnen- en buitenland twijfelen of Vlaanderen nog wel een geloofwaardige en rechtszekere investeringsregio is. Ook de investeringen in transportinfrastructuur kennen nauwelijks vooruitgang. Er is de saga met betrekking tot de mobiliteit in en rond Antwerpen, waar het verkeer blijft stilstaan door besluiteloosheid en politiek getouwtrek. Daarom moet op korte termijn een verbeterde mobiliteit via bestaande tracés (Liefkenshoektunnel) worden nagestreefd om dan op (middel)lange termijn een nieuwe oeververbinding te realiseren. Een tweede mobiliteitsdossier zonder einde is dat van het Schipdonkkanaal. Uiteraard wil iedereen dat de haven van Zeebrugge floreert en is binnenvaart een goede oplossing. Minister van Mobiliteit Hilde Crevits blijft echter maar studeren en weigert nog steeds een beslissing te nemen, waardoor de rechtsonzekerheid voor de betrokken gemeenten en inwoners aanhoudt. Er is ook een acuut gebrek aan politieke moed om overbodige en dure bestuurlijke tussenniveaus - zoals de provincies - af te schaffen. De vijf Vlaamse provincies kosten jaarlijks ongeveer 1 miljard euro. Een van de belangrijke oorzaken voor het gebrek aan ondernemersreflex is het beperkt aantal politieke mandatarissen die dagelijks actief zijn in de privésector: amper 10 van de 124 leden in het Vlaams PParlement. Het is niet dat een mandaat als Vlaams volksvertegenwoordiger niet te combineren is met een andere functie. Maar liefst 92 van de 124 leden van het Vlaams Parlement bekleden een lokaal mandaat. Het is belangrijk om vanuit het parlement de beleidsvoerders telkens weer te wijzen op het belang van de creatie van een meer ondernemersvriendelijk omgevingsklimaat in Vlaanderen.

Herman Schueremans (Open VLD), Ivan Sabbe (LDD) en Annick De Ridder (Open VLD), Vlaamse volksvertegenwoordigers

De Tijd
© 2012 Mediafin