Burgers en ondernemers moeten hun stedenbouwkundige vergunningen aanvragen bij het college van burgemeester en schepenen. Als het college geen beslissing neemt binnen de vooropgestelde termijn resulteert dit automatisch in een weigering van de vergunningsaanvraag. Op die manier neemt de decreetgever het college van burgemeester en schepenen in bescherming.
LDD wil de rollen nu omkeren en de burgers en ondernemers de rechtszekerheid bieden waar ze recht op hebben indien de vergunningverlenende overheid, binnen de vooropgestelde termijn, nalaat om een beslissing te nemen. Ze dient hiervoor in het Vlaams parlement een regelgevend initiatief in.
Ivan Sabbe, Vlaams parlementslid LDD: "De rechtsbescherming van burgers en ondernemers dient te worden versterkt door automatisch de aangevraagde vergunning af te leveren indien het college binnen de vooropgestelde termijn geen beslissing neemt. De burger of ondernemer mag er dan van uit gaan dat de vergunning stilzwijgend is aanvaard. Geen nieuws is dan dus goed nieuws."
Aanvragers van een stedenbouwkundige vergunning worden vandaag nog al te vaak geconfronteerd met een 'stilzitten' van het college van burgemeester en schepenen.
Sabbe: "Het is de dwingende taak van de overheid om de rechtszekerheid van de burger te waarborgen en niet omgekeerd. Door het automatisch verstrekken van een onvoorwaardelijke bouwvergunning, na het verstrijken van de behandelingstermijn, wordt het college van burgemeester en schepenen als het ware gesanctioneerd voor het 'stilzitten'."
Rechtszekerheid
Blijft nog het probleem van de rechtszekerheid. Immers, bij afwezigheid van een administratieve rechtshandeling is een stilzwijgende vergunning slechts een fictieve beslissing en ontbreekt het aan een rechtsgrond waardoor derden die tegen een bepaalde bouwvergunning gekant zijn, in de onmogelijkheid zijn om in beroep te gaan. Daarom stelt LDD voor dat deze onvoorwaardelijke vergunning schriftelijk moet worden bevestigd.
"De enige manier om de rechtszekerheid van derden te garanderen bestaat er dan ook in dat het college van burgemeester en schepenen op de eerstvolgende werkdag na het verstrijken van de vervaltermijn verplicht wordt een gemotiveerde en onvoorwaardelijke vergunningsbeslissing op te maken. Die onvoorwaardelijke vergunningsbeslissing geldt dan als uitdrukkelijke vergunning. Op die manier worden de rechten van alle belanghebbende personen en instanties ten volle gerespecteerd", besluit Ivan Sabbe.
