"Deze Vlaamse regering maakt geen fundamentele keuzes"
LDD vindt dat de Vlaamse regering niet in 2011, maar volgend jaar al voor een begrotingsevenwicht moet zorgen. Daarvoor zijn meer ingrijpende keuzes nodig.
Fractieleider Lode Vereeck "U maakt geen fundamentele keuzes in de besparingen. Verminder de middelen voor De Lijn, schaf de provincies als bestuursniveau af en verminder het aantal ambtenaren. De beperking van de jobkorting is niet sociaal en het grond- en pandenbeleid zal zorgen voor duurdere woningen."
LDD betwist ook dat de Vlaamse regering sociaal is. De beperking van de jobkorting is niet sociaal en het grond- en pandenbeleid zal zorgen voor duurdere woningen.
Lode Vereeck: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister-president, geachte ministers, geachte collega's, de economische crisis heeft natuurlijk een gat geslagen in de begroting, dat hoef ik u niet meer te vertellen.
Zowel de ontvangsten uit de federale dotatie als de eigen belastingen zijn lager. U kent de cijfers. Het zijn de cijfers van de SERV. Bij ongewijzigd beleid zouden we dit jaar 1,2 miljard euro te kort hebben en volgend jaar 2,1 miljard euro. Zelfs tegen 2014 riskeren we een schuld op te bouwen van ongeveer 10 miljard euro als we niets doen
Er mag dus niet worden gewacht en getalmd om in te grijpen en de begroting weer op orde te brengen. Hiervoor zijn drastische ingrepen nodig waarbij er zo snel mogelijk wordt teruggekeerd naar een evenwicht. Alleen zo kan worden vermeden dat de kost van de crisis wordt doorgeschoven naar de toekomst.
Wat blijkt nu? De regering streeft naar een evenwicht in 2011. In 2009 laat ze een tekort toe van een miljard euro en in 2010 van 500 miljoen euro. Ik geef toe dat een evenwicht in 2009 een klein beetje te hoog gegrepen is. Daar sluit LDD zich bij aan. Maar dat de regering ook in 2010 een tekort van 500 miljoen euro toelaat - 20 miljard oude Belgische frank -, dat is voor LDD niet aanvaardbaar.
Het leidt immers tot schuldopbouw en tot rentelasten die de beleidsruimte de komende jaren zullen aantasten. Hoe sneller wordt teruggekeerd naar een evenwicht, des te groter de beleidsruimte achteraf is. Het is een kwestie van keuzes maken. Het gaat om gezonde, degelijke openbare financiën.
Daarom wil LDD een evenwicht in 2010, zoals trouwens ook in de formateursnota stond. Dit betekent dat in 2010 maatregelen moeten worden genomen voor 2,1 miljard euro. Dat is een zeer grote inspanning, maar het is de enige manier. Als we dit doen, dan loopt de beleidsruimte tegen 2014 zelfs op tot 1,63 miljard euro. Elk jaar wachten op evenwicht is dus een jaar verloren en zou wel eens het sociale bloedbad - waarover we lezen in de krant - kunnen veroorzaken dat uw regering nu net hoopt te vermijden.
Een evenwicht in 2010 betekent natuurlijk dat er fundamentele keuzes worden gemaakt, en de regering heeft dat eigenlijk nagelaten. Ze beloofde werk te maken van meer efficiëntie - wat we natuurlijk toejuichen -, maar we hebben intussen al vernomen dat de kabinetten niet met 40 percent zullen inkrimpen - wat oorspronkelijk was beloofd - maar enkel met 25 percent.
En toch was het moeilijk, zei minister Muyters in de krant. Hoezo?, vraag ik me dan af. Van de 1,5 miljard euro aan besparingen, bestaat 635 miljoen euro uit een belastingverhoging, op de kap van de werkende Vlaming. 300 miljoen euro is een meevaller door de crisis waardoor een indexaanpassing op lonen kan worden overgeslagen.
Mijnheer Muyters, ik heb het al gezegd: in geen enkel begrotingsdocument staat dat iets niet uitgeven een besparing is. Schrijf te veel in, voer het niet uit en je hebt je besparing.
Dan zijn er nog uw eenmalige uitgaven waartegen u en uw coalitiepartners in het verleden fulmineerden. Ik sluit me wat dat betreft aan bij de heer Gatz. Die zijn ook nog goed voor 275 miljoen. Dan is er nog 45 miljoen aan besparingen in het overheidsapparaat, waar we eigenlijk niet veel over weten, naast 133 miljoen overheidswinsten.
Tot slot is er 55 miljoen aan zogenaamde punctuele besparingen. Om af te ronden met de beroemde 'truken van de foor', de vestzak-broekzakoperaties, om gronden van de VMM aan Aquafin te verkopen en dan nog als een efficiëntiewinst voor te stellen.
Fundamentele bezuinigingskeuzes met een maatschappelijke relevantie en met een visie, waar LDD het eventueel niet mee eens hoeft te zijn, blijven uit. Zo wordt er nauwelijks geraakt aan de dotatie van 1 miljard aan De Lijn. Door De Lijn te laten instaan voor 40 percent van haar inkomsten, een suggestie gedaan door de heer Peumans en iets dat van toepassing is in Nederland, kan reeds 300 miljoen euro op jaarbasis bespaard worden.
De regering laat nog heel wat andere opportuniteiten liggen. Ik dank de heer Vanvelthoven die het debat op de goede koers heeft gezet: het gaat vandaag om de grote lijnen en de opportuniteiten en die misschien niet meteen maar toch zeker tijdens deze legislatuur, tot grote besparingen kunnen leiden. Waarschijnlijk had u het wat te druk met te onderhandelen over de nieuwe gouverneur van Limburg, maar dat is niet de kern van de zaak.
LDD bepleit het afschaffen van de provincies als politiek niveau, niet als bestuurlijk niveau. Het afschaffen van de gedeputeerden en de provincieraad. De provincies kosten jaarlijks 1,1 miljard en oefenen bevoegdheden uit die gemakkelijk kunnen worden overgenomen door de gewesten of de gemeenten. Schrap dus die provincies. Ik ben me ervan bewust dat dit in Vlaanderen een nettobesparing kan opleveren, niet van 1,1 miljard, maar van 450 miljoen euro. Dat is ongeveer de helft van het geld dat u afpakt van de mensen door de jobkorting.
...
De heer Jan Verfaillie: Ik dank u voor het open doel dat u hebt gecreëerd. Ik hoor een aantal stemmen opgaan dat wanneer men de provincies afschaft, men stadsgewesten zou creëren. Ik hoor dat de grote steden daar voorstander van zijn. Ik denk dat vooral de kleinere steden en gemeenten belang hebben bij het bestaan van de provincies omdat die in de streekontwikkeling actief zijn en de lokale besturen met heel wat zaken bijstaan.
U maakt een zeer grote intellectuele fout. Als u zegt dat de provincies meer dan 1 miljard euro op jaarbasis kosten en die taken perfect kunnen worden uitgevoerd op andere niveaus, dan betekent dat dat die kostprijs uiteindelijk blijft bestaan aangezien die andere niveaus die taken uitvoeren in verband met streekontwikkeling en een aantal andere zaken. Die kostprijs blijft. Ik hoop dat u in het vervolg op dat vlak intellectueel eerlijk bent.
De heer Lode Vereeck: Ik hoop dat u luistert naar wat ik zeg. Als u dat zou doen, zou u hebben gehoord dat er een nettobesparing is, niet van 1,1 miljard maar van 450 miljoen euro. Legt u mij eens uit wat de meerwaarde is van een verkeersveiligheidsbeleid op provinciaal niveau, terwijl we dat al op federaal niveau kennen, op Vlaams niveau en in de politiezones. Legt u mij eens uit wat de meerwaarde is van provinciaal onderwijs terwijl we ook gemeentelijk, rijks- en vrij onderwijs hebben.
De heer Lieven Dehandschutter: Mijnheer de voorzitter, de fractievoorzitter van LDD stelt de zaken voor alsof deze regering en deze meerderheid geen inspanningen doen om op het intermediair niveau te besparen. Als er een stap wordt vooruitgezet, wat niet gemakkelijk is, dan zal het precies onder deze regering gebeuren. Er staat in het regeerakkoord dat het takenpakket van de provincies zal worden beperkt tot de zogenaamde toegewezen bevoegdheden of welomschreven taken. Dat is in de geschiedenis van de intermediaire instellingen en de provincies in Vlaanderen en België revolutionair. Er staat ook in het regeerakkoord dat we er in de verschillende beleidsdomeinen naar willen streven om beleidsdomeinen op twee verschillende niveaus in plaats van op drie of vier te laten uitwerken. Dat is een belangrijke stap vooruit. Ook op financieel vlak zal dat repercussies hebben.
De heer Jan Verfaillie: ik wil er ook op wijzen dat in het regeerakkoord expliciet staat dat de provincieraden met een derde worden afgeslankt. Wat de verkeersveiligheid betreft, heeft de vorige Vlaamse Regering alle provinciale wegen overgenomen. Toen is er een uitdrukkelijke overeenkomst gesloten tussen de provincies en het Vlaamse Gewest dat de helft van de middelen die de provincies daaraan besteden, verder zouden besteden aan verkeersveiligheid.
Ik geef een concreet voorbeeld. De provincie, althans de provincie West-Vlaanderen, een niveau waaruit ik kom en waarmee ik dus zeer goede ervaringen heb, heeft allerhande fietsroutenetwerken gecreëerd. De provincie heeft de taak op zich genomen om dat netwerk voort uit te breiden. Waarom doen we dat? Ik heb gehoord, tijdens het feest van de Franse Gemeenschap, dat de voorzitter van dit Vlaams Parlement graag naar Wallonië gaat om te fietsen en andere dingen te doen. Ik nodig hem uit om naar West-Vlaanderen te komen. Dan zal hij zeker gebruik kunnen maken van het provinciaal fietsroutenetwerk, dat er mee is gekomen dankzij de steun van de provincie West-Vlaanderen.
De heer Bart Caron: Mijnheer de voorzitter, geachte leden, ik denk dat we de komende tijd inderdaad een interessant debat zullen voeren over besturen en hoe efficiënt we dat doen, met welke lagen en hoe dichtbij of ver van de bevolking. Ik denk dat er bij de bevolking inderdaad een roep is naar een efficiënter en zuiniger bestuur. Daarin hebt u gelijk, mijnheer Vereeck. Daar moeten we ook een bijdrage toe leveren. De afslanking van de kabinetten was bijna een tot voorbeeld strekkende zaak, maar lukt niet helemaal. Dit is dus een kwestie van zuinigheid, maar anderzijds moeten we ook stellen dat het een kwestie van efficiëntie is. Dan gaat het niet noodzakelijk over het behoud van deze of gene schaal. Ik pleit er dus voor het debat zonder vooroordelen te voeren, mijnheer Verfaillie. Ik ben ook een West-Vlaming. We voelen ons anders gezellig samen. Ik denk echter dat het efficiënter, beter, zuiniger en democratischer kan. In die zin wil ik u wel volgen.
De heer Lode Vereeck: Dank u. Ik wil heel kort reageren, binnen mijn tijd natuurlijk. Mijnheer Dehandschutter, ik stel nogmaals voor dat u goed luistert naar wat ik zeg. Ik heb het over het afschaffen van het politieke en beleidsniveau, niet van het bestuurlijke niveau. Natuurlijk zijn er een aantal coördinatietaken voor de provincie, met een gouverneur.
Mijnheer Verfaillie, ik kan u echt toch wel geruststellen: mocht er geen provincie zijn geweest, dan zou er zeker wel een fietsnetwerk zijn gekomen, denk ik, al was het maar omdat de Vlaamse Regering daarvoor zou hebben gezorgd.
De regering stelt voort als doelstelling dat het aantal ambtenaren niet mag toenemen. Dit is gewoon onvoldoende ambitieus. Op geen enkel ander bestuursniveau in België is het ambtenarenkorps sterker toegenomen dan in Vlaanderen, met 13,2 percent of 7000 personeelsleden tussen 2001 en 2007. De vergrijzing biedt trouwens een mogelijkheid om dat ambtenarenkorps op een sociaal verantwoorde manier te verminderen. Tussen 2008 en 2011 gaat immers 20 percent van die ambtenaren met pensioen.
En welke besparingen kunnen we niet halen uit de bestuurlijke verrommeling? Maar liefst 243 officiële instanties vaardigen in Vlaanderen regeltjes en adviezen uit, om uiteindelijk over alles te spreken en niets te beslissen. Durf nu eindelijk eens te streven naar een efficiënte overheid. En als u dat allemaal niet durft en kunt, van die provincies of van De Lijn, dan stel ik voor om die 500 miljoen euro toch maar te gaan halen in de transfers van 7 à 8 miljard euro tussen het noorden en het zuiden van dit land. Dat zijn stuk voor stuk voorbeelden van besparingen die op termijn de Vlaamse begroting structureel zullen ontlasten. Het is dan ook hoogst verwonderlijk dat u die kansen niet hebt gegrepen.
De heer Bart De Wever: Mijnheer Vereeck, excuseer me dat ik u onderbreek, maar dit parlement krijgt vaak het verwijt dat er weinig leven in de brouwerij is. Ik vind een inhoudelijk debat dus wel geplaatst, en daar horen inderdaad onderbrekingen bij.
Ik heb u goed beluisterd. U zegt dat we de jobkorting niet mogen schrappen. Dat is dus 600 miljoen euro. We mogen geen eenmalige maatregelen nemen. Dat is 275 miljoen euro. We mogen geen gat van 500 miljoen euro laten. Dat is samen al 1,375 miljard euro. We mogen geen boekhoudkundige maatregelen nemen. Als ik u goed beluister, kan een kleine 2 miljard euro in die begroting 2010 niet voor u. Dat moet u compenseren. U stelt daartoe een aantal maatregelen voor. Ik heb u goed beluisterd. Er is de 40 percent van de inkomsten van De Lijn. Ik weet niet hoe u hebt berekend hoeveel dat zou moeten opbrengen, en wat dat precies zal betekenen voor de tarieven voor de mensen. Ik sta open voor het debat over de tarieven, maar wat het ongeveer vermenigvuldigen met drie van de inkomsten voor de tarieven betekent, dat zou u toch eens moeten berekenen, en wat dat opbrengt voor die begroting.
U stelt dat het afschaffen van de provincies 450 miljoen euro zal opleveren. Meent u ernstig dat, als we die vandaag afschaffen, er in 2010 450 miljoen euro zal zijn bespaard? Ik denk niet dat u dat ernstig kunt menen. Ik sta open voor het debat over de intermediaire niveaus en deze regering heeft zich ook enkele zaken voorgenomen, maar geen gekke zaken, zoals vandaag de provincies afschaffen en dan denken dat we 450 miljoen euro kunnen besparen. Volgens u moeten we ook ambtenaren afdanken, of niet vervangen. Hebt u enig idee, als we daarmee zouden beginnen, hoeveel we daarmee kunnen besparen in 2010? Ik denk dat u volstrekt nog niet aan die 2 miljard komt die we zouden moeten vinden met echte maatregelen, zoals u die goed vindt.
Tot slot zegt u: haal het maar uit de transfers. Ik neem dat u als professor op de hoogte bent van het feit dat die transfers lopen via de federale begroting, de sociale zekerheid, de staatsschuld en de Financieringswet, en dat die allemaal tot het federale bevoegdhedenpakket behoren. Ik hoop dat u zich niet gaat aansluiten bij de, mijns inziens, nogal infantiele stellingen die andere fracties soms innemen, namelijk dat we de hele federale overheid kunnen usurperen om onze begroting op orde te stellen.
De heer Joris Van Hauthem: Mijnheer De Wever, u hebt het over de afschaffing van de provincies. We hebben in de vorige legislatuur het Provinciedecreet behandeld. Wij waren ongeveer de enige partij die daar vragen bij had. Er kwam geen echt debat van. U zegt nu dat u openstaat voor het debat. (Opmerkingen van de heer Bart De Wever)
Gezien de politieke verhoudingen lijkt het me toch wat vreemd om een kandidaat-provinciegouverneur voor te dragen. Ofwel bent u ervoor, ofwel niet. Dat zal waarschijnlijk een grapje geweest zijn. (Opmerkingen)
Mijnheer De Wever, u moet het nu wel eens gaan weten. U zegt tegen de heer Vereeck dat transfers en staatshervormingen tot het federale niveau behoren, dus gaat u er hier over zwijgen. (Opmerkingen van de heren Carl Decaluwe, Kris Van Dijck en Bart De Wever)
Jawel. Ik kom daar straks nog op terug.
Dat is een beetje te gemakkelijk, mijnheer De Wever. Ik herinner me dat u vijf jaar geleden triomfantelijk een regeerakkoord voorlegde waar een heel communautair programma instond. Het was uw trofee. Nu komt u vertellen dat we daar niets mee te maken hebben, dat het federale bevoegdheden zijn. We zullen het er misschien nog over hebben.
De voorzitter: Mijnheer Van Hauthem, de discussie ging over het al dan niet voortbestaan van de provincies. Straks komt u bij de staatshervorming uit. En dan gaat u nog een stap verder, en wie weet waar we dan uitkomen. Blijf alstublieft bij het onderwerp.
De heer Joris Van Hauthem: De heer De Wever heeft hier zelf nog geïnterpelleerd over de transfers.
De heer Bart De Wever: Dat is nogal wat. Als ik zeg dat we de mensen niet mogen wijsmaken dat we de Vlaamse begroting op punt zullen zetten via maatregelen waarvoor we niet bevoegd zijn, zegt de heer Van Hauthem dat ik alle ambities inzake staatshervorming heb laten varen. Dat is voor zijn rekening. Dat is eigenlijk geen antwoord waard. (Opmerkingen van de heer Joris Van Hauthem)
De heer Vereeck wil de transfers inkorten. Dat is - zacht uitgedrukt - niet echt realistisch.
Mijnheer Van Hauthem, u vindt het hypocriet dat wij ons kandidaat stellen voor de functie van provinciegouverneur omdat we dat niveau willen afschaffen. Ik stel dan voor dat u nooit nog federale kieslijsten indient. (Applaus en vrolijkheid bij de N-VA en CD&V)
De heer Lode Vereeck: Mijnheer De Wever, ik ben blij dat u de vraag stelt. Drie maanden geleden hebt u mij gezegd dat er geen enkel verschil is tussen de resoluties en de Octopusnota. Maandag heb ik hier punctueel het verschil uitgelegd. Na negen minuten kwam u deze zaal binnen en zei u dat er geen verschil is. Dat is intellectueel oneerlijk. Dat wou ik toch even rechtzetten.
De heer Joris Van Hauthem: Mijnheer De Wever, is uw partij nu voor het opdoeken van de Belgische staat of niet? Ik zou u kunnen vragen waarom u federale lijsten indient en waarom u deelneemt aan besprekingen voor een federale coalitie.
Ik heb vernomen dat heel de kwestie over de provinciegouverneurs nog past in een algemene politieke benoemingsronde. Ik zou graag eens vernemen van de Vlaamse Regering wat dat inhoudt. Als u het argument aanhaalt dat de politieke verhoudingen - van de provincies en de gouverneurs ten aanzien van de partijen - toch wel gewijzigd zijn, dan hebt u gelijk. Alleen, dat is al zo sinds 1991. Toen heb ik u niet gehoord, mijnheer De Wever.
De voorzitter: We zullen de gelegenheid krijgen om uitgebreid te discussiëren over de veranderingen aan het binnenlands bestuur en dergelijke in de commissie voor Binnenlandse Aangelegenheden. Ik geef nu opnieuw het woord aan de heer Vereeck.
De heer Lode Vereeck: Ik wil nog kort even antwoorden op de vraag waar we die besparingen halen. We denken dat er in de eerste plaats kan worden bespaard op de openbare, de collectieve mobiliteit volgens het bedrag dat we voorstellen - het is trouwens nog een voorstel van u geweest, mijnheer de voorzitter.
Ik geef toe dat de provincies een besparing op een iets langere termijn kunnen zijn, maar het is in elk geval een debat dat we moeten voeren.
Wat de andere maatregelen betreft, denk ik inderdaad dat we voor wat de efficiëntiewinsten - om dat woord maar eens te gebruiken - betreft, de besparingen, gewoon maar eens moeten luisteren naar wat de heer Jambon van de N-VA daarover te zeggen heeft, of de heer Weyts, en dan zullen we veel verder gaan. We hoeven bovendien alleen maar naar Nederland te gaan om te kijken welke ernstige maatregelen daar worden getroffen in het overheidsapparaat.
Wat is mijn punt? Het streven naar het begrotingsevenwicht in 2010 is de plicht van deze Vlaamse Regering omdat ze daarin zelf verantwoordelijkheid draagt. De vorige regering, Peeters I, ligt namelijk mee aan de basis van de huidige begrotingstoestand. Dat zegt LDD, maar dat zegt ook de SERV in zijn rapport van juli 2009. De SERV wijt de begrotingsontsporing uiteraard ten dele aan de crisis, maar zegt: "Daarbij komt dat het probleem wordt versterkt omdat in de meest recente jaren, 2008, 2009, een groeidynamiek in de begroting is gelegd die niet in overeenstemming is te brengen met de structurele groei van de ontvangsten, nu en in de komende jaren." Vrij vertaald: u hebt eigenlijk in de vorige legislatuur boven uw stand geleefd. De SERV berekende dat de begroting van dit jaar alleen al 1,3 miljard boven de structurele groeimogelijkheden zit.
En dan zegt u: "We willen niet te hard besparen om de economische relance, dat voorzichtige economische herstel dat er is, niet in het gedrang te brengen." Het is natuurlijk net omgekeerd. Hoe zit het met het lokaal fiscaal pact? De heer Gatz heeft er ook naar verwezen. Blijven die lokale pestbelastingen nu overeind? Ford Genk maakte gisteren bij monde van de directeur, de heer Martens, nog duidelijk dat die lokale taksen een meerkost en dus een concurrentieel nadeel betekenen van 5 percent: afschaffen dus! Dat zijn maatregelen die voor werkgelegenheid zorgen, ook in de bedreigde automobielsector. Vandaag pleitte de Franse president voor een belastingverlaging van 10 miljard euro, een belastingverlaging voor bedrijven, op de zogenaamde 'taxe professionelle'. Dat zou een goede zet zijn voor Vlaanderen, ook om de loonhandicap te compenseren.
De heer Jan Verfaillie: U kunt natuurlijk alle belastingen beschouwen als pestbelastingen. Wij betalen allemaal belastingen. Wij betalen belastingen aan de federale overheid, aan de provincie, aan de lokale besturen. Als u stelt dat alle belastingen die de lokale besturen innen, pestbelastingen zijn, dan kunt u naast de provincies, ook de lokale besturen afschaffen, want dan hebben zij totaal geen taken.
Ik stel alleen maar vast dat de mensen in de straat het meeste vertrouwen hebben in hun lokaal bestuur. Het is dan ook aan die lokale besturen om een maximale invulling te geven aan hun bevoegdheden. Indien we een interne staatshervorming zouden kunnen creëren, moeten we inderdaad bekijken hoe we meer bevoegdheden kunnen toeschuiven naar het niveau waarin de mensen het meeste vertrouwen hebben.
Alle belastingen omschrijven als pestbelastingen, dat is heel kort door de bocht gaan. Er bestaat ook nog zoiets als de gemeentelijke autonomie en het is aan de gemeenteraad, die democratisch samengesteld is, om te bekijken welke belastingen al dan niet worden geïnd.
De heer Lode Vereeck: De heer Verfaillie blijft aan dezelfde kwaal lijden, namelijk dat hij niet goed luistert naar wat ik zeg. Het gaat inderdaad om een reeks van lokale pestbelastingen, zo zijn ze opgelijst door Voka. Natuurlijk zijn er belangrijke taken voor het gemeentelijke niveau en hangt daar een zeker fiscaal kaartje aan vast, maar niet die lokale belastingen die we nu al vanuit de ondernemerswereld, Voka en andere organisaties trachten te bestrijden.
Goed, dan zegt deze regering: "We zijn een sociale regering". Dat staat er honderden keren in, maar ik ben het daar toch niet mee eens. Ik vraag me dan af of het afschaffen van de jobkorting een sociale maatregel is: 635 miljoen euro uit de zakken van de werkende Vlaming of 600 euro per gezin. Het werd al gesuggereerd dat het verschil met de werkloosheidsval te groot wordt. Tel daar nog de extra accijnzen voor diesel bij die eraan zitten te komen en dan gaat een gemiddeld gezin er ongeveer 1000 euro op achteruit omdat de regering inderdaad de federale beleidskeuzes maakt.
Het is trouwens ook ironisch dat de federale ambtenaren dit jaar 300 euro extra krijgen.
Is het grond- en pandenbeleid een sociale maatregel? Ik denk het niet. U trekt daar 76 miljoen euro voor uit, maar het is opnieuw de werkende Vlaming die 15.000 à 20.000 euro meer zal moeten betalen voor zijn nieuwe woning. Wat mij betreft, heeft dat in de verste verte niets te maken met sociaal zijn.
En dan zijn er nog de extra uitgaven waarover u nauwelijks rept. Uw minister van Inburgering, Geert Bourgeois, heeft onlangs gezegd: "Er zullen massaal mensen worden geregulariseerd, zonder enige integratievereisten. Als Vlaams minister van Inburgering zal ik geconfronteerd worden met 10.000 tot 20.000 nieuwkomers die een inburgeringscursus moeten volgen. Dat kost 1500 euro per nieuwkomer. Niet evident in budgettair moeilijke tijden." Daarvoor heeft de regering dus blijkbaar wel geld: 70 miljoen euro voor inburgeringscursussen, 40 miljoen euro voor de administratie van de OCMW's, de kosten van sociale huisvesting nog niet meegerekend enzovoort. Dat is uiteindelijk allemaal voor de uitvoering van een federale maatregel, die wordt genomen door Franstalige ministers, en waarvoor Vlaanderen maatschappelijk, financieel en organisatorisch gewoon niet klaar is. We hebben de vorige regularisatiegolf nog maar amper verteerd of er is al een nieuwe.
De heer Bart De Wever: Ik ben het eigenlijk wel eens met uw federale oppositiebetoog. U maakt zich zorgen over accijnzen op brandstof en over de regularisatie, waarvan de impact op ons hoofd valt. Maar kunt u mij eens uitleggen wat de Vlaamse Regering daarmee te maken heeft?
De heer Joris Van Hauthem: De heer De Wever vraagt al de hele namiddag wat wij daar, ten aanzien van het federale niveau, mee te maken hebben. Ik dacht dat de N-VA er was om ook via het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering breekijzers te gebruiken om een en ander in gang te zetten. Ik lees in het Vlaams regeerakkoord dat men alles wat wettelijk mogelijk is, zal doen om een aantal zaken te corrigeren of te blokkeren. Ik hoor de heer De Wever nu al een hele namiddag - of het nu over de begroting of over het inburgeringsbeleid gaat - zeggen dat wij niets kunnen doen aan het federale niveau. Dan vraag ik mij af wat de N-VA in godsnaam in deze Vlaamse Regering doet. (Applaus bij het Vlaams Belang)
De heer Lode Vereeck: Mijnheer De Wever, wij stellen voor om naar die resoluties te kijken. U lacht dat weg, maar dat is mijns inziens intellectueel oneerlijk. Ik heb hier maandag om een spoedbehandeling gevraagd om een belangenconflict te kunnen inroepen. U staat in de Kamer wel te jammeren tegen het generale pardon, maar als we dan eens proberen om ons tanden te laten zien, stemt u uiteindelijk tegen. Het is misschien interessant om eens te lezen wat de heer Luckas Van Der Taelen vandaag in de krant heeft geschreven.
De heer Kris Van Dijck: Ik weet niet over welke stemming u het hebt, mijnheer Vereeck. Als het over de hoogdringendheid gaat, is dat van een andere orde dan het inhoudelijke debat.
De heer Lode Vereeck: Ik noteer dus dat de N-VA waarschijnlijk mee gaat stemmen om het belangenconflict in te roepen. Dat is heel fijn.
De heer Bart De Wever: Het debat is nog enigszins prematuur, want het debat ten gronde moet nog komen, maar ik wil het niet uit de weg gaan. Een belangenconflict dat vanuit de regering komt - ik neem aan dat u weet dat het parlement dat niet kan goedkeuren, maar dat het vanuit de regering moet komen - en dat de hele regularisatieoefening nog 60 dagen zal verlengen en niet zal tegenhouden, zal de zaken wellicht nog veel erger maken. Sommige fracties hebben ons gewezen op het aankondigingseffect en hebben ons laten weten dat de tamtams roffelen. Als men die nog 60 dagen langer wil laten roffelen, moet men dat vooral doen.
Wij willen deze staat hervormen, mijnheer Van Hauthem, wij hebben die ambities behouden. Wij proberen dat op een rationele, verstandige en reformatorische manier te doen. Dat is een kwestie van verschil van strategie. Als u er een betere hebt, zou ik ze zeer graag horen. Maar daar heb ik u nog nooit over horen spreken. U zegt altijd wat wij zouden moeten doen, maar wat uw perspectief en uw strategie zijn, is mij een totaal raadsel. (Opmerkingen van de heer Joris Van Hauthem)
De heer Lode Vereeck: Ook wij zijn vragende partij - en Vlaanderen zeker - voor een dringende staatshervorming. De regering gebruikt sinds kort de zogenaamde Maddensdoctrine, maar wij sluiten ons aan bij wat de heer Dewinter heeft gezegd. Door op 16 september 2009 in te stemmen met dat stabiliteitspact in het Overlegcomité hebt u de Maddensdoctrine, de zelfverklaarde hefboom voor de staatshervorming, zomaar te grabbel gegooid en vervangen door de pineutdoctrine.
Omdat de Brusselse en de Waalse regeringen het nog veel bruiner bakken dan uw regering, door ten vroegste pas in 2015 een begrotingsevenwicht na te streven, betekent dit onvermijdelijk dat Vlaanderen weer zal moeten opdraaien voor het overgrote deel van de begrotingsinspanningen. Ik ging hem eerst niet citeren, maar ik doe het wel. De uitspraak van federaal begrotingsminister Reynders spreekt boekdelen: "Er is geen groot probleem in België aangezien Vlaanderen reeds in 2011 een evenwicht wil bereiken." Duidelijker kan dat voor mij niet zijn.
De heer Kris Van Dijck: Kunt u dit eens koppelen aan uw pleidooi van het vorige halfuur waarin u gezegd hebt dat u al in 2010 een begroting in evenwicht wenst te bekomen?Als wij dat in 2011 wensen te doen, zijn wij degenen die de federale boekhouding redden. U moet dat eens aan elkaar rijmen. In uw logica zou u ze nog een jaar eerder redden.
De heer Lode Vereeck: Goed, ik had nog enkele andere punten, maar ik zal antwoorden op wat de heer Van Dijck zegt. In de context die u net schetst, pleiten wij vanuit LDD voor dat evenwicht in 2010. Waarom? U hebt geen enkele garantie dat u de overschotten die u in 2012 zou bereiken voor Vlaams beleid kunt gebruiken. Luister goed naar wat de heer Demotte zegt. Op dat moment in 2012 is de verdeelsleutel in het Overlegcomité weer open voor onderhandelingen. Dan zal Vlaanderen weer die Belgische putten moeten delgen.
Wij zeggen het volgende: zorg voor een evenwicht in 2010, zorg voor een overschot in 2011 en besteed dat effectief op een assertieve manier zodat u de andere entiteiten in dit land voor een fait accompli stelt: Vlaams geld voor Vlaamse noden. Over dat principe zijn we het eens. Maar ik heb het niet over de noden waarover u het hebt, over de trammetjes. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck)
Dat geloof ik zelf. Ik zal het nog één keer uitleggen. In 2012 hebt u geen garanties over wat er met uw overschotten gebeurt. Boek ze vroeger. Zet ze in en geef een krachtig signaal. Dat zou assertief Vlaams beleid kunnen zijn.
De heer Bart De Wever: Hier zitten blijkbaar mensen die denken dat wij op het Overlegcomité dictaten kunnen opleggen aan andere niveaus, en diezelfden denken blijkbaar dat die andere niveaus dat aan ons kunnen. Ik heb de heer Demotte hier nog nooit gezien. Ik weet wel dat in het regeerakkoord in kapitale letters staat: "Geen tekorten, geen overschotten." Eigenlijk wilt u gewoon onze politiek voeren, enkel een jaar eerder en met besparingen die er, als u ze uitlegt, er eerlijk gezegd geen zijn.
De heer Joris Van Hauthem: Ik weet niet meer wie de fractievoorzitter van wie is. Ik denk al een hele namiddag dat de heer De Wever de fractievoorzitter van de CD&V-fractie is. (Rumoer)
De heer Caluwé, de fractievoorzitter van CD&V, heeft over de plaats van onze begroting in het globale begrotingsplaatje ten aanzien van Europa niets gezegd. De minister-president heeft daar in zijn verklaring ook niets over gezegd. De enige die hier moet verdedigen dat er wat dat betreft ook niets gebeurt, is Bart De Wever. Ik benijd hem daar niet voor, hoor.
Nu komen we te weten, in tegenstelling tot wat in de kranten staat, dat er blijkbaar geen akkoord is in het Overlegcomité, maar een akteneming. Ik neem aan dat de Vlaamse Regering daar naartoe gaat en dat de federale premier zegt: "Kris, hoe zit het?" "Voor ons zal het in 2011 zijn." U kunt daarmee lachen, ik niet. "Hoe zit het, Rudy?" "Voor ons zal het in 2015 zijn." "Oké, ik neem daarvan akte. En Charles, voor Brussel? 2018? Oké, akte." En dat gaat naar Europa.
Wat mij stoort is dat de minister van Begroting de dag nadien zegt dat dat eigenlijk toch niet kan. Waarom hebt u daar dan niets gezegd? Dat was het moment om te zeggen dat we er voorwaarden aan verbinden.
De voorzitter: Die discussie hebben we al gevoerd. U gaat toch niet opnieuw beginnen?
De heer Joris Van Hauthem: Het is de heer De Wever die altijd begint. Mag ik nog antwoorden?
Wij verwijten u dat u daar niet hebt gezegd dat u er voorwaarden aan verbindt. En dat heeft niks te maken met de doelstelling om in Vlaanderen snel een begrotingsevenwicht te realiseren. Dat laatste is goed. Maar de passiviteit ten aanzien van de mededeling dat Wallonië en Brussel alles op zijn beloop laten, is stuitend. U hebt de mogelijkheid om de begroting en het Stabiliteitspact te gebruiken als breekijzer voor het forceren van een staatshervorming weggegooid.
Ik weet wel dat de heer De Wever hier zegt dat we er niks aan kunnen doen. Hij wil twee weken nadien in het federale parlement de heer Herman Van Rompuy verwijten dat hij niks heeft gedaan. Als N-VA, die in de Vlaamse Regering zit, weigert om de Vlaamse Regering te gebruiken om op tafel te kloppen, dan moet die partij dat binnen twee weken, als premier Van Rompuy zijn begroting voorstelt, dat ook niet meer doen. (Applaus bij het Vlaams Belang)
De voorzitter: Ik veronderstel dat de minister-president straks in dat verband nog eens duidelijk uitlegt wat hij al eerder heeft uitgelegd.
De heer Ludwig Caluwé: Ik vind het niet nodig om steeds opnieuw hetzelfde te herhalen. Maar wat is er gebeurd? We hebben in het regeerakkoord afgesproken om ambitieus te zijn. Terecht. We willen ondanks de moeilijke tijden in 2011 een evenwicht creëren en nadien de vrijgekomen extra ruimte gebruiken voor de uitoefening van Vlaamse bevoegdheden. Dat is uitdrukkelijk afgesproken.
Men doet denigrerend over het Stabilisatiepact. Ik wil toch even vergelijken met andere landen. Ons pact is ambitieuzer. Nederland zal twaalf jaar gebruiken om zijn tekort weg te werken.
De heer Joris Van Hauthem: Wat is de schuldratio van Nederland? U vergelijkt appelen met citroenen.
De heer Ludwig Caluwé: En het Verenigd Koninkrijk wil pas over vier jaar het tekort halveren.
De heer Lode Vereeck: Mijnheer De Wever, u schermt voortdurend met het regeerakkoord. U zegt dat er duidelijk instaat dat het in 2012 zal gebeuren. In Actua-Kroonraad zegt de voorzitter van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting, de heer Van Rompuy echter dit: "Met de interpretatie van de Maddensdoctrine wil de N-VA de federale staat uitroken. Maar ik vraag me af of de N-VA echt een staatshervorming wil. Met het pad dat nu is uitgetekend kan Wallonië zonder problemen nog enige jaren verder. Maar misschien heeft de N-VA wel een verborgen agenda. Misschien willen ze alles tegenhouden om dan in 2011 te stellen dat er niets veranderd is." Spijtig genoeg heeft de heer Van Rompuy op dit punt gelijk.
Op de vergelijking met Nederland ga ik niet in: men kan geen appelen met citroenen vergelijken.
