Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Interviews

De vetpotten van de energie-intercommunales

02/12/2009 12:22 - Interview

Dat we onze energie veel te duur betalen, danken we niet enkel aan de monopoliepositie van Electrabel, maar ook aan de hoge distributietarieven die de netbeheerders ons aanrekenen.

Het politieke debat daarover is oorverdovend stil. En dat is niet toevallig.

Toen Peter Reekmans, Vlaams volksvertegenwoordiger voor Lijst Dedecker (LDD), in oktober minister van Energie Freya Van den Bossche (sp.a) aan de tand voelde, werd hij door de minister bijna weg gelachen.

"Och, mijnheer Reekmans, wat u nu vertelt. Het gebeurt al zo lang op die manier," wuifde ze de vragen weg.

Ook als het van de CD&V en Open VLD had afgehangen, had men Reekmans met pek en veren uit het halfrond gedragen. Want wat de parlementariër aan het doen was, was spuwen in de soep. Hij stelde vragen over de  distributienetbeheerders, de maatschappijen die onze elektriciteit en gas aan huis leveren. En dat had hij beter niet gedaan, want Heilige Huisjes verdragen dat niet.

Het landschap

Vlaanderen telt 12 van die netbeheerders. Elf daarvan zijn intercommunales, zeg maar intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Zeven van de elf intercommunales hebben een private partner: het grote Electrabel. De zeven bedienen samen 80% van de 3,15 miljoen elektriciteitsaansluitingen bij de Vlaamse gezinnen. Of hoe Electrabel behalve (veel) geld verdienen uit de productie van stroom, ook nog mooie winsten puurt uit de verdeling daarvan.

Vier van de netbeheerders zijn zogenaamde 'zuivere' intercommunales. Ze hebben geen private partner. En dan is er het buitenbeentje: het Autonoom Gemeentebedrijf Elektriciteitsnet Merksplas, kortweg AGEM. AGEM voorziet de 3.526 gezinnen van Merksplas van stroom. Bij de liberalisering van de Vlaamse energiemarkt stonden verscheidene intercommunales bij AGEM aan de deur om bij hun club aan te sluiten. Maar de gemeente paste. Een geluk voor de bewoners van Merksplas.

De distributietarieven

De netbeheerders halen voor ons de stroom van het hoogspanningsnet en leveren die dan via het laagspanningsnet bij ons aan huis. Op die service wordt een prijs geplakt: het distributietarief. Dat tarief maakt ongeveer 30% uit van de totale stroomfactuur. Omdat de overheid zo goed voor ons wou zorgen en er wou over waken dat de netbeheerders ons niet zouden pluimen, werd de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) opgericht. Het is de CREG die de tarieven moet goedkeuren, tot voor kort jaar na jaar. Deze zomer kregen de gemengde netbeheerders voor het eerst meerjarentarieven goedgekeurd voor de periode 2009-2012. Daar wilde Reekmans allemaal wel een woordje uitleg over. Hij schreef naar de CREG. Drie maanden later kreeg hij antwoord. Een aangetekend schrijven, met ontvangstbewijs. Zo verkrampt doet men bij de CREG als een parlementslid vragen stelt.

Niet elk stopcontact gelijk

Wat meldde de CREG? Vooreerst was er de bevestiging dat de distributietarieven fors kunnen verschillen van netbeheerder tot netbeheerder. De tabel hiernaast, spreekt in dat verband boekdelen.

PETER REEKMANS: "Terwijl de goedkoopste intercommunale 160 euro (voor een gemiddeld gezin van 4 personen; redactie) aanrekent, vraagt de duurste 230 euro. Een verschil van 60 euro waar ik wel eens een sluitend antwoord op wil. Bij de CREG zegt men dat het verschil te maken heeft met de kosten die in landelijke gebieden hoger zijn dan in stedelijke. Die uitleg klopt niet. Maar zelfs al zou die uitleg kloppen, dan nog zijn de tariefverschillen niet te verantwoorden. LDD vindt dat elk stopcontact in Vlaanderen hetzelfde moet zijn. Overal hetzelfde tarief, dat zou maar eerlijk zijn."

Het groter, hoe goedkoper?

Dat is wat men de eindverbruiker nog al eens probeert wijs te maken, maar de cijfers bewijzen dat het niet klopt. En wie is de goedkoopste? Uitgerekend AGEM, de piepkleine netbeheerder die net niets van intergemeentelijke samenwerking moest hebben. AGEM heeft amper 8 mensen in dienst, boekte vorig jaar amper 600.000 euro aan inkomsten (bruto-marge) en sloot zelf af met een bescheiden winst. Allo, mijnheer de burgemeester?

FRANK WILRYCK (Leefbaar Merksplas): "We hebben destijds heel hard gewerkt om ons spanningsnet ondergronds te brengen. Hierdoor hebben we veel minder onderhoudskosten en eigenlijk nooit problemen met breuken. Terwijl ons net perfect in orde is, wordt het echter steeds moeilijker om de lage tarieven te handhaven. Dat heeft met de liberalisering te maken en de rompslomp. We hebben sindsdien meer binnen- dan buitenpersoneel. De administratieve verplichtingen die de CREG en de VREG (de Vlaamse regulator; redactie) ons opleggen, worden echt moeilijk om dragen."

Wat leerde de brief van de CREG nog meer? Dat de tarieven de voorbije jaren flink de hoogte in gingen. Daar hebben de netbeheerders een mooie uitleg voor: de zware investeringskosten die ze (zullen) moeten torsen. Waar gaat het om?

Bidirectionele netten

Steeds meer wordt stroom opgewekt op andere plaatsen dan de grote centrales: door windturbines, installaties voor warmtekrachtkoppeling of fotovoltaïsche elektriciteitsproductie (zonnepanelen). Decentrale productie, heet dit. Wanneer deze installaties op een bepaald moment teveel stroom opwekken, moeten de overschotten naar het net. De huidige netten zijn ontworpen om stroom in één richting naar de eindgebruiker te brengen. Als gevolg van de decentrale productie moeten de netten dus in de twee richtingen - bidirectioneel, in het jargon - werken. Investeren dus!

De slimme meters

Nog iets wat van Europa kwam overgewaaid: de slimme meter. Als we echt een vrije energiemarkt willen, moeten we perfect de elektriciteitsstromen kunnen opvolgen en dus meten. Slimme meters zijn elektronische meters die via telelezing in real time verbruiken kunnen meten. Her en der worden bij particulieren tests uitgevoerd met slimme meters. Als de resultaten bevredigend zijn, zou de uitrol van de slimme meters bij de klanten van start gaan vanaf 2014.

Het zou voor heel België gaan om 5 miljoen meters en een kostenplaatje van 1,5 miljard euro. Even naar Vlaanderen omgerekend komen we op bijna 1 miljard euro.

De uitkoop van Electrabel

De producent die tevens aandeelhouder is van de distributeur. Als men het over een vrije markt heeft, pas zoiets als een tang op een varken. En dus moet Electrabel tegen 2018 uit alle gemengde intercommunales verdwenen zijn. Maar dat zal een prijs hebben: 1 miljard euro! Uiteraard voor Electrabel!

Waar is de transparantie?

In welke mate kunnen de bidirectionele netten, de slimme meters en de uitkoop van Electrabel de jongste tariefstijgingen verklaren? Joost mag het weten.

REEKMANS: "Er is totaal geen transparantie. Dat is de reden waarom mijn partij een doorlichting van de netbeheerders door het Rekenhof vraagt."

Een studie van de bank Dexia leerde dat de intercommunales sinds de liberalisering hun winsten flink zagen dalen: voor de gemengde van 1 miljard in 2002 naar 267 miljoen euro in 2006, voor de zuivere van 290 naar 60 miljoen euro.

REEKMANS: "Dat is dus de echte reden van de tariefstijgingen die de CREG de jongste jaren heeft aanvaard: een inhaalbeweging!"

De vetpotten van de energiemarkt

Hebben de netbeheerders de tariefstijgingen nodig? We grasduinden even door hun jaarrekeningen en begonnen te tellen. Vorig jaar boekten de twaalf beheerders samen een omzet van 1,93 miljard euro (gas incluis) en een winst (voor belastingen) van 345 miljoen euro.

Dat is omgerekend een winst van bijna 18% op de omzet, een marge waar elk bedrijf onmiddellijk zou voor tekenen. Maar is het wel te verantwoorden voor publieke nutsbedrijven?

En nu het eigen vermogen. Het eigen vermogen is simpel uitgelegd wat er zou overblijven als een netbeheerder al zijn bezittingen zou verkopen en al zijn schulden zou betalen. Dat is het bedrag dat de Vlaamse steden en gemeenten onder elkaar zouden kunnen verdelen, mochten de intercommunales worden vereffend.

Het is hypothetisch, maar geeft een indicatie van hoe rijk die netbeheerders wel zijn. De 12 hadden vorig jaar samen met een eigen vermogen van 5,08 miljard euro. Omgerekend naar het aantal Vlaamse gezinnen met een elektriciteitsaansluiting is dat zowat 1.610 euro per gezin!  

Een Vlaams energiebedrijf?

Bij zoveel vaststellingen volhardde Reekmans in de boosheid. Na zijn vragen aan de minister diende hij samen met Herman Sanctorum (Groen!) een motie in om de intercommunales zo snel mogelijk op te doeken, Electrabel zo snel mogelijk naar de achterdeur te begeleiden en het netbeheer toe te vertrouwen aan één enkele Vlaamse energiemaatschappij. Alleen LDD, Groen! en Vlaams Belang waren voor.

NV-A, nochtans een voorstander van een Vlaams Nutsbedrijf, was tegen. Net als sp.a en CD&V. Open VLD onthield zich. Kortom, de drie traditionele partijen gingen liever het debat uit de weg.

De waterhoofden van de netbeheerders

Reekmans weet waarom.

REEKMANS: "De intercommunales zijn één van die tussenbesturen die hun zin maar doen en quasi oncontroleerbaar zijn. Ze worden gerund door raden van bestuur en directiecomités waarvan de zitjes keurig zijn verdeeld onder de drie traditionele partijen. Voor hen dienen die postjes als troostprijs of als afkoopsom, als zwijggeld of als premie voor bewezen diensten. Op die manier zijn de tussenbesturen een verdoken vorm van partijfinanciering."

Om te weten welke gevoelige snaar Reekmans had aangeraakt, volstaat het te kijken naar de jaarverslagen van de intercommunales. Wij deden de oefening en wat blijkt? Als we goed telden zijn er bij de twaalf intercommunales een slordige 485 mandaten uit te delen, gemiddeld 40 zitjes per distributeur. Absurd, temeer dat velen van de bestuurders in de verste verte niets van energie afweten. Ze zitten er voor spek en bonen bij.

REEKMANS: "Dat wordt bewust gedaan. Men creëert binnen de raden van bestuur zoveel mogelijk onwetendheid, zodat uiteindelijk slechts een kleine kring alle macht heeft."

Eén naam als illustratie: Geert Versnick (Open VLD). De man is voorzitter van Eandis, de koepelorganisatie boven de gemengde intercommunales. Hij is tevens bestuurder bij Electrabel. Een spagaat van tegenstrijdige belangen. I'll scratch your back if you scratch mine?

Aantikkende zitpenningen. De stroomverdeler met de kleinste raad is - hoe kon het anders? - AGEM. Die telt 9 bestuurders.

WILRYCK: "Er worden bij ons geen zitpenningen betaald. Wie in het bestuur zetelt, doet dat zuiver uit interesse."

Dat is bij de anderen wel anders. Wie in de jaarverslagen zoekt naar de bedragen die worden uitbetaald aan zitpenningen, kan lang zoeken. Geen woord erover.

REEKMANS: "Ik zal u helpen. Volgens mijn informatie gaat het om minstens 150 euro per zitting, a rato van 12 keer per jaar. Reken zelf maar om."

Doen we: een slordige 900.000 euro of 1.800 euro per jaar en per bestuurder. Zoveel centen die moeten betaald worden van de distributietarieven.

Het grote potverteren. Daar houdt het niet mee op. Reekmans klaagde eerder dit jaar aan dat Infrax (de koepelorganisatie boven drie intercommunales die onder meer alle gemeenten in Limburg bedienen en nog een pak in Antwerpen en West-Vlaanderen) alle gemeenteraadsleden uit die gemeenten had bedacht met een gratis gezinsabonnement voor Bokrijk. En laatst dat ze van Infrax ook nog een uitnodiging hadden gekregen voor een van de drie 'energieconcerten' van Rob de Nijs.

REEKMANS (destijds in de kranten): "Schandalig. Terwijl lokale politici gratis feesten, zijn er ongeveer 80.000 mensen die hun energiefactuur niet meer kunnen betalen."

Bij Infrax reageerde men bij monde van voorzitter Walter Cremers als gestoken door een horzel.

INFRAX: "Alweer hij! De energieconcerten passen in een traditie die de intercommunale in Limburg al jaren heeft. Het is een kans voor de politici om de mensen van Infrax te ontmoeten."

Mensen leren kennen tijdens een optreden? Arme Rob de Nijs...

(c) René De Witte