De belastingbetaler voelt zich ongemakkelijk. Hij moet in eigen land al de buikriem aanhalen en nu ook nog eens 'solidair' meebetalen voor leningen aan Griekenland. Er moet een debat komen over hoe belastinggelden worden aangewend, over hoe efficiënt de publieke uitgaven zijn en over hoe ver de grenzen van de solidariteit kunnen reiken. Dat stelt Derk Jan Eppink in een opiniestuk in De Tijd.
Een tragedie of een komedie? Wie de Europese besluitvormers aan het werk ziet, kan enkel concluderen dat de Griekse eurocrisis een komedie met budgettaire galgenhumor is. Om Griekenland uit het financiële gat van eigen makelij te halen was eerst 45 miljard euro nodig, aldus de Europese Commissie. Daarna volgde een bedrag van 60 miljard euro. Uiteindelijk werd het 110 miljard euro: 80 miljard via de eurolanden en 30 miljard via het Internationaal Monetair Fonds (IMF).
Nu gaan er stemmen op om een deel van dat bedrag 'af te schrijven', wat betekent dat Griekenland de lening deels niet terugbetaalt. België leende 3 miljard. De Belgische (lees Vlaamse) belastingbetaler zit op de blaren. Net zoals de Nederlandse (5 miljard) en de Duitse (22 miljard).
Instemming
Vreemd genoeg stemmen bijna alle Vlaamse partijen in met de lening van 110 miljard. Het is uiterst onzeker of die wordt terugbetaald. Grieken staken tegen de besparingsplannen, wat niet bevorderlijk is voor hun economie. De corruptie en de geringe belastingmoraal duwen de publieke financiën in drijfzand.
Griekenland heeft één keer aan de normen van het Stabiliteits- en Groeipact voldaan: in 2000, een jaar voor zijn toetreding tot de euro. Daarna liep het begrotingstekort op en uiteindelijk stuurde Athene vervalste begrotingen naar de Europese Commissie.
Het begrotingstekort was niet 7,8 maar 13,7 procent. Het is niet verwonderlijk dat beleggers weinig vertrouwen hebben in Griekenland. Daarmee blijft de euro ondermijnd en is het besmettingsgevaar voor Spanje en Portugal reëel. De Vlaamse, Nederlandse en Duitse belastingbetalers zijn geenszins op het droge.
Zowat alle Vlaamse partijen roepen: Europese solidariteit! Maar een overbelaste solidariteit verliest haar geloofwaardigheid. Griekenland heeft de boeken vervalst. Toen dat duidelijk werd, hadden de eurolanden Griekenland uit de muntunie moeten zetten. Daarop kon Griekenland - met steun van het IMF - de welvertrouwde drachme herinvoeren en devalueren om de concurrentiekracht op te vijzelen.
Dit is het recept dat Johan Van Overtvelt, voorzitter van het VKW, onlangs voorstelde. Hij heeft gelijk. Griekenland kan beter devalueren, zoals België in 1982, dan met hangen en wurgen in de eurozone te blijven.
Ik heb deze vraag gesteld aan Ollie Rehn, Europees Commissaris verantwoordelijk voor de euro. Hij zei dat de verwijdering van Griekenland uit de eurozone niet strookte met het ideaal van een 'hechtere Europese Unie'. Maar het is precies de Griekse politieke klasse die dit beginsel ondermijnt met budgettaire losbandigheid. De Griekse pensioen- gerechtigde leeftijd begint op 53 jaar. Griekse ambtenaren krijgen een dertiende en zelfs veertiende maand. De rest van de eurozone mag nu de factuur betalen. Over solidariteit gesproken.
De Vlaamse belastingbetaler wordt regelmatig aangesproken op 'solidariteit'. Zo zijn er de jaarlijkse transfers binnen het Belgische federale systeem naar Brussel en Wallonië: 6 tot 7 miljard euro. Ook de Belgische financiële bijdrage aan de Europese Unie stijgt.
In 2000 was dat 3,4 miljard euro en in 2010 is dat 5,1 miljard. Gelukkig liggen de Europese instellingen in België, maar de netto afdracht stijgt snel. De Vlaamse partijen die het akkoord met Griekenland toejuichen, willen ook spoedig Europese belastingen invoeren. Dat betekent dat de EU de Vlaamse belastingbetaler direct kan aanspreken.
De Vlaming is er intussen aan gewend twee keer te moeten betalen. In het Belgische federale bestel is dat een ritueel: eerst betaalt Vlaanderen voor een staatshervorming en vervolgens voor de feitelijke uitvoering ervan. Denk aan BHV. Datzelfde mechanisme voltrekt zich nu ook via de EU: Griekenland, de bijdrage aan de EU en het perspectief van Europese belastingen. Kortom: de Vlaamse belastingbetaler mag vijf keer betalen, in het kader van 'solidariteit'.
Het wordt tijd dat de Vlaamse belastingbetaler zich organiseert, samen met Europese lotgenoten. De Nederlandse belastingbetaler is minder inschikkelijk en is al jaren verbolgen over de nettobijdrage aan de Europese Unie van circa 6 miljard euro. Zelfs de linkse partijen willen die bijdrage verminderen.
Belastingbetalers in Vlaanderen en Nederland voelen zich ongemakkelijk. Ze moeten in eigen land de buikriem aanhalen, maar wel meebetalen aan leningen aan Griekenland dat de EU jarenlang bedroog. Het is tijd voor een fundamenteel debat over hoe belastinggelden worden uitgegeven, over de effectiviteit van specifieke publieke uitgaven en de grenzen van de solidariteit.
Vlanetax
Daarom richt ik met de onafhankelijke denktank Libera! een Vlaams-Nederlandse organisatie van belastingbetalers op (www.vlanetax.eu) die deze vragen naar voren brengt. Vlanetax wil ook dienen als platform om de talloze verenigingen van belastingbetalers in diverse EU-lidstaten te mobiliseren.
De EU geeft grote bedragen uit via haar begroting van 141 miljard euro in 2010. Desondanks moet de EU ook Griekenland aan een reusachtig infuus leggen. De rekening komt op de tafel van de belastingbetalers. Daarom moeten zij spoedig een stem hebben in Europa.
(c) De Tijd
