Minister van Financiën Philippe Muyters (N-VA) wil in het Vlaams Parlement niet antwoorden op de vraag of koning Albert II onroerende voorheffing betaalt op zijn privébezittingen in Oostende. Hij vindt dat een 'particuliere aangelegenheid'.
Onlangs veroordeelde een rechtbank in Gent de Koninklijke Stichting tot het betalen van tweemaal zo'n 14.500 euro voor achterstallige onroerende voorheffing voor de woonplaats van prins Laurent in Tervuren. Sinds 2000 int Vlaanderen, als enige gewest, autonoom de onroerende voorheffing. Tot dan toe stelde de fiscus alle leden van de koninklijke familie als vanzelf vrij van de heffing, op grond van artikel 5.2.3 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen. Dat beoordeelt de verblijfplaatsen van de koning en potentiële troonopvolgers als 'nationale domeingoederen' en 'diensten van algemeen nut'.
De Vlaamse fiscale administratie zag dat in het geval van Villa Clémentine anders en maakt nu, teruggaand tot 2003, aanspraak op zo'n 200.000 euro aan achterstallige onroerende voorheffing. Tijdens de rechtszaak schermden de advocaten van de Vlaamse administratie met het beginsel van 'gelijkheid onder belastingplichtigen'.
In het Vlaams Parlement wou Peter Reekmans (LDD) via een schriftelijke vraag vernemen welke houding de administratie aanneemt ten aanzien van andere in Vlaanderen gelegen eigendommen van de Koninklijke Stichting of de koninklijke familie. "Onlangs raakte bekend dat koning Albert in 2009 in de Graaf de Smet de Naeyerlaan in Oostende twee luxeappartementen en drie garages heeft aangekocht", zegt Reekmans. "Voert men hetzelfde debat? Beschouwt men die bezittingen, enkel omdat de koning er misschien heel occasioneel verblijft, als 'diensten van openbaar nut'? Zijn er nog andere koninklijke bezittingen waarrond een betwisting hangende is?"
Vlaams minister van Financiën Philippe Muyters (N-VA) hield het bij een erg bondig antwoord: de vraag is 'onontvankelijk', zegt hij, aangezien het hier gaat om een 'persoonlijk geval of particuliere aangelegenheid'. Het antwoord, of eerder gebrek daaraan, stuit op onbegrip bij Reekmans: "Federaal berekenen parlementsleden wel hoeveel het regeringsvliegtuig kost voor de privéreizen van de koning. Om via het Vlaams Parlement te weten te komen of het staatshoofd wel zelf de fiscale wetten nakomt in zijn land, is dat anno 2011 nog onmogelijk. Blijkbaar is het royale vandaag in Vlaanderen zo mogelijk nog een heiliger huisje dan op federaal vlak."
Volgens de woordvoerder van het kabinet-Muyters loopt de vergelijking spaak. "De koning ontvangt wel een dotatie, maar niet uit de Vlaamse kas", zegt hij. "Vanuit het perspectief van de Vlaamse administratie is hij een privépersoon."
Bekijk hier het artikel.
(ddc)
De Morgen
© 2011 De Persgroep Publishing