We worden plat geklopt met zegebulletins over de economische heropleving, maar als je achteraan bengelt in het peloton, moet je eerder een tandje bijsteken dan je armen in de lucht. Als we een ommetje maken bij onze noorderburen moeten we ons economisch tuinkabouterschap al erkennen. Onze economie groeit aan 1,7 procent. Dat is lager dan het Europees gemiddelde van 2,5 procent. De Nederlandse economie groeit op jaarbasis bijvoorbeeld met 3,3 procent. Dit levert boven de Moerdijk een begrotingsoverschot op van 4,4 miljard euro, en volgend jaar zelfs 6,9 miljard. De economische groei zorgt er voor dat er minder uitgegeven wordt aan uitkeringen en dat er meer belastingen binnen komen. De Nederlandse Staatsschuld is 423 miljard euro, amper 59,6% van het BBP. Onze handelsbalans staat nog altijd in het rood en we hebben een overheidsschuld van meer dan 100%. Het Internationaal Monetair Fonds berekende dat de overheidsschuld in werkelijkheid 200% bedraagt, als we rekening houden met onze toekomstige pensioenverplichtingen en met de uitgaven in de gezondheidszorg. Van zodra de rente stijgt wendt er een catastrofe, en dat gevaar is niet denkbeeldig. Van zodra de Europese Centrale Bank stopt met het inkopen van overheidspapier - momenteel is dit nog 30 miljard euro per maand - zou onze langetermijnrente onmiddellijk verdubbelen.