Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Opinies

Cultuur economisch rendabel maken?

20/10/2009 12:43 - Opinie - Cultuur - Vlaams

Karel Deruwe vraagt zich in een opiniestuk af in welke mate de overheid cultuur moet subsidiëren. 

"Met zijn gedrag doet de overheid uitschijnen dat het ondernemend benaderen van een cultureel project alleen maar gedreven worden uit winstbejag, door de bon ton-elite bestempeld als commerciële shit."

Het lijkt wel een doemscenario voor grote cultuurpaleizen en hun pausen. 'Cultuur minder subsidiëren om de organisaties ondernemender te maken? Economen durven het te overwegen.Maar wat vindt de cultuursector ervan?' vraagt Geert Sels zich af in De Standaard van 14 oktober jl. in reactie op professor van Witteloostuijn's stelling om Cultuursubsidies tot veertig procent te verlagen omdat organisaties er anders door in slaap worden gewiegd.                                                                                                        

En wie komt er vervolgens aan het woord?

Jari Demeulemeester, Katia Segers, Pascal Gielen, Fran Devos, Femke Vandenbos en Kurt Melens. Op zich is daar niets fout mee maar het zijn allemaal mensen die ofwel uit het zwaar gesubsidieerde veld komen of er van op afstand studies over maken.

Uit het werkveld niemand.

Terwijl daar de waarheid te vinden is omtrent deze stelling en opmerkelijk genoeg dikwijls zeer contrasterend met wat er in de hoge paleizen wordt verkondigd. Cijfers en statistieken over het gesubsidieerde werkveld worden manipulatief aangewend om de volgende subsidieronde beter uit de bus te komen.

Wat er met de subsidies wordt gerealiseerd is daaraan altijd ondergeschikt en bepaalt in grote mate de van bovenuit gestuurde en bestuurde markt. En deze aanpak straalt door tot in de kleinste geledingen.

Tot en met de kleinste culturele centra van dit land volgen de weg van de gesubsidieerde macht. Ze kijken zelfs niet naar vernieuwing of actueel aanbod tenzij hun inspanningen daartoe extra worden gesubsidieerd.

Dit leidt tot een dermate grote verenging en verschraling van wat de markt nóg te bieden heeft, dat het wat nu verweten wordt aan economen en ondernemers in de cultuursector ruimschoots evenaart.                                                                                                         

De overheid wil door cultuursubsidies verhinderen dat er een te eenzijdig aanbod ontstaat en wil cultuur bij een breed publiek brengen. Ik zou het durven omdraaien:

De zelfstandige ondernemers in het culturele veld willen cultuur bij een breed publiek brengen om ervoor te zorgen dat er een groot en veelzijdig aanbod aan cultuur wordt gegarandeerd.

De stelling dat de overheid eerst iets wil verhinderen om dan iets te beloven klinkt onzinnig. Hoe kan je als overheid met subsidies, geld waar u en ik voor betalen, eerst iets willen verhinderen om dan whatever te bereiken?  Is dat constructief?

Het komt in ieder geval over als zou het ondernemend benaderen van een cultureel project alleen maar gedreven worden uit winstbejag, door de bon ton-elite bestempeld als commerciële shit.

Het negativisme over een commerciële - lees: meer ondernemende - benadering van de cultuursector is zo contrasterend geworden dat de cultuurpausen stilaan wel moeten beseffen dat ze met betere troeven naar een discussie hieromtrent zullen moeten vertrekken.

Beweren dat 'een zeker ondernemersschap' wel mag verwacht worden in het gesubsidieerde cultuurmanagement, klinkt op z'n zachtst gezegd neerbuigend naar echt ondernemersschap in de cultuursector.

Wanneer Gerard Mortier als cultuurondernemer een opinie schrijft over de onzin van Arjen van Witteloostuijn's stelling en daartegenover stelt dat hij in de Opera van Parijs gezorgd heeft voor een reserve van 60 mio € en een zelffinanciering van  tegen de 50 procent, dan onderschrijft hij eigenlijk de idee achter de stelling.

Door zelf meer te ondernemen creëer je je eigen vrijheid en een grote dynamiek. Dat de uitgaven van culturele instellingen afhangen van de aard ervan is logisch. Dat wordt ook niet tegengesproken.

Wanneer echter het Angelsaksische systeem tegenover het Europese continentale systeem wordt geplaatst met een sterke voorkeur voor de debatcultuur rond het Europese systeem, dan krijg je weer de confrontatie tussen het van onderuit stuwende systeem dat steunt op realisme en ondernemingskracht, en het van bovenuit gestuurde systeem dat bepaalt hoe de culturele markt eruit moet zien.

Dat staat zeer ver van de mensen, van de betalers van het systeem. Dan kom je tot uitspraken die zeer elitair klinken en onwaar zijn in hun bedoeling: niet iedereen weet dat een Chinese mecenas in Bayreuth 20 mio dollar wilde geven om de Ring des Niebelungen weer op te zetten met decors uit de jaren twintig. 

Waar was het initiatief van Bayreuth om zijn mecenas tot andere conclusies te brengen?

De echte boodschap achter het verhaal is toch dat er een goed project ter tafel moet liggen wil men mecenassen overtuigen van de rijkdom aan creativiteit van zijn kunstenaars? Dat vergt ondernemersschap en initiatief. En dat staat vandaag haaks op het huidige Vlaamse cultuur -subsidiebeleid dat alleen maar rekening houdt met de gesubsidieerden, de bonton elite.   

Het onzinnige idee van de grote gezelschappen, kunstorganisatie en kunstenoverleg - organisaties - de grootste slokoppen van de Cultuursubsidies  - om enkel uit te gaan van het werkveld der gesubsidieerden i.p.v. samen te werken met het grootste actieve segment van de sector namelijk de freelance artiesten (zij die uit pure overtuiging en noodzaak zichzelf beredderen en ergo ondernemen), verliest eindelijk en volkomen terecht zijn slagkracht.

Niet uit frustratie, maar uit zuivere economische realiteitszin. Van bovenuit kan je namelijk niet alles subsidiëren zonder een groot deel van de markt uit te sluiten. Het luie culturele elitarisme dat daaruit voortspruit doet denken aan de 'de bon ton' - intelligentsia, zoals journalisten of opiniemakers die zich zonder schroom verheffen boven alle onpartijdigheid om mee het politieke landschap te kleuren.

Het werk en de realisaties van eerlijk ondernemerschap en realistisch marktgericht - lees commercieel - denken is volgens deze elite verwerpelijk en niet op niveau van hun intellect.

Samenwerken en het hele subsidielandschap opnieuw bekijken vanuit de resultaten van die positievere merge in plaats van eerst de cultuurondernemers proberen te verhinderen om dan te gaan duiden, zou kunnen leiden tot een realistische verdeling van subsidies en de échte bedoelingen ervan.

Wil dit zeggen dat subsidies moeten worden afgeschaft? Wel integendeel.

Er is een overwicht aan freelancers in de cultuurwereld aan de slag en die worden nooit gehoord. Voor hen klinken verhaaltjes als de verplichting voor de zuilen om door het kunstendecreet slechts 12,5% van de eigen inkomsten te moeten halen als kwade dromen.

De realiteit is dat deze niche, die alle gesubsidieerde instanties voor cultuur veruit overstijgt in aantal, begint met eerst genoeg eigen middelen te voorzien vooraleer te starten met een cultuurproject. De meesten beginnen zelfs pas wanneer financieel een break even ofwel binnen bereik ofwel reeds gehaald is. Daarna leven ze, stel je voor, van hun winsten.

Is dat verwerpelijk?

Is dat niet jezelf bedruipen?

Is bovendien dat wat zij brengen dan geen kunst?

De intrinsieke waarde van de kunst voor ieder individu in de maatschappij is door geen prijs te bepalen. Probeer er dan ook niet voortdurend een prijs op te plakken om de controle over het cultuurbestel in eigen handen te houden. En, Hoge Heren, werk eens samen met de hele markt. Dat resultaat zal pas verbluffend zijn.

 

© Karel Deruwe