Geachte Mevrouw Onkelinx,

Laat me toe u te tutoyeren. Niet dat ik oneerbiedig wil klinken, maar het vousvoyeren gaat beter in de taal van Molière dan in die van Conscience. Dat je na twintig jaar ministerschap de taal van zestig procent van de bevolking waarover je regeerde, nog altijd nauwelijks spreekt, kan ik je niet kwalijk nemen. Vlamingen zijn immers zo'n platbroeken dat ze zich al bijna tweehonderd jaar lang laten voor het grootste deel hebben laten besturen door mensen die hen niet verstaan. Je zal wel begrijpen, mevrouw Onkelinx, dat ik mij niet kan aansluiten bij de lofzang van de hypocriete politieke kettingzagen ter gelegenheid van je nakende retraite. Ik zal er geen krokodillentraan om plengen.