• Contacteer ons
  • Pers & Communicatie
  • Sitemap
  • LDD-Links
  • Vacatures
  • Home
  • Actueel
    • Persberichten
    • Interviews
    • In het parlement
    • In het nieuws
    • Toespraken en presentaties
    • Verschenen
    • LDD in de kijker
    • Open brief
  • Agenda
  • Videotheek
    • LDD in het Vlaams Parlement
    • LDD in de Kamer van Volksvertegenwoordigers
    • LDD in de Senaat
    • LDD in het Europees Parlement
    • LDD op televisie
    • LDD op de radio
  • Lid worden
  • Onze standpunten
    • 10 puntenprogramma Gemeenteraadsverkiezingen 14 oktober 2012
    • Van A tot Z
    • 20 renovatiewerken
    • Federaal Verkiezingsprogramma 2010
    • Vlaams Verkiezingsprogramma 2009
  • De partij
    • Mandatarissen
    • LDD in uw buurt
    • Statuten
  • Blijf op de hoogte
  • Gemeenteraadsverkiezingen 2012
    • Meer info
    • 10 puntenprogramma gemeenteraadsverkiezingen
  • Bijlages
    • Bijlages persberichten
    • Publicaties
Home>Actueel>Persberichten
Share/Save/BookmarkStuur naar een vriendAfdrukken

Persberichten

Behoorlijk bestuur en oppositie

11/10/2007 00:00 - Persbericht

In alle kranten scoort Lijst Dedecker over de hele lijn, uiteraard naar aanleiding van het ontslag van minister Moerman uit de Vlaamse regering. Maar sommigen gaan verder in hun analyse, en zien in dat Lijst Dedecker een nieuwe plaats inneemt in het politieke landschap. Lees Walter Pauli in De Morgen over 'De gewezen minister en de nieuwe oppositie' 

Walter Pauli:

Het hoeft niet per se een bewijs van ranzigheid te zijn dat Dedecker zijn partij het pad opstuurt van de aanklacht en de opheldering (en het bijbehorende kabaal)

Fientje Moerman heeft dus ontslag genomen als minister, en het zou wel eens kunnen dat dit het einde is van haar politieke carrière. Dat ontslag heeft ze, behalve aan de manifeste fouten van zichzelf en van haar entourage, te danken aan drie personen. In rangschikking van betrokkenheid: Rudy Aernoudt, ex-kabinetschef en ex-topambtenaar, Bernard Hubeau, Vlaams ombudsman, en ten slotte Jean-Marie Dedecker, stichter van de tamelijk gelijknamige partij.

Aernoudt, omdat alles met hem begon toen hij het status van klokkenluider vroeg en misbruiken op 'zijn' voormalig kabinet aanklaagde. Hubeau, omdat hij met zijn even duidelijk, onthutsend als moedig rapport (waardoor hij alvast bij één politieke familie een stevige rekening heeft openstaan) bewees dat een ombudsman meer kan zijn dan een pr-functie om de Vlaamse regering 'openheid' en 'deugdelijk bestuur' te bezorgen. En Dedecker, omdat zijn partij de enige was die de klacht van Aernoudt au sérieux nam en er minister Moerman en de Vlaamse regering mee verveelde. Lijst Dedecker stelde in het parlement de scherpste vragen, LDD eiste een onderzoekscommissie, LDD bracht de voor Moerman bijzonder gênante e-mails boven. Jean-Marie Dedecker (her)introduceert met LDD een nieuw type verkozene: de politicus-onderzoeksrechter.

Het was trouwens Dedecker die al aan de basis lag van het spectaculaire ontslag van Rudy Aernoudt, een paar weken terug. De halve Vlaamse regering (en de hele VLD) begon te vermoeden dat Aernoudt politieke ambities kreeg, nog wel bij Lijst Dedecker.  Ook dat werd Aernoudt fataal.

Zo wringt Jean-Marie Dedecker zich, hoe klein zijn partij ook is, weerom in de politieke aandacht. De Vlaamse meerderheid had zich de voorbije weken immers bereid getoond om Moerman op haar woord te geloven. Nu staat niet alleen de hele Vlaamse regering in haar hemd, maar straalt Moermans vriendjespolitiek ook nog eens negatief af op alle Vlaamse meerderheidspartijen.

Zo werd de val van Moerman mede veroorzaakt door politiek werk vanuit de oppositie. The duty of the opposition is to oppose, luidt het in het Angelsaksische bestel, dus Dedecker deed zijn werk.

En het zal niet de laatste keer zijn. Alleen zij die traag van begrip zijn, zien of begrijpen niet dat sinds de intrede van LDD de politieke krachtsverhoudingen veranderd zijn. Want hoe ging het er tot 10 juni 2007 aan toe? In het vaak zo saaie Vlaams Parlement had je niet minder dan vijf meerderheidspartijen: Open Vld, CD&V, sp.a, N-VA en Spirit. Allemaal in steun van de meerderheid, waakhonden in theorie, in de praktijk veelal brave loebassen, soezend in hun hok. Daartegen stond één aangebrande oppositiepartij (VB), en één oppositiepartij, Groen! waar de voorbije jaren weinig dreiging van uitging, nog altijd een nawee van de kolossale electorale dreun van 2003. Dat veranderde pas met de politieke comeback van Mieke Vogels, als oppositievrouw pur sang oneindig beter gecast dan als schepen of minister.

En nu is er dus de extra impuls van Lijst Dedecker. In sommige dossiers is deze formatie haast even rechts als het VB, maar de verkozenen kunnen wel aan politiek doen zonder de hinderlijke ballast van een cordon sanitaire. Met weinig concurrentie ook nog, want de meeste verkozenen van Groen! zijn beleefd, zo niet keurig, en die van het VB lekker aangebrand. En andere potentiële concurrenten van LDD, de frisse jongens van Spirit of de karakteriële tegensprekers van N-VA, zitten gevangen in hun respectieve kartels en hun loyaliteit tegen de eigen ministers Anciaux en Bourgeois.

Openbaar aanklager


De meer gevestigde partijen zien de activiteit van 'openbaar aanklager' Dedecker en zijn kompanen met lede ogen aan. Velen gruwen van de geur van antipolitiek die aan dit soort parlementair werk pleit, het verspreiden van het imago dat alle politici vallen onder het meest ranzige van alle containerbegrippen: sjoemelaars.

Dat gevaar bestaat inderdaad, maar men moet er ook geen koudwatervrees voor hebben. De politicus-aanklager, of, een variant ervan, de politicus-onderzoeker/onderzoeksjournalist, het is een nobele invulling van het vak. Niet iedereen kan een Louis Tobback, een Mieke Vogels, een Guy Verhofstadt of een Eric Van Rompuy zijn, in hun tijd allemaal bevlogen fractieleiders en sprekers die het globale beleid van een regering(spartner) met verve onderuit konden halen. Niet iedereen heeft de specifieke technische expertise van een Guy Swennen, die de laatste tien jaar eigenhandig het familierecht fundamenteel vernieuwde, of bezit de justitiële ervaring van een Fred Erdman of een Hugo Vandenberghe, of bewaakt het department onderwijs zo nabij als een Luc Martens dat ooit deed.

En dus zijn er ook de 'onderzoeks-parlementsleden'. Op hun best dagen ze zetelende ministers en gevestigde machten op een aparte manier uit en zorgen zij voor ongemak bij hen die zich te comfortabel nestelden in de macht. Op hun slechtst schieten ze wild in het rond, in de hoop dat toch één kogel raak is.

Maar ze leverden wel degelijk een essentiële bijdrage aan het parlementaire werk. Paul Staes zette vanuit het Europees Parlement Agalev op de kaart door het milieuschandaal van De Hooge Maey uit te spitten. Hugo Coveliers maakte bij de VU naam als Bendeonderzoeker en Vanden Boeynantscriticus. Johan Weyts zorgde voor het KS-schandaal en, in het verlengde daarvan, een heilzaam ingrijpen in de Limburgse reconversiestructuren. Herman De Croo bracht, heel even, Dehaene en zijn zogezegd onverstoorbare financieminister Maystadt aan het wankelen door het uitbrengen van het Swapschandaal.

Een apart geval is Marc Verwilghen, een backbencher die via de naar hem genoemde commissie ineens 'toppoliticus' werd, stemmentrekker en tweevoudig 'Man van het Jaar bij Knack. Hoeveel terechte kritieken er ook te verzinnen zijn op die commissie, men doet de historische werkelijkheid geweld aan door te ontkennen dat ze minstens een zekere tijd een essentiële rol speelde in het verwerken van het Dutrouxtrauma. En Vincent Van Quickenborne loste uiteindelijk, gebruikmakend van zijn voorrecht als parlementslid, na vijftig jaar de moord op Julien Lahaut op: een historische verdienste, in de twee betekenissen van het begrip.

Met andere woorden: het hoeft dus niet per se een bewijs van ranzigheid te zijn dat Dedecker zijn partij het pad opstuurt van de aanklacht en de opheldering (en het bijbehorende kabaal, want zo zit het beestje wel in elkaar). Al is het gevaar van antipolitiek nooit weg; alleen al uit het korte lijstje hierboven belandde Coveliers, en bijna ook Weyts, bij het VB.

Maar anderzijds lanceerde ook Johan Vande Lanotte zijn loopbaan als voorzitter van de commissie Mensenhandel en herlanceerde Guy Verhofstadt de zijne als rapporteur van de Rwandacommissie. Ook in die twee commissies bestond voortdurend het risico op een antipolitieke ontsporing, maar ze onderscheidden zich met puntgaaf parlementair werk.


Poeier


Maar het klopt dat dit soort politicus uit het parlement verdwenen leek tijdens de paarse periode (op de Lumumbacommissie na, maar daar werd het onderzoekswerk grotendeels uitbesteed aan historici). Misschien dat het land de buik vol had na het tumult rond de sektecommissie en de Dutrouxcommissie. Misschien dat het ook kwam omdat CD&V ineens de democratische oppositiepartij was, een partij die zeker de eerste jaren niet zat te popelen om allerlei echte en vermeende wantoestanden uit het verleden op te rakelen.

Maar op 10 juni is dus meer gebeurd dan alleen een wissel van meerderheidspartijen. Er kwam ook een andere oppositie. Met misschien wel als belangrijkste kenmerk: een met méér partijen, dus méér concurrentie. In de Kamer zullen Groen! en sp.a (én Ecolo én PS), en ook LDD, de volgende jaren wedijveren wie het opvallendst en/of scherpzinnigst kan kritiseren, ontmaskeren, hekelen en bevragen. Ze zullen dus met méér poeier op de regeringen schieten.

Fientje Moerman had die nieuwe situatie niet goed ingeschat. Ze was nog altijd haar al te zekere zelf, zoals in de veilige jaren zonder oppositie om echt bang voor te zijn. Ze zag niet in hoe wankel haar positie eigenlijk geworden was. Nog voor ze er erg in had dat ze zich op een tatami bevond, was ze gevloerd, met ippon.


 

© 2007 De Persgroep Publishing
Copyright © 2008-2012, LDD
  • Ons privacybeleid
  • Fout melden / Tip(s) om deze website te verbeteren
Webdesign Media Mates