“Een arts moet het recht hebben een bloedproef te weigeren,” zegt Rob Van de Velde, volksvertegenwoordiger Lijst Dedecker. “In de huidige wetgeving is geen rekening gehouden met de ethische aspecten en gewetensbezwaren van artsen.” Hij dient daarom morgen in de bevoegde commissie Justitie een amendement in om het befaamde artikel te schrappen dat de arts verplicht tot de afname van een bloedproef.
Van de Velde: “Ik ben niet tegen de bloedproef op zich. Wel tegen het feit dat artsen gedwongen kunnen worden tot een afname van een bloedproef. Als een arts optreedt als verlengstuk van de arm der wet kan dat tot verwarring leiden en het vertrouwen tussen arts en patiënt ondermijnen.”
LDD pleit daarom voor een lijst van beschikbare wetsdokters die kunnen optreden in functie van politie of parket en die los staan van de curatieve zorg voor de patiënten.
De gedwongen bloedproef kwam vorige week in het nieuws toen een arts die een afname van een bloedproef had geweigerd door het Gentse hof werd vrijgesproken door een lacune in de wet. Die lacune was ontstaan door de programmawet van 2006. Minister van Justitie Jo Vandeurzen kondigde onmiddellijk aan dat hij via de nieuwe programmawet van die weigering opnieuw een misdrijf zou maken. Ook beloofde hij een voorstel uit te werken dat de vergoeding voor de artsen zou verhogen.
Voor Lieve Van Ermen, senator van LDD en zelf arts, is het duidelijk dat minister Vandeurzen het niet begrepen heeft.
“Minister Vandeurzen denkt dat het een geldkwestie is. Dat is het níet. Het is een kwestie van ethiek en deontologie. Wij van LDD willen de artsen wel die deontologische vrijheid geven. Het kan niet dat de staat hem bij wet verplicht een bloedproef af te nemen. Artsen zijn geen overheidsambtenaren.”
Van Ermen besluit: “De wet op basis waarvan de arts vroeger strafbaar was dateert van 1849. Het geeft aan naar welke tijden de CD&V terug verlangt.”
