Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Opinies

De Franse kwestie (De Morgen, 7 februari 2012)

07/02/2012 18:50 - Opinie

Niet Italië of Spanje ishet grote gevaar voor de eurozone: het is Frankrijk. Parijs ziet Europa als een voortzetting van Franse politiek met andere middelen, met België als trouwe knecht. Niet alleen voor de Grandeur maar ook voor de eigen welvaartsstaat.

Fransen zijn bijzonder creatief met andermans geld, uiteraard verpakt in prachtige retorica. Het Europees begrotingsverdrag is een verdoken verbod op socialistisch begrotingsbeleid. Als de Franse socialist Francois Hollande president wordt, is een confrontatie met Duitsland onvermijdelijk. België heeft al ondervonden waartoe Frankrijk in staat is om het eigen acquis social te verdedigen. In feite is België de laatste Franse kolonie. Sinds GDF Suez in 2005 Electrabel heeft overgenomen, is de Belgische energiesector vrijwel geheel in handen van Frankrijk. Belgische burgers betalen voor elektriciteit tot 70 procent meer dan Fransen die genieten van gereguleerde tarieven. De winst van Electrabel vloeit naar het moederbedrijf in Frankrijk. Ex-premier Verhofstadt eiste in 2005 een 'gouden aandeel' om greep te houden op Electrabel. Hij ving bot. Zijn opvolgers bleken niet in staat het Franse afromen in te perken met een afdoende belasting op de monopoliewinst van Electrabel. In de bankwereld gebeurde hetzelfde. Fortis werd overgenomen door BNP Paribas waarmee een geldstroom naar Frankrijk op gang kwam. Toen het Frans-Belgische Dexia uit elkaar viel, moest de Belgische staat de Belgische poot overnemen en garant staan voor ruim 60 procent van dubieuze kredieten in de bad bank. De Franse garantie bleef beperkt tot 37 procent. Door de noodgedwongen aankoop steeg de Belgische staatsschuld en werd de Belgische kredietwaardigheid verlaagd. Ex-premier Jean-Luc Dehaene, in het Europees Parlement rapporteur voor 'eigen middelen' (voor de Europese Unie) had weinig oog voor de eigen middelen van Dexia. Hij kon alleen zeggen dat het erger zou zijn geweest, ware hij er niet geweest. Hij was enkel burgemeester in oorlogstijd. België subsidieert Frankrijk. De Parijse politieke elite vindt dat niet erg want les petits Belges zijn knechten van la grande Nation. Franstalige politici van het type Didier Reynders vinden dat prima. Het gaat hen niet om verankering van Belgische bedrijven maar om de verankering van de Belgische staat. De dieperliggende oorzaak ligt in Frankrijk zelf. Fransen groeien op in een rechtencultuur met als leidraad: le beurre et l'argent du beurre. In 2002 was de 35-urige werkweek, monument van het 'sociaal ideaal', algemeen ingevoerd. Vanaf 2005 kalfde het Franse concurrentievermogen in sneltempo af. Frankrijk werd een importerend land en het tekort op de betalingsbalans liep in 2010 op tot 2,1 procent van het Franse bnp. Ook de Franse overheidsbegroting - de laatste begroting in evenwicht dateert uit 1973 - verslechterde zienderogen. De tekorten liepen op omdat vooral lokale en regionale overheden veel geld uittrokken voor nieuw personeel, als gevolg van minder werken en meer vakantie. Bij ongewijzigd beleid, neemt de Franse staat verplichtingen op zich die oplopen tot 550 procent van het bnp. De Duitse eis van begrotingsdiscipline in de eurozone zet de crisis van het Franse model op scherp. De vier grootste Franse banken hebben intussen een gecombineerde schuld van 250 procent van het Franse bnp. Frankrijk kan zijn banken niet meer redden. Parijs probeert nu bij Duitsland te doen wat het deed bij België: andermans geld om Frankrijk te subsidiëren. Daarom is Frankrijk groot voorstander van Europese mechanismen waarin Duitsland Zahlmeister is of borg staat: bilaterale leningen aan Griekenland, het EU-Noodfonds of de Europese Centrale Bank die obligaties opkoopt van Griekenland en Italië. De ECB verleent onbeperkt krediet tegen 1 procent aan banken die vervolgens overheidsobligaties kunnen opkopen. Dat gebeurt vooral in Italië en Frankrijk, eind vorig jaar met een kredietinjectie van bijna 500 miljard euro en, naar verwachting in februari, een nieuwe injectie van 400 miljard. Europa koopt tijd. Voorlopig. Maar Duitsland is niet België en Merkel is geen knecht. Sarkozy weet dat nu en zingt een toontje lager. Hij probeert het argent du beurre uit belastingverhogingen te halen, wat overigens funest is voor economische groei. Hollande leeft in een droomwereld. Hij wil het Europees begrotingspact heronderhandelen en een socialistisch stimuleringsbeleid voeren. In Duitsland zijn de grenzen van de vrijgevigheid bereikt. Als Berlijn de geldkraan dichtdraait, stopt in Parijs de muziek. Enkel de doodsklokken van de euro luiden nog.

© 2012 De Persgroep Publishing